ECLI:NL:RBDHA:2018:9049 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/12959 uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [eiser], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. A.G. Kleijweg), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks). Procesverloop Bij besluit van 14 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen. Bij besluit van 30 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2018:9049 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 17/16489 - na behandeling hiervan ter zitting op 13 juni 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/12959 uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [eiser], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. A.G. Kleijweg), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks). Procesverloop Bij besluit van 14 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet (Vw) afgewezen. Bij besluit van 30 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.
2. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 17/16489 - na behandeling hiervan ter zitting op 13 juni 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2018. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.