Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:8872 ECLI:NL:RBDHA:2018:8872 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:8872 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:8872
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12022 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. T.L. Schuitemaker). Procesverloop Bij besluit van 26 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:8872 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft zijn asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat uit een Eurodac 2-registratie is gebleken dat hij op 11 december 2017 is aangehouden als derdelander die illegaal de grens met Spanje is gepasseerd. De Spaanse autoriteiten hebben het verzoek om eiser over te nemen geaccordeerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

Keywords

AI generated
asylum procedure removal illegal departure grounds revocation of refugee status migration administration framework illegal migration
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12022 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. T.L. Schuitemaker). Procesverloop Bij besluit van 26 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje daarvoor verantwoordelijk is.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.12023, plaatsgevonden op 19 juli 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.W. Bakkum, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Algerijnse nationaliteit.

Verweerder heeft zijn asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat uit een Eurodac 2-registratie is gebleken dat hij op 11 december 2017 is aangehouden als derdelander die illegaal de grens met Spanje is gepasseerd. De Spaanse autoriteiten hebben het verzoek om eiser over te nemen geaccordeerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).

2. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder niet heeft mogen uitgaan van de Eurodac 2-registratie, gelet op de uniciteit van de controle en registratie in het Eurodac-systeem. Eiser heeft deze stelling ook niet onderbouwd anders dan met zijn eigen verklaringen. Daarnaast ziet de datum van de registratie op de datum van aanhouding en niet op de datum waarop eiser Spanje is ingereisd. Gelet hierop volgt de rechtbank evenmin de stelling van eiser dat hij in Spanje als asielzoeker geregistreerd zou staan.

3. Voor zover eiser stelt dat hij in Spanje niet in de gelegenheid zou zijn gesteld om een asielaanvraag in te dienen, stelt de rechtbank vast dat dit op geen enkele wijze is gebleken. Bovendien hebben de autoriteiten van Spanje de overname van eiser geaccordeerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Ook daaruit kan worden afgeleid dat eiser in Spanje geen asielaanvraag heeft ingediend. Wel volgt uit het claimakkoord de garantie dat eisers asielaanvraag in behandeling zal worden genomen, zodat geen sprake is van enige kans op indirect refoulement.

4. Voor zover eiser stelt dat in Spanje sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen, oordeelt de rechtbank dat deze stelling niet is onderbouwd. Daarnaast is van belang dat eiser in Spanje geen gebruik heeft gemaakt van de asielprocedure, zodat hij niet uit eigen ervaringen kan putten.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 19 juli 2018. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.