Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:8614 ECLI:NL:RBDHA:2018:8614 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:8614 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:8614
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12248 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:8614 · Rechtbank Den Haag: Ter beoordeling staat of Nederland de aanvraag van eiser aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder op grond van het feit dat er veel Russen in Litouwen aanwezig zijn en hij in Litouwen als moslim gediscrimineerd zal worden, niet uit kan gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelt vast dat eiser niet met stukken heeft onderbouwd dat niet langer kan worden vastgehouden aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de verantwoordelijkheid voor eisers asielaanvraag niet aan zich hoeft te trekken.

Keywords

AI generated
deportation despite health issues health certificate travel documents visa medical unfitness contrary to medical advice
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12248 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL18.12250, plaatsgevonden op 12 juli 2018. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Niet in geschil is dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser op grond van de Dublinverordening omdat eerder aan eiser een visum verleend is door Litouwen.

2. Ter beoordeling staat of Nederland de aanvraag van eiser aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat verweerder op grond van het feit dat er veel Russen in Litouwen aanwezig zijn en hij in Litouwen als moslim gediscrimineerd zal worden, niet uit kan gaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank stelt vast dat eiser niet met stukken heeft onderbouwd dat niet langer kan worden vastgehouden aan het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de verantwoordelijkheid voor eisers asielaanvraag niet aan zich hoeft te trekken.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 12 juli 2018. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Verordening (EU) Nr. 604/2013