Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:8549 ECLI:NL:RBDHA:2018:8549 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:8549 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:8549
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/1289 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker, V-nummer [v-nummer] (gemachtigde mr. A.H. Hekman), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2018:8549 · Rechtbank Den Haag: A.H. Hekman), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
urgent preliminary ruling procedure discontinuation of proceedings untimely request for extension withdrawal of legal petition unjustified procedural delay provisional setting aside of opposition

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
Het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb komt mitsdien niet voor inwilliging in aanmerking.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/1289 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker, V-nummer [v-nummer] (gemachtigde mr. A.H. Hekman), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Dijcks). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken. Bij uitspraak van heden, zaaknummer AWB 18/1288, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Op grond van het in artikel 8:81 van de Awb neergelegde systeem van connexiteit van het verzoek om voorlopige voorziening en de daaraan ten gronde liggende bodemprocedure, is de voorzieningenrechter, nu er geen beroep op de rechtbank (meer) is aan te wijzen, van oordeel dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is.

Het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb komt mitsdien niet voor inwilliging in aanmerking. Van omstandigheden op grond waarvan een van de partijen zou moeten worden veroordeeld in de proceskosten van de andere partij, is de voorzieningenrechter niet gebleken. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2018. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld