ECLI:NL:RBDHA:2018:8071 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.11097 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker (gemachtigde: mr. G.E. Jans), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Wieman). Procesverloop Bij besluit van 11 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2018:8071 · Rechtbank Den Haag: G.E. Jans), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Wieman). Procesverloop Bij besluit van 11 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.11097 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker (gemachtigde: mr. G.E. Jans), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Wieman). Procesverloop Bij besluit van 11 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zweden verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.11096, plaatsgevonden op 26 juni 2018. Verzoeker en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL18.11096, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.