ECLI:NL:RBDHA:2018:8068 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.11070 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker (gemachtigde: mr. N. Vollebergh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieman). Procesverloop Bij besluit van 12 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 31 mei 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt verzoeker geen verblijfsvergunning regulier verleend om te verblijven bij zijn meerderjarige zoons en wordt ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2018:8068 · Rechtbank Den Haag: N. Vollebergh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieman). Procesverloop Bij besluit van 12 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 31 mei 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt verzoeker geen verblijfsvergunning regulier verleend om te verblijven bij zijn meerderjarige zoons en wordt ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.11070 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker (gemachtigde: mr. N. Vollebergh), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieman). Procesverloop Bij besluit van 12 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 31 mei 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarnaast wordt verzoeker geen verblijfsvergunning regulier verleend om te verblijven bij zijn meerderjarige zoons en wordt ook geen uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Aan verzoeker wordt een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.11069, plaatsgevonden op 26 juni 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen T. Coric. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist.
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL18.11069, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.H. Ferment, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.