Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:7397 ECLI:NL:RBDHA:2018:7397 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:7397 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:7397
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/540913 / HA ZA 17-1063 Vonnis van 20 juni 2018 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat: voorheen mr. A. Latour te Utrecht, thans mr. M.H.M. Verbeemen te Utrecht, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten, gedaagde, niet verschenen. 1Het verzoek tot verbetering 1.1. Bij brief van 16 mei 2018 heeft eiser de rechtbank verzocht om verbetering van het op 21 maart 2018 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat daarin het juiste bedrag wordt opgenomen dat aan griffierecht in rekening is gebracht, te weten € 883,-- in plaats van € 78,--. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

art. 31 Rv, artikel 32 Rv, artikel 6 EVRM, artikel 31 Rv; ECLI:NL:RBDHA:2018:7397 · Rechtbank Den Haag: Op die grond heeft er op 28 maart 2018 een naheffing van het griffierecht plaatsgevonden. 2.2. Met toepassing van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter zijn uitspraak verbeteren als sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Buiten het toepassingsbereik van art. 31 Rv. (en artikel 32 Rv.) kan de rechter niet zelf de rechtskracht van zijn uitspraak aantasten. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat die aantasting is voorbehouden aan de hogere rechter, aan wie door aanwending van een rechtsmiddel kan worden gevraagd een uitspraak uit de vorige instantie te vernietigen (HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476).

Keywords

AI generated
reopening of proceedings in absentia reinstatement of refugee status supplementary customs demand withdrawal of revision request forfeiture of recourse rights waiver of right

Cited Legislation

AI generated
art. 31 Rv
Buiten het toepassingsbereik van art. 31 Rv.
artikel 32 Rv
(en artikel 32 Rv.) kan de rechter niet zelf de rechtskracht van zijn uitspraak aantasten.
artikel 6 EVRM
Dat geldt ook als sprake zou zijn van een procesvoering die niet voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM.
artikel 31 Rv
Buiten het toepassingsbereik van art. 31 Rv.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/540913 / HA ZA 17-1063 Vonnis van 20 juni 2018 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser, advocaat: voorheen mr. A. Latour te Utrecht, thans mr. M.H.M. Verbeemen te Utrecht, tegen [gedaagde] , zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten, gedaagde, niet verschenen. 1Het verzoek tot verbetering 1.1. Bij brief van 16 mei 2018 heeft eiser de rechtbank verzocht om verbetering van het op 21 maart 2018 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat daarin het juiste bedrag wordt opgenomen dat aan griffierecht in rekening is gebracht, te weten € 883,-- in plaats van € 78,--. 1.2.

Gedaagde is, gezien de inhoud van de hierna vermelde beslissing, niet in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren. 2De beoordeling 2.1. Eiser heeft bij het aanbrengen van de zaak een toevoegingsaanvraag overgelegd. Op die grond heeft de griffier op 22 november 2017 een bedrag van € 78,-- aan griffierecht geheven. Thans blijkt echter dat de Raad voor Rechtsbijstand het verzoek om gesubsidieerde rechtsbijstand bij brief van 11 oktober 2017 heeft afgewezen. De advocaat van eiser heeft de griffier hiervan niet op de hoogte gebracht, noch heeft eiser eigener beweging het verhoogde griffierecht voldaan, zoals artikel 16 lid 3 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) voorschrijft.

Vervolgens is een verstekvonnis gewezen op 21 maart 2018. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op het geheven griffierecht voor onvermogenden en is ervan uitgegaan dat inmiddels aan eiser een toevoeging was verleend. Na afgifte van het vonnis heeft de griffier telefonisch contact opgenomen met de advocaat van eiser met het verzoek de definitieve toevoeging over te leggen. Bij faxbericht van 26 maart 2018 heeft de advocaat van eiser aan de griffier bericht dat het verzoek om gesubsidieerde rechtsbijstand is afgewezen, waarbij hij de financiële afwijzing van de Raad voor Rechtsbijstand van 11 oktober 2017 heeft gevoegd.

Op die grond heeft er op 28 maart 2018 een naheffing van het griffierecht plaatsgevonden. 2.2. Met toepassing van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter zijn uitspraak verbeteren als sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Buiten het toepassingsbereik van art. 31 Rv. (en artikel 32 Rv.) kan de rechter niet zelf de rechtskracht van zijn uitspraak aantasten. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat die aantasting is voorbehouden aan de hogere rechter, aan wie door aanwending van een rechtsmiddel kan worden gevraagd een uitspraak uit de vorige instantie te vernietigen (HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3476).

Dat geldt ook als sprake zou zijn van een procesvoering die niet voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. 2.3. Het bepaalde in artikel 16 Wgbz brengt mee dat de griffier het hogere griffierecht heft, indien bij het wijzen van het vonnis geen toevoeging is overgelegd. In dit geval heeft de griffier oorspronkelijk, afgaande op de toevoegingsaanvraag, overeenkomstig art. 16 lid 2 Wgbz, het griffierecht voor onvermogenden geheven. Het verhoogde griffierecht is verschuldigd geworden op het moment dat de toevoeging werd geweigerd. Eiser heeft de griffier daarvan niet op de hoogte gesteld.

De griffier heeft kennelijk niet voorafgaand aan de uitspraakdatum gecontroleerd of de toevoeging was verleend, dan wel geweigerd, noch of het verhoogde griffierecht was gestort. Voor de griffier was dat evenwel ook niet strikt noodzakelijk, omdat hij ook na de uitspraak nog aanspraak kan maken op het verhoogde griffierecht. Wel heeft deze hele gang van zaken tot consequentie dat bij de proceskostenveroordeling door de rechtbank geen rekening kon worden gehouden met het verhoogde griffierecht. 2.4. In het vonnis is dus geen sprake van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel, nu de rechtbank is uitgegaan van de situatie zoals die op dat moment was.

Voor zover de omstandigheid dat de griffier niet voorafgaand aan de uitspraakdatum heeft gecontroleerd of de toevoeging was verleend, dan wel geweigerd noch of het verhoogde griffierecht was gestort al als een apparaatsfout zou moeten worden aangemerkt, hetgeen - gelet op het voorgaande - niet voor de hand ligt, geldt dat apparaatsfouten buiten het bereik van artikel 31 Rv. vallen en dus niet tot herstel van een vonnis kunnen leiden. 2.5. Het verzoek tot herstel moet daarom worden afgewezen.

3De beslissing

De rechtbank: 3.1. wijst het verzoek om verbetering van het op 21 maart 2018 tussen eiser en gedaagde gewezen verstekvonnis af. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Alt-van Endt en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2018. type: 1366