Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:6022 ECLI:NL:RBDHA:2018:6022 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:6022 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:6022
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.8122 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. A. Heida), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 april 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3 EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2018:6022 · Rechtbank Den Haag: Eiser meent dat hij niet aan Duitsland moet worden overgedragen. Hij is naar zijn zeggen in Duitsland in september 2016 slachtoffer geworden van mishandeling en heeft toen geen bescherming gekregen. Eiser heeft op zijn aangifte niets vernomen van de politie en meent dat daarom niet van hem mag worden verwacht dat hij zich opnieuw tot de autoriteiten in Duitsland wendt. Voor zijn gezondheidsklachten in verband met astma heeft eiser in Duitsland een ontoereikende antibioticakuur gekregen. Hij kreeg in zijn contacten met een arts nooit hulp van een tolk. Eiser vreest bij terugkeer in Duitsland opnieuw niet voldoende te worden geholpen. Hij meent daarom dat overdracht aan Duitsland in strijd is met artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest EU.

Keywords

AI generated
inaction of public prosecutor inadequate medical examination deportation despite health issues police misconduct undisclosed pre-existing condition compulsory medical treatment

Cited Legislation

AI generated
artikel 3 EVRM
Hij meent daarom dat overdracht aan Duitsland in strijd is met artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest EU.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.8122 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. A. Heida), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 25 april 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.8123, plaatsgevonden op 17 mei 2018. Partijen zijn niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser heeft op 4 februari 2018 een asielaanvraag ingediend. Niet in geschil is dat eiser eerder op 11 juni 2015 in Duitsland heeft gevraagd om internationale bescherming.

Deze aanvraag is afgewezen. Duitsland heeft op 28 februari 2018 ingestemd met terugname van eiser.

2. Gelet hierop heeft verweerder in het bestreden besluit van 25 april 2018 terecht geconcludeerd dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.

3. Eiser meent dat hij niet aan Duitsland moet worden overgedragen. Hij is naar zijn zeggen in Duitsland in september 2016 slachtoffer geworden van mishandeling en heeft toen geen bescherming gekregen. Eiser heeft op zijn aangifte niets vernomen van de politie en meent dat daarom niet van hem mag worden verwacht dat hij zich opnieuw tot de autoriteiten in Duitsland wendt. Voor zijn gezondheidsklachten in verband met astma heeft eiser in Duitsland een ontoereikende antibioticakuur gekregen. Hij kreeg in zijn contacten met een arts nooit hulp van een tolk. Eiser vreest bij terugkeer in Duitsland opnieuw niet voldoende te worden geholpen. Hij meent daarom dat overdracht aan Duitsland in strijd is met artikel 3 EVRM en artikel 4 Handvest EU.

4. Zoals verweerder al in het bestreden besluit heeft overwogen, mag ervan uit worden gegaan dat eiser in Duitsland bescherming kan krijgen tegen problemen zoals die door hem zijn gesteld. Uit de enkele omstandigheid dat eiser vóór zijn vertrek uit Duitsland nog niets had gehoord op zijn aangifte kan niet worden afgeleid dat dit niet zo is. Daarbij mocht overigens weldegelijk van eiser worden verlangd dat hij zou informeren naar de stand van zaken op zijn aangifte.

5. Zoals verweerder verder ook heeft overwogen, heeft eiser heeft zijn medische problemen niet onderbouwd met documenten en valt niet in te zien waarom eiser juist in Nederland zou moeten worden behandeld voor zijn gezondheidsklachten. Op grond van de Opvangrichtlijn komt eiser in Duitsland in aanmerking voor medisch noodzakelijke zorg. Voor zover eiser van mening is dat Duitsland hierin tekortschiet, dient hij hierover in Duitsland te klagen.

6. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag over te nemen.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2018. Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.