ECLI:NL:RBDHA:2018:5166 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL18.6702 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2018:5166 · Rechtbank Den Haag: J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL18.6702 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij bericht van 11 april 2018 heeft de gemachtigde van verzoeker, mr. K. Martens, aangegeven zich als gemachtigde terug te trekken. Bij brief van 11 april 2018 heeft de voorzieningenrechter de kennisgeving van de zitting en een exemplaar van het digitale dossier aan verzoeker doen toekomen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek dat gepland stond op de zitting van 19 april 2018 aangehouden, omdat verzoeker niet is verschenen en de voorzieningenrechter het van belang acht dat verzoeker persoonlijk aanwezig is bij de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.6701 & NL18.6703 & NL18.6704 & NL18.6705 & NL18.6706, plaatsgevonden op 24 april 2018. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter het onderzoek gesloten en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Bij mondelinge uitspraak van heden, in de procedure met zaaknummer NL18.6701, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
3. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 april 2018.Deze uitspraak is gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.