Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:5163 ECLI:NL:RBDHA:2018:5163 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:5163 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:5163
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL18.6701 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:5163 · Rechtbank Den Haag: J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Keywords

AI generated
default of counsel lack of prosecutorial standing reintegration into working life reopening of proceedings in absentia legal profession proper legal representation
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL18.6701 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.J. Balfoort). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Bij bericht van 11 april 2018 heeft de gemachtigde van eiser, mr. K. Martens, aangegeven zich als gemachtigde terug te trekken. Bij brief van 11 april 2018 heeft de rechtbank de kennisgeving van de zitting en een exemplaar van het digitale dossier aan eiser doen toekomen. De rechtbank heeft het onderzoek dat gepland stond op de zitting van 19 april 2018 aangehouden, omdat eiser niet is verschenen en de rechtbank het van belang acht dat eiser persoonlijk aanwezig is bij de behandeling van het beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL18.6702 & NL18.6703 & NL18.6704 & NL18.6705 & NL18.6706, plaatsgevonden op 24 april 2018. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank constateert dat er geen beroepsgronden zijn ingediend en dat de gemachtigde van eiser zich heeft teruggetrokken. Eiser is ook niet ter zitting verschenen om beroepsgronden aan te voeren.

3. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 april 2018. Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.