Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:4861 ECLI:NL:RBDHA:2018:4861 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:4861 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:4861
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL18.6087 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 13 april 2018 in de zaak tussen [naam] , eiser, gemachtigde: mr. N. Vollebergh, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. P.M.W. Jans. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 maart 2018 (bestreden besluit). De behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Eiser is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en van Guinese nationaliteit. Op 2 oktober 2015 heeft eiser Guinee verlaten. Van 25 juli 2017 tot 21 februari 2018 verbleef hij in Italië. Op 28 februari 2018 heeft eiser in Nederland gevraagd om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:4861 · Rechtbank Den Haag: Uitgangspunt is dat verweerder er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van mag uitgaan dat - in dit geval - Italië zijn verdragsverplichtingen zal nakomen en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat dit anders is. Verweerder stelt zich onder verwijzing naar onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2278) terecht op het standpunt dat, hoewel in Italië de algemene situatie en leefomstandigheden van asielzoekers bepaalde tekortkomingen kennen, geen sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen op grond waarvan ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.

Keywords

AI generated
deportation despite health issues principle of non-refoulement asylum application of Ethiopian illegal departure grounds situation in country of origin visas, asylum, immigration, etc

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2016:2278
201508456/1/V3. Datum uitspraak: 10 augustus 2016 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 11 november 2015 in zaken nrs. 15/18823, 15/18831, 15/18834 en 15/18837 in het geding tussen: [vreemdeling 1] (hierna: de vreemdeling), [vreemdeling 2], [vreemdeling 3] en [vreemdeling 4] (hierna: gezamenlijk de vreemdelingen) en de staatssecretaris.
ECLI:NL:RVS:2017:73
201607228/1/V3 Datum uitspraak: 16 januari 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 15 september 2016 in zaken nrs. 16/17984 en 16/17979 in het geding tussen: [vreemdeling 1] en [vreemdeling 2] en de staatssecretaris. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 9 augustus 2016 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen.
ECLI:NL:RVS:2017:971
201702011/1/V3. Datum uitspraak: 7 april 2017 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, appellant, tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 27 februari 2017 in zaken nrs. 17/2240 en 17/2242 in het geding tussen: [vreemdeling A] en [vreemdeling B], mede voor hun minderjarig kind, en de staatssecretaris. Procesverloop Bij onderscheiden besluiten van 27 januari 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL18.6087 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 13 april 2018 in de zaak tussen [naam] , eiser, gemachtigde: mr. N. Vollebergh, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. P.M.W. Jans. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 maart 2018 (bestreden besluit). De behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2018. Eiser is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en van Guinese nationaliteit. Op 2 oktober 2015 heeft eiser Guinee verlaten. Van 25 juli 2017 tot 21 februari 2018 verbleef hij in Italië. Op 28 februari 2018 heeft eiser in Nederland gevraagd om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat Italië daarvoor verantwoordelijk wordt geacht. Met Italië is op 21 maart 2018 een claimakkoord tot stand gekomen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (hierna: de Dublinverordening), nadat uit Eurodac is gebleken dat eiser op 3 augustus 2017 in Italië heeft gevraagd om verlening van een asielvergunning.

3. Eiser heeft daartegen aangevoerd dat ten aanzien van Italië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Aan eiser is in Italië medische zorg onthouden, terwijl hij kampt(e) met pijnklachten aan zijn gebit en buikpijn. Verwezen wordt naar het Country Report: Italy (2017 Update) van Asylum Information Database (hierna: AIDA) van 21 maart 2018, pagina 95 en 96 en het rapport Out of Sight van Artsen zonder grenzen van 8 februari 2018. Daaruit blijkt dat voor vreemdelingen in Italië spoedopnames de enige manier worden om toegang tot gezondheidszorg te krijgen. Verder wordt een beroep gedaan op het arrest van het EHRM van 4 november 2014, Tarakhel tegen Zwitserland (ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712) (hierna: het arrest Tarakhel) vanwege de medische omstandigheden van eiser. De rechtbank overweegt als volgt.

4. Uitgangspunt is dat verweerder er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van mag uitgaan dat - in dit geval - Italië zijn verdragsverplichtingen zal nakomen en dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat dit anders is. Verweerder stelt zich onder verwijzing naar onder andere de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2278) terecht op het standpunt dat, hoewel in Italië de algemene situatie en leefomstandigheden van asielzoekers bepaalde tekortkomingen kennen, geen sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen op grond waarvan ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan.

Uit meer recente uitspraken van de Afdeling, bijvoorbeeld van 16 januari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:73) en 7 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:971), blijkt niet dat dit uitgangspunt niet langer geldt. De rapporten waarnaar eiser verwijst bieden geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de algemene situatie en leefomstandigheden van asielzoekers zodanig zijn verslechterd ten opzichte van de situatie in de perioden die in voormelde uitspraken aan de orde waren, dat niet langer van die jurisprudentie kan worden uitgegaan. De grond faalt.

5. Ten aanzien van het beroep op het arrest Tarakhel overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder mag er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel van uitgaan dat eiser in Italië zonodig medische zorg zal krijgen. Hoewel de medische situatie van een vreemdeling ertoe zou kunnen leiden dat die persoon als bijzonder kwetsbaar in de zin van het arrest Tarakhel aangemerkt dient te worden, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij als bijzonder kwetsbaar persoon moet worden beschouwd reeds omdat de gestelde klachten niet met stukken zijn onderbouwd. Niet aannemelijk is dat eiser, zonder het verkrijgen van aanvullende garanties, in Italië geen adequate zorg- en opvangvoorzieningen zal krijgen. Deze grond faalt eveneens.

6. Geconcludeerd wordt dat het beroep ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Loonstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 april 2018. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.