Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:4332 ECLI:NL:RBDHA:2018:4332 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:4332 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:4332
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/13468 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2018 in de zaak tussen [eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.S. Jordan), en De Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld). Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Bij besluit van 5 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2018:4332 · Rechtbank Den Haag: Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Tevens is verschenen [persoon A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres kan worden ontvangen in haar beroep. Op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

Keywords

AI generated
principle of non-refoulement expulsion of family members unreasonableness of expulsion risk of emigration justified insurer position deportation despite health issues

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/13468 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2018 in de zaak tussen [eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.S. Jordan), en De Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. W.A. Kleingeld). Procesverloop Bij besluit van 27 februari 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Bij besluit van 5 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 februari 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Tevens is verschenen [persoon A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of eiseres kan worden ontvangen in haar beroep. Op grond van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld.

2. Verweerder heeft bij het primaire besluit de visumaanvraag van eiseres afgewezen. [persoon A], die als referent optreedt, heeft daartegen bezwaar ingesteld. Dit bezwaar is door verweerder in behandeling genomen en is kennelijk ongegrond verklaard. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

3. De rechtbank stelt vast dat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit. Eiseres heeft wel beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt dat zij geen bezwaar heeft ingesteld. Dat in het bestreden besluit staat dat het bezwaarschrift is ingediend namens eiseres, is onvoldoende om dit gebrek verschoonbaar te achten.

4. Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak komt de rechtbank niet toe.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Soffers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.F. Binnendijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2018. Rechtsmiddel Ingevolge artikel 84, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 staat tegen deze uitspraak geen hoger beroep open.