Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:3705 ECLI:NL:RBDHA:2018:3705 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:3705 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:3705
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.4238 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2018 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. C.H. van den Berg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. Groenendijk). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 19 december 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Makaddam. Tevens is de neef van eiser verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1972.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:3705 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser op 8 november 2017 door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk te Amman, Jordanië, in het bezit is gesteld van een Schengenvisum, geldig van 18 november 2017 tot 17 december 2017, voor de duur van vijf dagen. Het verzoek om overname dat verweerder bij Frankrijk heeft gedaan op grond van artikel 12, vierde lid, van verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening), heeft Frankrijk op 12 januari 2018 aanvaard. 3.1 Eiser is het niet eens met het bestreden besluit.

Keywords

AI generated
asylum for Syrian nationals visa applicability of immigration law admission of aliens migration administration framework foreign nationals
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL18.4238 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2018 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. C.H. van den Berg), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. Groenendijk). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser van 19 december 2017 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Makaddam. Tevens is de neef van eiser verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser heeft de Syrische nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1972.

2. Verweerder heeft de aanvraag niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiser op 8 november 2017 door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk te Amman, Jordanië, in het bezit is gesteld van een Schengenvisum, geldig van 18 november 2017 tot 17 december 2017, voor de duur van vijf dagen. Het verzoek om overname dat verweerder bij Frankrijk heeft gedaan op grond van artikel 12, vierde lid, van verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening), heeft Frankrijk op 12 januari 2018 aanvaard. 3.1 Eiser is het niet eens met het bestreden besluit.

Primair betwist hij dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Het visum dat Frankrijk heeft afgegeven betreft enkel een transitvisum, geldig als doorreis door de internationale transitzone en derhalve niet voor toegang tot het grondgebied van Frankrijk. 3.2 Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat uit EU-Vis is gebleken dat eiser in het bezit is gesteld van een Schengenvisum en dat eiser niet onderbouwd heeft dat zijn visum slechts een transitvisum betrof. 3.3 De rechtbank stelt vast dat Frankrijk op het verzoek om de behandeling van het asielverzoek over te nemen heeft beslist terwijl het bekend was met het feit dat eiser een Schengenvisum/transit had.

De rechtbank overweegt dat de Dublinverordening geen aanknopingspunten biedt om onderscheid te maken tussen soorten visa bij vaststelling van het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. De rechtbank vindt steun voor deze overweging in artikel 12, derde lid, van de Verordening. 4 De grond die eiser subsidiair naar voren heeft gebracht – dat zijn neef in Nederland afhankelijk van hem is – kan niet slagen nu die onvoldoende is onderbouwd. 5 Het voorgaande leidt tot ongegrondverklaring van het beroep. 6 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2018. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.