Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:3458 ECLI:NL:RBDHA:2018:3458 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:3458 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:3458
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank den haag Zittingsplaats 's-Gravenhage NAV Zaaknr.: 6691192 EJ VERZ 18-63232 26 maart 2018 Beschikking van de kantonrechter op het verzoek van: 1 [verzoeker 1] , 2. [verzoeker 2] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekers, gemachtigde: C.W.N. Paulusma (Notariskantoor Vermeul). Verzoekers hebben het verzoek gedaan in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers (ouders) van de minderjarigen: 1 [minderjarige 1] ,geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] , 2. [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , beiden wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen: de minderjarigen, erfgenamen in de nalatenschap van: [erflater] , geboren op [geboortedag] 1946 te Rotterdam, overleden op [overlijdensdag] 2010 te Spijkenisse, laatst gewoond hebbende te Hellevoetsluis, hierna ook te noemen: erflater.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 3:183 lid 2 BW, artikel 1:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek; ECLI:NL:RBDHA:2018:3458 · Rechtbank Den Haag: Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, inkomen ter griffie op 1 maart 2018. Beoordeling Verzoekers verzoeken de kantonrechter om op grond van het bepaalde in artikel 3:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek goedkeuring te verlenen voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap van erflater conform de bij het verzoekschrift gevoegde staat van ontvangsten en uitgaven. Uit dat stuk blijkt dat twee van de vijf erfgenamen minderjarig zijn. Omdat zij daardoor het vrije beheer over hun goederen missen, kunnen zij ook niet zelfstandig aan de verdeling van de nalatenschap meewerken.

Keywords

AI generated
allocation of family home division of inheritance rights of heirs devolution of estate liquidation of estate composition authority

Cited Legislation

AI generated
artikel 3:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
Beoordeling Verzoekers verzoeken de kantonrechter om op grond van het bepaalde in artikel 3:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek goedkeuring te verlenen voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap van erflater conform de bij het verzoekschrift gevoegde staat van ontvangsten en uitgaven.
artikel 3:183 lid 2 BW
De gevraagde goedkeuring voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap als bedoeld in artikel 3:183 lid 2 BW kan dan ook worden verleend, echter onder de voorwaarde dat de aan ieder van de minderjarigen uit te keren gelden worden gestort op een rekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen.
artikel 1:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank den haag Zittingsplaats 's-Gravenhage NAV Zaaknr.: 6691192 EJ VERZ 18-63232 26 maart 2018 Beschikking van de kantonrechter op het verzoek van: 1 [verzoeker 1] , 2. [verzoeker 2] , beiden wonende te [woonplaats] , verzoekers, gemachtigde: C.W.N. Paulusma (Notariskantoor Vermeul). Verzoekers hebben het verzoek gedaan in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers (ouders) van de minderjarigen: 1 [minderjarige 1] ,geboren op [geboortedag] 2005 te [geboorteplaats] , 2. [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , beiden wonende te [woonplaats] , hierna ook te noemen: de minderjarigen, erfgenamen in de nalatenschap van: [erflater] , geboren op [geboortedag] 1946 te Rotterdam, overleden op [overlijdensdag] 2010 te Spijkenisse, laatst gewoond hebbende te Hellevoetsluis, hierna ook te noemen: erflater.

Procedure De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, inkomen ter griffie op 1 maart 2018. Beoordeling Verzoekers verzoeken de kantonrechter om op grond van het bepaalde in artikel 3:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek goedkeuring te verlenen voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap van erflater conform de bij het verzoekschrift gevoegde staat van ontvangsten en uitgaven. Uit dat stuk blijkt dat twee van de vijf erfgenamen minderjarig zijn. Omdat zij daardoor het vrije beheer over hun goederen missen, kunnen zij ook niet zelfstandig aan de verdeling van de nalatenschap meewerken.

Voormeld artikel bepaalt dat in een geval als de onderhavige de verdeling geschiedt bij notariële akte en moet worden goedgekeurd door de kantonrechter die bevoegd is de wettelijk vertegenwoordigers van de minderjarigen die het vrije beheer over hun goederen missen tot beschikkingshandelingen te machtigen. De kantonrechter kan dispensatie van de vormvoorschriften verlenen. De kantonrechter zal het verzoek bedoelde dispensatie te verlenen toewijzen. Vast staat immers dat het erfdeel van de minderjarigen relatief klein is en de kosten van een notariële akte niet in verhouding staan tot de omvang van de nalatenschap.

Ook is niet gebleken dat de belangen van de minderjarige bij de voorgestelde wijze van verdeling onvoldoende zijn gewaarborgd. De gevraagde goedkeuring voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap als bedoeld in artikel 3:183 lid 2 BW kan dan ook worden verleend, echter onder de voorwaarde dat de aan ieder van de minderjarigen uit te keren gelden worden gestort op een rekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen. Beslissing De kantonrechter: verleent dispensatie van de vormvoorschriften als bedoeld in artikel 1:183 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek; verleent goedkeuring voor de onderhandse verdeling van de nalatenschap conform aangehechte staat van ontvangsten en uitgaven, zulks onder de voorwaarde dat het aan ieder van de minderjarigen toekomende erfdeel wordt gestort op een rekening ten name van de afzonderlijke minderjarigen; 3 wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2018, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof te Den Haag hoger beroep worden ingesteld: a door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. b door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden