ECLI:NL:RBDHA:2018:3438 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage Zaaknr.: 6572083 EJ VERZ 18-60280 BM.nr.: CB 78445 26 maart 2018 Ambtshalve beschikking van de kantonrechter betreffende afwezigheidsbewind De rechtbank te Den Haag heeft bij beschikking van 16 mei 1991 [beschermingsbewindvoerder] , [woonplaats] , [adres] , bewindvoerder, benoemt tot bewindvoerder over het vermogen van de afwezige: [afwezige] , laatstelijk wonende te Den Haag, thans zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in of buiten Nederland, geboren op [geboortedag] 1956 te [plaats] , rechthebbende, uitsluitend met betrekking tot het onroerend goed gelegen aan de [adres] te [plaats] .
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2018:3438 · Rechtbank Den Haag: Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage Zaaknr.: 6572083 EJ VERZ 18-60280 BM.nr.: CB 78445 26 maart 2018 Ambtshalve beschikking van de kantonrechter betreffende afwezigheidsbewind De rechtbank te Den Haag heeft bij beschikking van 16 mei 1991 [beschermingsbewindvoerder] , [woonplaats] , [adres] , bewindvoerder, benoemt tot bewindvoerder over het vermogen van de afwezige: [afwezige] , laatstelijk wonende te Den Haag, thans zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in of buiten Nederland, geboren op [geboortedag] 1956 te [plaats] , rechthebbende, uitsluitend met betrekking tot het onroerend goed gelegen aan de [adres] te [plaats] .
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ‘s-Gravenhage Zaaknr.: 6572083 EJ VERZ 18-60280 BM.nr.: CB 78445 26 maart 2018 Ambtshalve beschikking van de kantonrechter betreffende afwezigheidsbewind De rechtbank te Den Haag heeft bij beschikking van 16 mei 1991 [beschermingsbewindvoerder] , [woonplaats] , [adres] , bewindvoerder, benoemt tot bewindvoerder over het vermogen van de afwezige: [afwezige] , laatstelijk wonende te Den Haag, thans zonder bekende woon- en/of verblijfplaats in of buiten Nederland, geboren op [geboortedag] 1956 te [plaats] , rechthebbende, uitsluitend met betrekking tot het onroerend goed gelegen aan de [adres] te [plaats] .
Overwegingen Het onroerend goed waarover het bewind is uitgesproken is op 16 september 1991 verkocht. Over het na aftrek van de hypothecaire geldlening en kosten van de verkoopopbrengst resterende bedrag van 32.237,28 is sedertdien bewind gevoerd door de bewindvoerder. De verblijfplaats van rechthebbende is tot op heden onbekend. Het aan rechthebbende toebehorende banksaldo kan daarom niet aan hem worden overgedragen. Door de kosten van het bewind is het onder bewind staande vermogen van rechthebbende de afgelopen jaren steeds kleiner geworden.
De kantonrechter is van oordeel dat het laten voortbestaan van het bewind onder deze omstandigheden niet in het belang van rechthebbende is. Hoewel de wet daartoe niet uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt, zal de kantonrechter, gelet op voornoemde omstandigheden, de bewindvoerder opdragen het vermogen van rechthebbende te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën. Nadat de bewindvoerder dit bedrag heeft gestort en hiervan het bewijs van consignatie van het Ministerie van Financiën heeft overgelegd, zal het bewind worden opgeheven.
Beslissing De kantonrechter: draagt de bewindvoerder op het vermogen van rechthebbende te storten in de consignatiekas van het Ministerie van Financien; houdt iedere verdere beslissing aan. Gegeven door mr. A. Emmens, kantonrechter te Den Haag, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2018. Tegen deze beslissing kan door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het Gerechtshof Den Haag hoger beroep worden ingesteld: a door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak. b door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.