Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:2950 ECLI:NL:RBDHA:2018:2950 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:2950 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:2950
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 18/1121 uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 maart 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker (gemachtigde mr. H. Loonstein), tegen de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. J.O. van der Loo). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan – voor zover hier van belang - indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:86 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2018:2950 · Rechtbank Den Haag: H. Loonstein), tegen de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. J.O. van der Loo). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan – voor zover hier van belang - indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
passport visa for temporary stay Nigerian asylum application golden passport health certificate prohibition of expulsion of nationals

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:86 van de Awb
Voorts wijst de voorzieningenrechter op artikel 8:86 van de Awb waaruit volgt dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet is bedoeld om via een verzoekschrift sneller een beslissing in de hoofzaak te verkrijgen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 18/1121 uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 maart 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker (gemachtigde mr. H. Loonstein), tegen de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. J.O. van der Loo). Overwegingen Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan – voor zover hier van belang - indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Artikel 8:83, derde lid, van de Awb bepaalt dat de voorzieningenrechter uitspraak kan doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van laatstbedoelde bevoegdheid gebruik te maken. Volgens vaste jurisprudentie is voor het treffen van een voorlopige voorziening slechts plaats indien sterke twijfel bestaat aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit èn een zwaarwegend spoedeisend belang maakt dat het voor betrokkene onevenredig bezwaarlijk zou zijn de uitspraak op het ingestelde beroep te moeten afwachten.

Verzoeker heeft aan zijn verzoek om een voorlopige voorziening ten grondslag gelegd dat hem een Nederlands paspoort zou moeten worden verstrekt en dat hij zijn bejaarde en zieke vader in Nederland wenst te kunnen bezoeken. De voorzieningenrechter overweegt dat niet in geschil is dat verzoeker in bezit is van een Israëlisch paspoort en daarmee zonder visum naar Nederland – en overigens ook de omringende landen - kan reizen om zijn zieke vader te bezoeken. Voorts wijst de voorzieningenrechter op artikel 8:86 van de Awb waaruit volgt dat de voorlopige voorzieningenprocedure niet is bedoeld om via een verzoekschrift sneller een beslissing in de hoofzaak te verkrijgen.

De voorzieningenrechter ziet, concluderend, geen spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek zal als kennelijk ongegrond worden afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank: wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Dutrieux, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Egter van Wissekerke, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2018. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.