Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:15158 ECLI:NL:RBDHA:2018:15158 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:15158 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:15158
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL18.21803 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:15158 · Rechtbank Den Haag: Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen Verzoekster is van Eritrese nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum]. Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803, welke op 15 januari 2019 op zitting staat, naar voren te halen. Aangezien ingevolge artikel 27, derde lid, Vo 604/2013, een eerst ingediende voorlopige voorziening afgewacht mag worden. Nu de uiterste overdrachtsdatum is gesteld op 15 januari 2019 en de overdracht gelet hierop illusoir dreigt te worden.

Keywords

AI generated
late submission preclusion missed deadline unjustified procedural delay untimely request for extension cost advance deadline statute of limitations bar
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: NL18.21803 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster gemachtigde: mr. C.K.E.E. Fischer-Fuhler, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 15 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen Verzoekster is van Eritrese nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum]. Bij schrijven van 11 december 2018 heeft verweerder verzocht de ingediende voorlopige voorziening NL18.21803, welke op 15 januari 2019 op zitting staat, naar voren te halen. Aangezien ingevolge artikel 27, derde lid, Vo 604/2013, een eerst ingediende voorlopige voorziening afgewacht mag worden. Nu de uiterste overdrachtsdatum is gesteld op 15 januari 2019 en de overdracht gelet hierop illusoir dreigt te worden.

Bij schrijven van 14 december 2018 heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen het toewijzen van de gevraagde voorziening. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om een voorlopige voorziening toe en zal verweerder verbieden verzoeker over te dragen aan Italië voordat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).

Omdat aan verzoekster een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener. Beslissing De voorzieningenrechter: - treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 501,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van H.B. Slot-Akkerman, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: 18 december 2018.

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.