Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:14570 ECLI:NL:RBDHA:2018:14570 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:14570 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:14570
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/4505 uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 december 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. A.A. Ubbergen), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 1 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ ingetrokken en de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Bij besluit van 22 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op haar beroep is beslist. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2018:14570 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 18/4504 - na behandeling hiervan ter zitting op 21 november 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.

Keywords

AI generated
discontinuation of proceedings right to disconnect abandonment of employment cessation of gainful employment non-active status non-renewal of contract

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 18/4504 - na behandeling hiervan ter zitting op 21 november 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/4505 uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 december 2018 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster], verzoekster, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. A.A. Ubbergen), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 1 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend onder de beperking ‘tijdelijke humanitaire gronden’ ingetrokken en de aanvraag voor verlening van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking ‘niet-tijdelijke humanitaire gronden’ afgewezen. Bij besluit van 22 mei 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op haar beroep is beslist. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep te bepalen dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.

2. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 18/4504 - na behandeling hiervan ter zitting op 21 november 2018 - ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.

3. Het verzoek zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Kroon-Overdijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 december 2018. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.