Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:13831 ECLI:NL:RBDHA:2018:13831 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:13831 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:13831
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/3893 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: J.F. Sang-Ajang), tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. van Tol). Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de zin van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking ‘overige humanitaire redenen’, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2018:13831 · Rechtbank Den Haag: Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Keywords

AI generated
statute of limitations bar withdrawal of opposition late objection to debt enforcement third-party claim procedure in attachment exposure to danger intimidation lawsuit

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/3893 uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 november 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: J.F. Sang-Ajang), tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L. van Tol). Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de zin van artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, onder de beperking ‘overige humanitaire redenen’, afgewezen.

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 november 2018. Verzoeker, is met voorgaand bericht, niet verschenen. Verweerder is ook niet verschenen. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. Bij brief van 25 oktober 2018 heeft verweerder medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van hetgeen in het verzoekschrift is verzocht omdat verweerder van plan is een hoorzitting te plannen.

3. Nu tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker behoort te worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden totdat op het bezwaarschrift is beslist.

4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb in samenhang met artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan verzoeker een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; - verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het bezwaarschrift is beslist; - draagt verweerder op het griffierecht van € 170,- aan verzoeker te vergoeden; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 501,-. De uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2018. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.