Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:13380 ECLI:NL:RBDHA:2018:13380 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:13380 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:13380
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.17568 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:13380 · Rechtbank Den Haag: J.W.F. Noot), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Keywords

AI generated
deportation in asylum proceedings unreasonableness of return to Afghanistan asylum of Sri Lankan nationals departure from a country reinstatement of refugee status prolonged absence abroad
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.17568 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.17569, plaatsgevonden op 25 oktober 2018. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. Bij brief van 23 oktober 2018 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiser blijkens het registratiesysteem van verweerder en de Dienst Terugkeer & Vertrek met ingang van 26 september 2018 met onbekende bestemming is vertrokken, en dat het Centraal Orgaan opvang asielzoekers dit heeft bevestigd.

2. Ter zitting heeft eisers gemachtigde desgevraagd namens eiser meegedeeld dat eiser eveneens op 26 september 2018 opdracht heeft gegeven om beroep in te stellen tegen het bestreden besluit, maar dat eiser vervolgens is weggegaan en geen contact meer met zijn gemachtigde heeft onderhouden.

3. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op toelating tot Nederland. Er is daarom niet langer sprake van een procesbelang. Het beroep is om die reden niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 25 oktober 2018. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.