Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:13139 ECLI:NL:RBDHA:2018:13139 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:13139 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:13139
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/09/552985 / HA ZA 18-543 Vonnis van 19 september 2018 in de zaak van de stichting STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING, gevestigd te Zoetermeer, eiseres, advocaat: mr. F.R.A. Schaaf, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat: mr. L.C. Blok. 1Het verzoek en de beoordeling daarvan 1.1. Namens gedaagde is op 15 augustus 2018 pleidooi gevraagd. Dit verzoek is onderbouwd door te wijzen op de omvang van de dagvaarding en niet nader geduide persoonlijke omstandigheden van gedaagde, die eraan in de weg zouden hebben gestaan om voor antwoord te concluderen.

Legislator headnote

AI generated

art. 134 Rv, artikel 6 EVRM, artikel 133 lid 4 Rv, artikel 128 lid 3 Rv; ECLI:NL:RBDHA:2018:13139 · Rechtbank Den Haag: Daartoe is noodzakelijk dat van de zijde van de wederpartij tegen toewijzing van het verzoek klemmende redenen worden aangevoerd of dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Verg. onder meer HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7596, HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7254 en meer recent HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3151. 1.3. Op de rol van 1 augustus 2018 is aan gedaagde een akte van niet-dienen verleend, omdat hij niet op de daarvoor bepaalde roldatum voor antwoord heeft geconcludeerd. Omdat gedaagde niet tijdig voor antwoord heeft geconcludeerd, is zijn recht om deze proceshandeling te verrichten ingevolge artikel 133 lid 4 Rv vervallen.

Keywords

AI generated
forfeiture of recourse rights reopening of proceedings in absentia consequences of withdrawal right to legal counsel partial claim right to an effective remedy

Cited Legislation

AI generated
art. 134 Rv
Voordat de rechter over de zaak beslist, wordt aan partijen desverlangd gelegenheid geboden voor pleidooien (art. 134 Rv).
artikel 6 EVRM
Het recht om het standpunt mondeling te bepleiten vloeit ook voort uit artikel 6 EVRM.
artikel 133 lid 4 Rv
Omdat gedaagde niet tijdig voor antwoord heeft geconcludeerd, is zijn recht om deze proceshandeling te verrichten ingevolge artikel 133 lid 4 Rv vervallen.
artikel 128 lid 3 Rv
Op grond van artikel 128 lid 3 Rv was zijn recht daartoe echter reeds voordat hij om pleidooi vroeg vervallen, nu hij niet ten principale heeft geantwoord.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Handel zaaknummer / rolnummer: C/09/552985 / HA ZA 18-543 Vonnis van 19 september 2018 in de zaak van de stichting STICHTING SCHADEREGELINGSKANTOOR VOOR RECHTSBIJSTANDVERZEKERING, gevestigd te Zoetermeer, eiseres, advocaat: mr. F.R.A. Schaaf, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat: mr. L.C. Blok. 1Het verzoek en de beoordeling daarvan 1.1. Namens gedaagde is op 15 augustus 2018 pleidooi gevraagd. Dit verzoek is onderbouwd door te wijzen op de omvang van de dagvaarding en niet nader geduide persoonlijke omstandigheden van gedaagde, die eraan in de weg zouden hebben gestaan om voor antwoord te concluderen.

Het verzoek vermeldt voorts “belang van cliënt is echter zo groot dat, nu de wederpartij niet om een uitstel accoord gaat, pleidooi gevraagd moet worden.” Eiseres maakte bezwaar tegen toewijzing van dit verzoek. 1.2. Voordat de rechter over de zaak beslist, wordt aan partijen desverlangd gelegenheid geboden voor pleidooien (art. 134 Rv). Het recht om het standpunt mondeling te bepleiten vloeit ook voort uit artikel 6 EVRM. Dit een en ander brengt met zich mee dat een verzoek om de zaak te mogen bepleiten slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag worden afgewezen.

Daartoe is noodzakelijk dat van de zijde van de wederpartij tegen toewijzing van het verzoek klemmende redenen worden aangevoerd of dat toewijzing van het verzoek strijdig zou zijn met de eisen van een goede procesorde. Verg. onder meer HR 2 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT7596, HR 27 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU7254 en meer recent HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3151. 1.3. Op de rol van 1 augustus 2018 is aan gedaagde een akte van niet-dienen verleend, omdat hij niet op de daarvoor bepaalde roldatum voor antwoord heeft geconcludeerd. Omdat gedaagde niet tijdig voor antwoord heeft geconcludeerd, is zijn recht om deze proceshandeling te verrichten ingevolge artikel 133 lid 4 Rv vervallen.

Uit de toelichting van gedaagde op zijn verzoek om pleidooi blijkt dat hij zich alsnog mondeling tegen de vorderingen wenst te verweren. Op grond van artikel 128 lid 3 Rv was zijn recht daartoe echter reeds voordat hij om pleidooi vroeg vervallen, nu hij niet ten principale heeft geantwoord. Het verzoek om pleidooi strekt kennelijk ertoe om de akte van niet-dienen voor het nemen van de conclusie van antwoord te ‘repareren’. Ingeval van toewijzing van dit verzoek wordt de in artikel 128 lid 3 Rv neergelegde regel van verval van recht van een gedaagde om zich tegen een vordering te verweren indien niet tijdig voor antwoord wordt geconcludeerd, echter feitelijk ter zijde gesteld.

Dat is in strijd met de eisen van een goede procesorde. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

2De beslissing

De rolrechter - wijst het namens gedaagde gedane verzoek om pleidooi af; - verwijst de zaak naar de rol van 31 oktober 2018 voor het wijzen van vonnis. Dit vonnis is gewezen door mr. L Alwin en in het openbaar uitgesproken op 19 september 2018. type: coll: