Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:11862 ECLI:NL:RBDHA:2018:11862 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:11862 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:11862
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.15039 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:11862 · Rechtbank Den Haag: P.E.J.M. Bartels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
Albanian asylum request removal European legal status countries outside Europe deportation despite health issues situation in country of origin
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.15039 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen in afwachting van de uitkomst van zijn beroep (NL18.15040). Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de voorziening, plaatsgevonden op 6 september 2018. Eiser en zijn gemachtigde zijn, na voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1.

Eiser is geboren op [geboortedatum] en van Algerijnse nationaliteit. Uit het Eurodac-systeem is gebleken dat hij op 24 november 2017 op illegale wijze via Italië het grondgebied van de Europese Unie is binnengekomen. Italië heeft een verzoek om terugname geaccepteerd. Gelet hierop heeft verweerder terecht vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming.

2. Voor zover eiser eerst in beroep – zonder onderbouwing – heeft gewezen op tekortkomingen in de algemene leefomstandigheden van en medische zorg en scholing voor asielzoekers in Italië, leidt dat niet tot de conclusie dat eiser niet aan Italië kan worden overgedragen. Dit geldt ook voor de niet onderbouwde vrees dat hij als Dublin-claimant na overdracht geen opvang zal krijgen in Italië. Gelet ook op de aanvaarding van de Dublinclaim moet ervan uit worden gegaan dat Italië het verzoek om internationale bescherming van eiser met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen, waaronder de Opvangrichtlijn, zal behandelen. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

3. Er is niet gebleken van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan verweerder gehouden zou zijn om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen.

4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 6 september 2018. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.