Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:11060 ECLI:NL:RBDHA:2018:11060 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:11060 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:11060
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 18/4265 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2018 in de zaak tussen [eiseres], te [plaats], eiseres (gemachtigde: W.D. Roos), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 9 mei 2018. Bij aangetekende brief van 15 juni 2018 is eiseres verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 16 juni 2018 is uitgereikt. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb, artikel 8:55 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2018:11060 · Rechtbank Den Haag: Roos), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 9 mei 2018. Bij aangetekende brief van 15 juni 2018 is eiseres verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 16 juni 2018 is uitgereikt. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
statute of limitations bar reasonable duration of the proceedings untimely recusal request untimely termination restoration of deadline duration of incapacity

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
artikel 8:55 van de Awb
griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 18/4265 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 september 2018 in de zaak tussen [eiseres], te [plaats], eiseres (gemachtigde: W.D. Roos), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder. Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 9 mei 2018. Bij aangetekende brief van 15 juni 2018 is eiseres verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 16 juni 2018 is uitgereikt. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden (de reden waarom in beroep is gegaan). Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat hij de gronden niet heeft toegestuurd.

3. Eiseres heeft bij het indienen van het beroep de gronden niet vermeld. In de brief van de rechtbank van 15 juni 2018 staat dat, indien de gronden niet binnen de gestelde termijn worden ontvangen, niet-ontvankelijkverklaring kan volgen. Eiseres heeft binnen de gestelde termijn geen gronden toegestuurd. Het is niet gebleken dat dit niet aan eiseres is toe te rekenen.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door A.D. van Riel, rechter, in aanwezigheid van drs. F.J.M. van den Berg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 september 2018. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.