Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:10716 ECLI:NL:RBDHA:2018:10716 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:10716 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:10716
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/1688 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2018 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.R. Bissessur), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 21 september 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Bij besluit van 21 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:10716 · Rechtbank Den Haag: A.R. Bissessur), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 21 september 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Bij besluit van 21 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
socio-economic aspects family assets living separate and apart spouse's earned income family and professional life lack of economic substance
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 18/1688 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 augustus 2018 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.R. Bissessur), en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 21 september 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een visum voor kort verblijf afgewezen. Bij besluit van 21 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2018. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. [referent] (hierna: referent) verschenen. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Bij de beoordeling of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van de aanvrager om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum komt verweerder een ruime beoordelingsruimte toe. De rechter kan dit oordeel van verweerder slechts terughoudend toetsen. Verweerder heeft de door eiseres overgelegde documenten onvoldoende kunnen vinden om aan te nemen dat eiseres voldoende sociale en economische binding met Ivoorkust heeft. Verweerder heeft daarbij kunnen betrekken dat eiseres geen kinderen heeft en geen andere familieleden heeft in Ivoorkust die afhankelijk zijn van haar zorg.

De omstandigheid dat eiseres is geboren en getogen in Ivoorkust is onvoldoende om sociale binding aan te nemen. Evenmin is gebleken van zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen. Met betrekking tot de economische binding van eiseres met Ivoorkust heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen uit de stukken niet goed is te herleiden of zij beschikt over een regelmatig en substantieel inkomen vanuit haar bedrijf. Ook de omstandigheid dat zij eigenaar is van een perceel met een woning in Ivoorkust is onvoldoende.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Nobel, griffier, op 15 augustus 2018. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.