Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:9886 ECLI:NL:RBDHA:2017:9886 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:9886 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:9886
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL17.6413 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. B.A. Palm), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Çöplü). Procesverloop Bij besluit van 3 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:9886 · Rechtbank Den Haag: B.A. Palm), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Çöplü). Procesverloop Bij besluit van 3 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Keywords

AI generated
entry into a country applicability of immigration law visas, asylum, immigration, etc unreasonableness of expulsion breach of expulsion order risk of overstaying
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL17.6413 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. B.A. Palm), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. H. Çöplü). Procesverloop Bij besluit van 3 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eiser heeft tegen het inreisverbod afzonderlijk beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2017. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen 1. Het bestreden besluit omvat zowel de beslissing op het asielverzoek als de beslissing inzake het inreisverbod, waardoor het inreisverbod deel uitmaakt van een meeromvattende beschikking. Het beroep gericht tegen deze beschikking onder nummer NL17.6330 ziet derhalve ook op het onderdeel dat het inreisverbod omvat. Gelet hierop hoefde geen afzonderlijk beroep tegen het inreisverbod te worden ingesteld.

2. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.

3. Omdat verweerder onderaan het bestreden besluit had opgenomen dat tegen de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsvergunning en tegen het opleggen van een inreisverbod afzonderlijke beroepschriften ingediend dienen te worden, ziet de rechtbank aanleiding verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Verweerder heeft ter zitting aangegeven zich hier ook niet tegen te verzetten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 495,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 495,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 augustus 2017. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.