Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:774 ECLI:NL:RBDHA:2017:774 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:774 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:774
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/1961 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 januari 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer: [nummer], gemachtigde: mr. S.J. van der Woude, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. F.W.A. Croonen. Procesverloop Bij brief van 25 januari 2017 heeft verweerder aangekondigd dat verzoeker op 27 januari 2017 om 12:05 uur per vliegtuig zal worden uitgezet naar Freetown, Sierra Leone via Brussels Airport. Verzoeker heeft op 26 januari 2016 tegen dit feitelijk handelen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat uitzetting wordt verboden hangende dit bezwaar. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:774 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van twijfel aan verzoekers afkomst en dat reeds in rechte vast staat dat niet aannemelijk is dat verzoeker te vrezen heeft vanwege zijn gestelde verwantschap aan [naam oom]. Daarbij heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 17 januari 2011 (zaaknummer AWB 09/43563) waarbij verzoekers beroep tegen de afwijzing van een eerdere asielaanvraag ongegrond is verklaard. Verweerder heeft in reactie op voornoemde opvolgende asielaanvraag van verzoeker besloten dat uitzetting niet achterwege blijft als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

Keywords

AI generated
asylum of Sri Lankan nationals risk of emigration asylum application of Ethiopian west Africa illegal departure removal
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/1961 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 januari 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker, V-nummer: [nummer], gemachtigde: mr. S.J. van der Woude, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. F.W.A. Croonen. Procesverloop Bij brief van 25 januari 2017 heeft verweerder aangekondigd dat verzoeker op 27 januari 2017 om 12:05 uur per vliegtuig zal worden uitgezet naar Freetown, Sierra Leone via Brussels Airport. Verzoeker heeft op 26 januari 2016 tegen dit feitelijk handelen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat uitzetting wordt verboden hangende dit bezwaar. Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Verzoeker heeft aangevoerd dat thans, anders dan voorheen, in redelijkheid geen twijfel meer mogelijk kan zijn over zijn afkomst uit Sierra Leone nu door de autoriteiten van dat land een laisser passer is afgegeven. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat thans, anders dan voorheen, vaststaat dat zijn oom [naam oom] in 1992 in Sierra Leone is omgebracht. Dit plaatst zijn verhaal in een nieuw daglicht. Ter staving daarvan heeft verzoeker het artikel ‘[naam oom]’ van Wikipedia en het artikel ‘Profile of the Late Colonel [naam oom], Victim of Maada Bio’s Murderous Machine’ van The Salone Monitor overgelegd. Ten slotte heeft verzoeker aangevoerd dat zijn opvolgende asielaanvraag niet tijdig in behandeling is genomen.

3. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is geweest van twijfel aan verzoekers afkomst en dat reeds in rechte vast staat dat niet aannemelijk is dat verzoeker te vrezen heeft vanwege zijn gestelde verwantschap aan [naam oom]. Daarbij heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 17 januari 2011 (zaaknummer AWB 09/43563) waarbij verzoekers beroep tegen de afwijzing van een eerdere asielaanvraag ongegrond is verklaard. Verweerder heeft in reactie op voornoemde opvolgende asielaanvraag van verzoeker besloten dat uitzetting niet achterwege blijft als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).

4. In reactie daarop heeft verzoeker telefonisch te kennen gegeven dat hij niet langer kan volhouden dat eerder sprake zou zijn geweest van twijfel aan zijn afkomst en dat hij evenmin kan volhouden dat de vrees die hij ontleent aan de door hem gestelde verwantschap met [naam oom] een nieuw licht op zijn zaak werpt. De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

5. Op grond van artikel 3.1, tweede lid, aanhef en onder a, van het Vb heeft het indienen van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet tot gevolg dat uitzetting achterwege blijft als sprake is van een opvolgende aanvraag nadat een eerdere aanvraag definitief als ongegrond is afgewezen en geen nieuwe elementen en bevindingen aan de orde zijn gekomen. De voorzieningenrechter stelt vast dat niet langer in geschil is dat geen sprake is van nieuwe elementen of bevindingen. Evenmin is in geschil dat een eerdere asielaanvraag van verzoeker definitief is afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder dan ook terecht toepassing gegeven aan dit artikel. Reeds nu verweerder vóór de geplande uitzetting op de vierde opvolgende aanvraag heeft kunnen beslissen, kan de stelling dat deze aanvraag niet tijdig in behandeling is genomen niet tot toewijzing van het verzoek leiden.

6. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Ente, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2017. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.