ECLI:NL:RBDHA:2017:6061 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL17.2400 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2017 in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer] (gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2017:6061 · Rechtbank Den Haag: F. Ben-Saddek), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL17.2400 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2017 in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer] (gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Daarnaast heeft verweerder bij het bestreden besluit aan eiser, ambtshalve toetsend, geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend en evenmin uitstel van vertrek. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2017. Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Gemachtigde van eiser heeft in zijn schriftelijke beroepsgronden, binnengekomen op 30 mei 2017, kenbaar gemaakt -voor zover hier van belang- dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij voor het laatst contact met eiser had bij de nabespreking van het voornemen van 10 oktober 2016.
Eiser en zijn gemachtigde zijn voorts niet ter zitting verschenen.
2. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem tegen het bestreden besluit ingestelde beroep.
3. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. van Veen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 juni 2017. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.