ECLI:NL:RBDHA:2017:4804 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedREchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/7937 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. B. van Beers). Procesverloop Bij besluit van 7 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2017:4804 · Rechtbank Den Haag: M.J. Paffen), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. B. van Beers). Procesverloop Bij besluit van 7 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/7937 uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 mei 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [eiser] , eiser, V-nummer [vreemdelingennummer] (gemachtigde: mr. M.J. Paffen), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. B. van Beers). Procesverloop Bij besluit van 7 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het bestreden besluit omvat tevens een inreisverbod (2 jaar). Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 april 2017. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens verschenen is M.A. Gardezy, tolk Dari. Overwegingen 1. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om een voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard (AWB 17/7935).
2. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is geen voorlopige voorziening meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.L. van der Waals, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.D. van Loopik, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2017. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.