Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:3185 ECLI:NL:RBDHA:2017:3185 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:3185 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:3185
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/4540 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , van Tunesische nationaliteit, verzoeker (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren) en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, (gemachtigde: mr. S.H.M. Maas). Procesverloop Bij bestreden besluit van 27 februari 2017 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Legislator headnote

AI generated

artikel 14 van de Vw 2000, artikel 64 van de Vw 2000, artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2017:3185 · Rechtbank Den Haag: F.J.M. Schonkeren) en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, (gemachtigde: mr. S.H.M. Maas). Procesverloop Bij bestreden besluit van 27 februari 2017 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Keywords

AI generated
unreasonableness of return to Afghanistan lawful deportation safe country asylum application of Ethiopian principle of non-refoulement revocation of refugee status

Cited Legislation

AI generated
artikel 14 van de Vw 2000
Voorts heeft verweerder aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 verleend en is aan hem geen uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000 verleend.
artikel 64 van de Vw 2000
Voorts heeft verweerder aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 verleend en is aan hem geen uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000 verleend.
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, onder meer indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Hertogenbosch Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/4540 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 maart 2017 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , van Tunesische nationaliteit, verzoeker (gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren) en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, (gemachtigde: mr. S.H.M. Maas). Procesverloop Bij bestreden besluit van 27 februari 2017 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen als kennelijk ongegrond.

Voorts heeft verweerder aan verzoeker geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vw 2000 verleend en is aan hem geen uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000 verleend. Tevens heeft verweerder aan verzoeker een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf de datum dat verzoeker Nederland daadwerkelijk heeft verlaten. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (AWB 17/4539). Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 maart 2017, waar het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening gelijktijdig zijn behandeld. Verzoeker en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen 1. Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, onder meer indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende het beroep met zaaknummer AWB 17/4539 een voorlopige voorziening te treffen totdat op het beroep is beslist.

3. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan op het beroep. Gegeven deze beslissing in de hoofdzaak bestaat geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.A. Buijs, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.