Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:2684 ECLI:NL:RBDHA:2017:2684 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:2684 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:2684
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 17/4862 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 maart 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. A.S. Poelman. Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2017, tegelijk met de behandeling van het verzoek met nr. AWB 17/4864. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:2684 · Rechtbank Den Haag: Gelet hierop heeft verweerder terecht geconcludeerd dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en besloten om eiser aan Litouwen over te dragen.

Keywords

AI generated
tibetan asylum request visas, asylum, immigration, etc asylum of Sri Lankan nationals lawful deportation foreign resident rights entry into a country
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 17/4862 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 maart 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. A.S. Poelman. Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 maart 2017, tegelijk met de behandeling van het verzoek met nr. AWB 17/4864. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.

2. Eiser is een meerderjarige alleenstaande man van Tadzjiekse nationaliteit. Hij heeft op 6 oktober 2016 een asielaanvraag ingediend. Vaststaat dat eiser op 21 september 2016 met een geldig Litouws visum het Schengengebied is ingereisd en dat de geldigheidsduur van het visum niet meer dan zes maanden was verlopen ten tijde van de asielaanvraag. Nederland heeft om die reden Litouwen gevraagd om eiser over te nemen en Litouwen heeft daarin bewilligd.

3. Gelet hierop heeft verweerder terecht geconcludeerd dat Litouwen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en besloten om eiser aan Litouwen over te dragen.

4. Eiser heeft in beroep volstaan met een verwijzing naar zijn bezwaren zoals hij die naar voren heeft gebracht tijdens het aanmeldgehoor en herhaald in de zienswijze. Deze komen er op neer dat hij zich in Litouwen niet veilig voelt en dat hij vreest dat Litouwen hem terug zal sturen naar Kazachstan.

5. Temeer nu Litouwen heeft ingestemd met de overname van eiser, moet worden aangenomen dat eisers asielaanvraag daar zal worden behandeld met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen en dat eiser indien nodig bescherming zal verkrijgen. Eiser heeft in het geheel niet onderbouwd waarom dat in zijn geval anders zal zijn. In beroep heeft hij slechts een niet-vertaald Russisch document overgelegd, zonder toe te lichten wat daarvan de concrete betekenis is voor de beoordeling van het beroep.

6. Het beroep is derhalve ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 16 maart 2017. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.