Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:16767 ECLI:NL:RBDHA:2017:16767 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:16767 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:16767
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank den haag Team Kanton Den Haag vR Rep.nr.: 6312095 \ RP VERZ 17-50509 1 november 2017 Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap Dalosy Projecten B.V.,gevestigd te Ridderkerk,verzoekende partij, gemachtigde: mr. Ph. Ekering,tegen [verwerende partij] , wonende te [woonplaats] ,verwerende partij, niet verschenen in de procedure. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van het op 13 september 2017 op de griffie ingediende verzoekschrift, met producties. Na indiening van het verzoekschrift is de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:16767 · Rechtbank Den Haag: Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden. Beoordeling Het verzoek strekt ertoe, zakelijk weergegeven, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van artikel 7:699 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek. Bij dat verzoek heeft verzoekende partij de verklaring van het UWV overgelegd, als bedoeld in artikel 7:671b lid 5 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Verwerende partij is, hoewel deugdelijk daartoe opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank den haag Team Kanton Den Haag vR Rep.nr.: 6312095 \ RP VERZ 17-50509 1 november 2017 Beschikking in de zaak van: de besloten vennootschap Dalosy Projecten B.V.,gevestigd te Ridderkerk,verzoekende partij, gemachtigde: mr. Ph. Ekering,tegen [verwerende partij] , wonende te [woonplaats] ,verwerende partij, niet verschenen in de procedure. Procedure De kantonrechter heeft kennis genomen van het op 13 september 2017 op de griffie ingediende verzoekschrift, met producties. Na indiening van het verzoekschrift is de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald.

Ter voorbereiding op de mondelinge behandeling heeft verzoekende partij een exploot van betekening en oproeping van 22 september 2017 overgelegd. In dat exploot is aan verwerende partij een afschrift van het verzoekschrift en de daarbij overgelegde producties betekend en is verder verwerende partij opgeroepen om op de mondelinge behandeling van 25 oktober 2017 aanwezig te zijn. Het exploot is aan verwerende partij in persoon betekend. De mondelinge behandeling is gehouden op 25 oktober 2017. Verwerende partij is niet verschenen op de mondelinge behandeling.

Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden. Beoordeling Het verzoek strekt ertoe, zakelijk weergegeven, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van artikel 7:699 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek. Bij dat verzoek heeft verzoekende partij de verklaring van het UWV overgelegd, als bedoeld in artikel 7:671b lid 5 sub b van het Burgerlijk Wetboek. Verwerende partij is, hoewel deugdelijk daartoe opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.

Verwerende partij heeft evenmin op andere wijze tijdig gereageerd. Verwerende partij heeft aldus de door verzoekende partij aan het verzoek ten grondslag gelegde stellingen onweersproken gelaten. Die stellingen staan in deze procedure daarmee vast. De aldus vaststaande stellingen vormen voldoende grondslag voor het op na te melden wijze toewijzen van het verzoek. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om een van de partijen in de kosten te veroordelen Beslissing ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 2 november 2017 op grond van het bepaalde in artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.