Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:16099 ECLI:NL:RBDHA:2017:16099 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:16099 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:16099
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 17-3269 Zaaknummer: C/09/531650 Datum beschikking: 8 september 2017 Gerechtelijke vaststelling ouderschap Beschikking op het op 3 mei 2017 ingekomen verzoekschrift van: [verzoekster] , verzoekster, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. A.M. Bouwmeester te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [belanghebbende] , de moeder (van verzoekster), wonende te [woonplaats] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; de schriftelijke verklaring van de moeder van 12 mei 2017, inhoudende dat zij instemt met toewijzing van het verzoek, althans geen verweer wenst te voeren, en verklaart geen gebruik te willen maken van haar recht om door de rechter te worden gehoord; het bericht van 6 juni 2017 van de zijde van verzoekster; het bericht van 13 juni 2017 met bijlagen van de zijde van verzoekster.

Legislator headnote

AI generated

artikel 1:207 BW; ECLI:NL:RBDHA:2017:16099 · Rechtbank Den Haag: Feiten Verzoekster is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Verzoekster is niet erkend. Beoordeling Op grond van artikel 1:207, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan – voor zover hier van belang – het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van: a. de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; b. het kind. De wet verbindt geen termijn aan het indienen van een verzoek tot vaststelling vaderschap door het kind, zodat verzoekster kan worden ontvangen in haar verzoek.

Keywords

AI generated
right to know one's parentage descendant determination of legal heir declaration of acknowledgement of paternity forensic DNA evidence kinship

Cited Legislation

AI generated
artikel 1:207 BW
Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken, ligt het verzoek voor toewijzing gereed.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 17-3269 Zaaknummer: C/09/531650 Datum beschikking: 8 september 2017 Gerechtelijke vaststelling ouderschap Beschikking op het op 3 mei 2017 ingekomen verzoekschrift van: [verzoekster] , verzoekster, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. A.M. Bouwmeester te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [belanghebbende] , de moeder (van verzoekster), wonende te [woonplaats] . Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; de schriftelijke verklaring van de moeder van 12 mei 2017, inhoudende dat zij instemt met toewijzing van het verzoek, althans geen verweer wenst te voeren, en verklaart geen gebruik te willen maken van haar recht om door de rechter te worden gehoord; het bericht van 6 juni 2017 van de zijde van verzoekster; het bericht van 13 juni 2017 met bijlagen van de zijde van verzoekster.

Verzoek Het verzoekschrift strekt tot: gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van [de man] (hierna te noemen: de man), geboren op [geboortedatum] te Suriname en overleden op [datum] te Suriname, over verzoekster; indien en voor zover de rechtbank een deskundigenonderzoek noodzakelijk acht: te bepalen dat de rechthebbende(n) op het graf van de man op eerste verzoek verplicht zijn tot daadwerkelijke medewerking aan het deskundigenonderzoek, inhoudende dat zij toestemming dienen te verlenen voor opening van het graf alsmede opgraving van het lijk en het laten verrichten van al die handelingen die ertoe leiden dat er in het kader van DNA-onderzoek de beschikking kan worden verkregen over lichaamseigen materiaal van de man; te bepalen dat bij het uitblijven van de daadwerkelijke medewerking op eerste verzoek van de rechthebbende(n) op het graf de rechtbank bij beschikking vervangende toestemming verleent voor opening van het graf alsmede opgraving van het lijk en het laten verrichten van al die handelingen die ertoe leiden dat er in het kader van het DNA-onderzoek de beschikking kan worden verkregen over lichaamseigen materiaal van de man.

Feiten Verzoekster is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] . Verzoekster is niet erkend. Beoordeling Op grond van artikel 1:207, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan – voor zover hier van belang – het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van: a. de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; b. het kind. De wet verbindt geen termijn aan het indienen van een verzoek tot vaststelling vaderschap door het kind, zodat verzoekster kan worden ontvangen in haar verzoek.

Verzoekster heeft gesteld dat de man haar biologische vader is. Zij is geboren uit de affectieve relatie tussen haar moeder en de man, die ten tijde van haar geboorte samenwoonden in [plaatsnaam] . De man heeft ook aangifte gedaan van de geboorte van verzoekster. Op [datum] is de man overleden. De man en verzoekster hadden een goede band met elkaar. De moeder van verzoekster heeft verklaard dat de man de biologische vader is van verzoekster, en ook de echtgenote van de man is hier steeds van uitgegaan. Indien de rechtbank het noodzakelijk acht dat er een deskundigenonderzoek wordt uitgevoerd, heeft verzoekster aangegeven dat het mogelijk is om materiaal van de man te verkrijgen door afname van materiaal van het stoffelijk overschot.

De moeder heeft ingestemd met het verzoek. De rechtbank stelt voorop dat in kwesties als de onderhavige gewoonlijk verzocht wordt om bewijs bij te brengen van het vaderschap van de man door middel van overlegging van de resultaten van een DNA-onderzoek. De rechtbank ziet aanleiding in dit geval een uitzondering te maken op deze gewoonte. Geen van de betrokkenen twijfelt over het biologisch vaderschap van de man. Blijkens de stukken heeft de man op 31 augustus 2001 zijn testament op laten stellen, waarin hij – naast zijn echtgenote [naam] - “zijn dochter, [verzoekster] ” als erfgenaam heeft benoemd over zijn nalatenschap.

Uit het afschrift van de geboorteakte van verzoekster blijkt dat de aangifte van de geboorte door de man is gedaan. Geboortekaartjes waren zowel gericht aan de moeder van verzoekster als de man. Ook de moeder van verzoekster heeft verklaard dat de man de biologische vader is van verzoekster. In deze procedure zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die erop kunnen duiden dat een ander dan de man in aanmerking komt als mogelijke biologische vader. Onder deze omstandigheden, gelet op het feit dat de rechtbank het in het belang van verzoekster acht om duidelijkheid te scheppen en vooral ook gelet op het feit dat de man is overleden - en een DNA-onderzoek om die reden emotioneel en complex is -, ziet de rechtbank geen aanleiding om nader DNA-bewijs te verlangen voor de onbetwiste en onderbouwde stelling dat de man de biologische vader van verzoekster is.

De moeder heeft voorts verklaard in te stemmen met de verzochte gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken, ligt het verzoek voor toewijzing gereed. Nu de rechtbank het primaire verzoek zal toewijzen, komt de rechtbank niet toe aan behandeling van het subsidiaire verzoek. Beslissing De rechtbank: stelt vast het vaderschap van: [de man] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Suriname, overleden op [datum] te [plaatsnaam] , Suriname, over: [verzoekster] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ; uit: [belanghebbende] geboren op [geboortedatum] te Paramaribo, Suriname; wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. Sluymer, rechter, bijgestaan door mr. M. Corver als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 september 2017.