ECLI:NL:RBDHA:2017:15271 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedvonnis RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/542798 / FT RK 17/2001 nummer verklaring: VOS0151700083 uitspraakdatum: 12 december 2017 [verzoekster], wonende te [adres, postcode en woonplaats], verzoekster, heeft op 9 november 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift is op 5 december 2017 behandeld. Verzoekster is gehoord, evenals [X] (Plangroep). Wettelijk kader Op grond van artikel 284, lid 1, van de Faillissementswet (hierna: Fw) kan een natuurlijk persoon, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2017:15271 · Rechtbank Den Haag: WUB). Gesteld noch gebleken is dat [verzoekster] de betalingen aan deze schuldeisers niet kan doen. Zij heeft immers sinds een paar maanden weer inkomsten uit werk en daardoor een afloscapaciteit van ruim € 800,-- per maand. In drie jaar zou zij daarmee al ongeveer 30% van haar schuldlast kunnen betalen. De schuld aan VGZ kan [verzoekster] in minder dan twee maanden geheel aflossen. Gebleken is dat WUB bereid is een regeling te treffen tot een nader vast te stellen periode, waarna alsnog een kwijtscheldingsvoorstel gedaan zou kunnen worden. De enkele omstandigheid dat [verzoekster] tot dusverre niet heeft kunnen aflossen op de schuld, leidt niet tot het oordeel dat een schuldenaar in voornoemde situatie verkeert (Gerechtshof Amsterdam, 21 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2345).
Keywords
AI generatedCited Case Law
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/542798 / FT RK 17/2001 nummer verklaring: VOS0151700083 uitspraakdatum: 12 december 2017 [verzoekster], wonende te [adres, postcode en woonplaats], verzoekster, heeft op 9 november 2017 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift is op 5 december 2017 behandeld. Verzoekster is gehoord, evenals [X] (Plangroep). Wettelijk kader Op grond van artikel 284, lid 1, van de Faillissementswet (hierna: Fw) kan een natuurlijk persoon, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Ingevolge artikel 288 lid 1 sub a, Fw wordt het verzoek slechts toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Beoordeling Op basis van de stukken die aan de rechtbank zijn overgelegd en wat ter zitting is besproken overweegt de rechtbank dat onvoldoende aannemelijk is dat [verzoekster] niet zal kunnen voortgaan met het betalen van haar schulden. Zij heeft twee schulden, te weten een schuld van € 1.224,81 aan VGZ Zorgverzekeraar N.V. (hierna: VGZ) en een schuld van € 90.923,14 aan WestlandUtrecht Bank (hierna:
WUB). Gesteld noch gebleken is dat [verzoekster] de betalingen aan deze schuldeisers niet kan doen. Zij heeft immers sinds een paar maanden weer inkomsten uit werk en daardoor een afloscapaciteit van ruim € 800,-- per maand. In drie jaar zou zij daarmee al ongeveer 30% van haar schuldlast kunnen betalen. De schuld aan VGZ kan [verzoekster] in minder dan twee maanden geheel aflossen. Gebleken is dat WUB bereid is een regeling te treffen tot een nader vast te stellen periode, waarna alsnog een kwijtscheldingsvoorstel gedaan zou kunnen worden. De enkele omstandigheid dat [verzoekster] tot dusverre niet heeft kunnen aflossen op de schuld, leidt niet tot het oordeel dat een schuldenaar in voornoemde situatie verkeert (Gerechtshof Amsterdam, 21 juni 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:2345).
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling moet dus worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: - wijst af het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling van: [verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats], wonende te [adres, postcode en woonplaats]. Gewezen door mr. M.M.F. Holtrop, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2017 in tegenwoordigheid van R. Becker, griffier.