Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:13499 ECLI:NL:RBDHA:2017:13499 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:13499 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:13499
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 16/29346 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 oktober 2016 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:41 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2017:13499 · Rechtbank Den Haag: Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 oktober 2016 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
late payment of fees missed deadline statutory grace period untimely restitution petition deferral of payment unpaid remuneration

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 8:41 van de Awb
Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 16/29346 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 25 oktober 2016 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41 van de Awb griffierecht betalen. Voor deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 168,-. De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht betrokkene niet is toe te rekenen.

3. Op 27 februari 2017 is eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen en gewezen op de mogelijkheid dat anders het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Op 11 april 2017 is eiser er nogmaals op gewezen dat het griffierecht binnen vier weken moet worden betaald. Eiser heeft het griffierecht niet betaald. Dat dit eiser niet is toe te rekenen is niet gebleken.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.