Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:13498 ECLI:NL:RBDHA:2017:13498 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:13498 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:13498
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 17/12861 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 mei 2017 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2017:13498 · Rechtbank Den Haag: Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 mei 2017 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
termination date missed deadline untimely request for extension one-week time limit suspension period validity of fixed-term contract

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 17/12861 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 24 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, en de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder. Procesverloop Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 26 mei 2017 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Het bestreden besluit dateert van vrijdag 26 mei 2017. Indien van de wettelijk voorgeschreven beroepstermijn, zoals neergelegd in artikel 69, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, van vier weken wordt uitgegaan, is 23 juni 2017 de laatste dag waarop tijdig beroep kon worden ingesteld. Eiser heeft op 11 juli 2017 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Derhalve is het beroep niet tijdig ingediend.

3. Bij brief van 17 juli 2017 is eiser in de gelegenheid gesteld de reden voor de termijnoverschrijding kenbaar te maken. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Niet gebleken is dat de te late indiening niet aan eiser aangerekend kan worden.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2017. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.