Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:13003 ECLI:NL:RBDHA:2017:13003 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:13003 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:13003
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/4857 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Singh), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieuwenhuys). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2017 is eiser in kennis gesteld van het feit dat hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten, zoals bedoeld in artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) (het terugkeerbesluit). Tevens is hem bij dezelfde kennisgeving een inreisverbod opgelegd, zoals bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de Vw 2000, voor de duur van twee jaar (het inreisverbod).

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:13003 · Rechtbank Den Haag: S. Singh), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieuwenhuys). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2017 is eiser in kennis gesteld van het feit dat hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten, zoals bedoeld in artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) (het terugkeerbesluit). Tevens is hem bij dezelfde kennisgeving een inreisverbod opgelegd, zoals bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de Vw 2000, voor de duur van twee jaar (het inreisverbod).

Keywords

AI generated
Nigerian asylum application serious defect in foreign proceedings refugee status deportation despite health issues violations of foreigners act unreasonableness of return to Afghanistan

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/4857 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. S. Singh), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J. Nieuwenhuys). Procesverloop Bij besluit van 1 maart 2017 is eiser in kennis gesteld van het feit dat hij Nederland onmiddellijk dient te verlaten, zoals bedoeld in artikel 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) (het terugkeerbesluit). Tevens is hem bij dezelfde kennisgeving een inreisverbod opgelegd, zoals bedoeld in artikel 66a, eerste lid, van de Vw 2000, voor de duur van twee jaar (het inreisverbod).

Eiser heeft tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2017. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1988 en heeft de Tunesische nationaliteit. Eiser verblijft als vreemdeling in Nederland.

2. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting aangegeven dat hij al enige tijd geen contact meer heeft gehad met zijn cliënt en al zes weken tevergeefs met hem in contact probeert te komen.

3. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 11 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:534), overweegt de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs stelt op een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod, nu hij geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden. Eiser heeft daarom geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.

4. Om die reden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 september 2017. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.