ECLI:NL:RBDHA:2017:11878 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedREchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 16/20045 uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 oktober 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen), tegen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J.W. Kreumer) Procesverloop Bij besluit van 30 augustus 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner afgewezen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2017:11878 · Rechtbank Den Haag: A.A. van Harmelen), tegen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J.W. Kreumer) Procesverloop Bij besluit van 30 augustus 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner afgewezen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 16/20045 uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 oktober 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker], verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen), tegen de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. J.W. Kreumer) Procesverloop Bij besluit van 30 augustus 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner afgewezen.
Verzoeker heeft bij brief van 5 september 2016 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2017. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting doet de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot op het bezwaar is beslist; en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van EUR 990,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van EUR 495,- en een wegingsfactor 1).
Overwegingen De voorzieningenrechter overweegt het volgende. Nu eiser nadere financiële stukken heeft ingebracht en verweerder heeft toegezegd deze stukken nader te zullen onderzoeken en te betrekken in de besluitvorming en zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening, bestaat er voldoende aanleiding om het verzoek toe te wijzen. Voorts zal verweerder de door verzoeker en referente gestelde partnerrelatie nader beoordelen, waarbij de gestelde inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP) zal worden betrokken. Deze uitspraak is gedaan door mr.
J.M. Ghrib, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2017. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.