Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:11689 ECLI:NL:RBDHA:2017:11689 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:11689 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:11689
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies – enkelvoudige kamer Vonnis van 3 oktober 2017 in de zaak van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], woonadres: [postcode, woonplaats en adres], (hierna te noemen: [verzoeker]) 1Verloop van de procedure 1.1 Ten aanzien van [verzoeker] is bij vonnissen van 2 maart 2017 van deze rechtbank het verzoek ex artikel 287a eerste lid Faillissementswet afgewezen en de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. R, Cats tot rechter-commissaris. D.H.H. Graven-Quasters (het WSNP-kantoor), kantoorhoudende te Zuidland, is benoemd tot bewindvoerder. 1.2 Bij arresten van 23 mei 2017 heeft het gerechtshof Den Haag (hierna: hof) het vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2017 ten aanzien van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede het verzoek ex artikel 287a eerste lid Fw. vernietigd en Woonpartners bevolen om in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling. 1.3 De bewindvoerder heeft bij schrijven van 30 mei 2017 het hof verzocht om een herstelarrest voor de kosten van de bewindvoerder. 1.4 Het hof heeft bij schrijven van 7 juli 2017 de bewindvoerder bericht dat het verzoek zich niet leent voor een herstel als bedoeld in artikel 31 lid 1 wetboek van Rechtsvordering. 1.5 De bewindvoerder heeft bij schrijven van 5 september 2017 de rechtbank verzocht om vaststelling van de vergoeding bewindvoerdersalaris. 1.6 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 september 2017.

Legislator headnote

AI generated

artikel 320 Fw; ECLI:NL:RBDHA:2017:11689 · Rechtbank Den Haag: Bij die gelegenheid zijn verschenen: - [A], (schoonvader) namens [verzoeker] - [B], directielid PLANgroep - de bewindvoerder. 1.7 De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1 Vast is komen te staan dat [verzoeker] appèl heeft ingesteld tegen de vonnissen van de rechtbank van 2 maart 2017. De mondelinge behandeling bij het hof heeft op 16 mei 2017 plaatsgevonden. De door de rechtbank benoemde bewindvoerder is daarvoor niet door het hof uitgenodigd. 2.2 In weerwil van het bepaalde in artikel 292 leden 1 en 3 Fw. heeft het hof bij arresten van 23 mei 2017 [verzoeker] ontvankelijk verklaard in zijn appèlverzoeken.

Keywords

AI generated
reduction of salary remuneration of salaried employees salary recalculation continuation of wage payment waiver of wage claims repayment of unemployment benefits

Cited Legislation

AI generated
artikel 320 Fw
Uitgaande van de periode waarover de bewindvoerder als zodanig benoemd is geweest, de werkzaamheden die zij heeft verricht en de gangbare vergoeding die bewindvoerders voor hun werkzaamheden ontvangen, zal de rechtbank op de voet van artikel 320 Fw.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies – enkelvoudige kamer Vonnis van 3 oktober 2017 in de zaak van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], woonadres: [postcode, woonplaats en adres], (hierna te noemen: [verzoeker]) 1Verloop van de procedure 1.1 Ten aanzien van [verzoeker] is bij vonnissen van 2 maart 2017 van deze rechtbank het verzoek ex artikel 287a eerste lid Faillissementswet afgewezen en de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. R, Cats tot rechter-commissaris. D.H.H. Graven-Quasters (het WSNP-kantoor), kantoorhoudende te Zuidland, is benoemd tot bewindvoerder. 1.2 Bij arresten van 23 mei 2017 heeft het gerechtshof Den Haag (hierna: hof) het vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2017 ten aanzien van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede het verzoek ex artikel 287a eerste lid Fw. vernietigd en Woonpartners bevolen om in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling. 1.3 De bewindvoerder heeft bij schrijven van 30 mei 2017 het hof verzocht om een herstelarrest voor de kosten van de bewindvoerder. 1.4 Het hof heeft bij schrijven van 7 juli 2017 de bewindvoerder bericht dat het verzoek zich niet leent voor een herstel als bedoeld in artikel 31 lid 1 wetboek van Rechtsvordering. 1.5 De bewindvoerder heeft bij schrijven van 5 september 2017 de rechtbank verzocht om vaststelling van de vergoeding bewindvoerdersalaris. 1.6 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 september 2017.

Bij die gelegenheid zijn verschenen: - [A], (schoonvader) namens [verzoeker] - [B], directielid PLANgroep - de bewindvoerder. 1.7 De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1 Vast is komen te staan dat [verzoeker] appèl heeft ingesteld tegen de vonnissen van de rechtbank van 2 maart 2017. De mondelinge behandeling bij het hof heeft op 16 mei 2017 plaatsgevonden. De door de rechtbank benoemde bewindvoerder is daarvoor niet door het hof uitgenodigd. 2.2 In weerwil van het bepaalde in artikel 292 leden 1 en 3 Fw. heeft het hof bij arresten van 23 mei 2017 [verzoeker] ontvankelijk verklaard in zijn appèlverzoeken.

Het WSNP-vonnis is vernietigd en de dwangregeling is alsnog toegewezen aldus dat een weigerachtige schuldeiser is bevolen in te stemmen met de door [verzoeker] in het minnelijke traject aangeboden schuldregeling. 2.3 Het hof heeft er klaarblijkelijk geen rekening mee gehouden dat de bewindvoerder ingevolge haar benoeming door te rechtbank een aanvang heeft gemaakt met de uitvoering van haar wettelijke taak en heeft zich niet uitgelaten over het aan de bewindvoerder toekomende salaris over de periode van benoeming tot het moment van vernietiging van de beslissing waarbij de wettelijke schuldsaneringsregeling op [verzoeker] van toepassing is verklaard.

Het hof heeft de bewindvoerder ook niet in de gelegenheid gesteld een salarisverzoek in te dienen. De rechtbank zal op verzoek van de bewindvoerder daarom alsnog haar salaris vaststellen. Hierbij wordt rekening gehouden dat de bewindvoerder vanaf het moment dat zij met het ingestelde hoger beroep bekend was een terughoudende houding diende aan te nemen en ook heeft aangenomen. Zo is gebleken dat de bewindvoerder geen huisbezoek heeft afgelegd. Uitgaande van de periode waarover de bewindvoerder als zodanig benoemd is geweest, de werkzaamheden die zij heeft verricht en de gangbare vergoeding die bewindvoerders voor hun werkzaamheden ontvangen, zal de rechtbank op de voet van artikel 320 Fw. het bewindvoerderssalaris vaststellen op een bedrag van € 263,66. (zijnde het bedrag looptijd onafhankelijk deel van € 1.078,- + portokosten van € 187,- / 36 maanden * 3 maanden + 3 maanden looptijd afhankelijk deel). 3De beslissing:

De rechtbank: - stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 263,66, (inclusief de verschuldigde omzetbelasting). Gegeven door mr. M.M.F. Holtrop op 3 oktober 2017 in tegenwoordigheid van A.M.C. van der Zwan, griffier.