Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:11320 ECLI:NL:RBDHA:2017:11320 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:11320 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:11320
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/535052 / KG ZA 17-868 Vonnis in kort geding van 4 oktober 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidPHILIPS NEDERLAND B.V., gevestigd te Eindhoven, eiseres, advocaat mr. B.J. Korthals Altes-van Dijk te Amsterdam, tegen: de coöperatie FACILITAIRE SAMENWERKING BEVOLKINGSONDERZOEKEN U.A., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam, waarin is tussengekomen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SECTRA IMAXPERTS B.V., tevens handelend onder de naam Sectra Benelux, gevestigd te Almere, advocaat mr.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:11320 · Rechtbank Den Haag: De Opdrachtnemer levert een goed passende oplossing en deze voldoet goed aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is in ruime mate concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd. Met behulp van de geboden oplossing kan Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker benodigde werkzaamheden effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) uitvoeren. 2 punten: De Opdrachtnemer levert een voldoende passende oplossing en deze voldoet voldoende aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is in redelijke mate concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd.

Keywords

AI generated
call for proposals consideration of applications information system insurance funding system selection criteria image advertising service

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RBLIM:2016:4991
vonnis RECHTBANK LIMBURG Burgerlijk recht Zittingsplaats Maastricht zaaknummer / rolnummer: C/03/218909 / KG ZA 16-139 Vonnis in kort geding van 13 juni 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUURSMA GROEP EVENTS BV, gevestigd te Hippolytushoef, eiseres, advocaat mr. R.A. Wuijster te Ulestraten, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE MAASTRICHT, gevestigd te Maastricht, gedaagde, advocaat mr. K.M.J.A. Smitsmans en mr. H.C. Lejeune, en de stichting STICHTING WINTEREVENTS MAASTRICHT, gevestigd te Maastricht, tussenkomende partij, advocaat mr.
ECLI:NL:RBDHA:2016:1857
Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/501798 / KG ZA 15-1915 Vonnis in kort geding van 9 februari 2016 in de zaak van de besloten vennootschap MAASDAM GROEP B.V., gevestigd te Waddinxveen, eiseres, advocaat mr. C.J.R. van Binsbergen te Alphen aan den Rijn, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DEN HAAG, zetelende te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. Th. Keizer te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Maasdam’ en ‘de Gemeente’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 december 2015; - de brief van mr. Van Binsbergen van 22 december 2015, met producties; - de brief van mr. Keizer van 18 januari 2016, met producties; - de op 26 januari 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.
ECLI:NL:RBNNE:2014:1361
vonnis RECHTBANK NOORD-NEDERLAND Afdeling privaatrecht Locatie Leeuwarden zaaknummer / rolnummer: C/17/132095 / KG ZA 14-24 Vonnis in kort geding van 19 maart 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VOLKERWESSELS BOUW & VASTGOEDONTWIKKELING NOORD BV, gevestigd te Groningen, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat: mr. A.E. Broesterhuizen te Deventer, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid THIALF OG B.V., gevestigd te Heerenveen, gedaagde in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaten: mr. M.J.J.M. Essers en mr. W.M.A. Pronk te Amsterdam, en als tussenkomende partij: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING B.V., gevestigd te Nieuwegein, eiseres in het incident tot tussenkomst, advocaat: mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam. Partijen zullen hierna VolkerWessels, Thialf en Ballast Nedam genoemd worden. 1De procedure 1.1. Volker Wessels heeft Thialf in kort geding doen dagvaarden tegen de openbare terechtzitting van 6 maart 2014. 1.2. Ballast Nedam heeft op 29 januari 2014 een incidentele conclusie tot (primair) tussenkomst althans (subsidiair) voeging genomen. 1.3. Op 13 februari 2014 heeft vooruitlopend op het op 6 maart 2014 te houden kort geding een regiezitting plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan partijen hun standpunten met betrekking tot het door Ballast Nedam te nemen incidentele verzoek tot tussenkomst/voeging en de afgifte van stukken nader hebben toegelicht. 1.4. Bij beschikking van 21 februari 2014 – waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden beschouwd - heeft de voorzieningenrechter partijen in kennis gesteld van zijn voornemen om na het uitroepen van het kort geding tussen VolkerWessels en Thialf op 6 maart 2014 de door Ballast Nedam verzochte tussenkomst te zullen toewijzen, alsmede verstaan dat partijen in dit kort geding de dagvaarding en alle overige in het geding te brengen stukken op voorhand aan alle wederpartijen zullen verstrekken. 1.5. Thialf heeft ter terechtzitting van 6 maart 2014 akte gevraagd, die zij eerder aan de voorzieningenrechter en partijen heeft toegezonden en waarin zij haar standpunt heeft toegelicht. 1.6. VolkerWessels heeft producties genummerd 1-7 en 7-12 in het geding gebracht. Thialf heeft de producties A, B, G-K en een aanvullende productie E2 in het geding gebracht. 1.7. Ter terechtzitting van 6 maart 2013 heeft de voorzieningenrechter de door Ballast Nedam verzochte tussenkomst toegestaan. Partijen hebben hun standpunten in de hoofdzaak vervolgens nader toegelicht, waarbij hun advocaten gebruik hebben gemaakt van pleitnotities. De behandeling van onderhavig kort geding heeft plaatsgevonden tegelijkertijd met de behandeling van de kort gedingen in de zaken Friso c.s/Thialf/Ballast Nedam (132103 / KG ZA 14-25) en Jorritsma c.s./Thialf/Ballast Nedam (132031 / KG ZA 14-16). 1.8. Het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten In dit kort geding zal van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan. 2.1. Thialf exploiteert een schaatsaccommodatie te Heerenveen, waar onder meer (inter)nationale schaatskampioenschappen plaatsvinden. De huidige accommodatie van Thialf is ruim 25 jaar oud en is verouderd. Thialf beschikt over een A-status van de Internationale Schaatsunie. Om aan de eisen voor behoud van die A-status te kunnen (blijven) voldoen, dient Thialf haar schaatsaccommodatie te vernieuwen. Zonder deze vernieuwing dreigt Thialf genoemde A-status in het schaatsseizoen 2016-2017 te verliezen. 2.2. Thialf heeft daarom gekozen voor vernieuwbouw van de huidige schaatsaccommodatie, inhoudende een grondige renovatie van het huidige stadion en het toevoegen van topsportfaciliteiten, met de mogelijkheid tot realisatie van een tweede trainingshal. 2.3. Thialf heeft ten behoeve van de vernieuwbouw van haar schaatsaccommodatie een niet-openbare aanbestedingsprocedure volgens de Aanbestedingswet 2012 (hierna te noemen: AW 2012) georganiseerd. De opdracht omvat de vaste onderdelen ontwerp Vernieuwbouw Thialf, voorbereidingswerkzaamheden ijsvloer en ontwerp ESCo-dienstverlening en de variabele onderdelen vernieuwbouw topwedstrijdhal (met aanvullende maatregelen ten behoeve van topsporttrainingsfaciliteiten of met realisatie van een topsporttrainingshal) en uitvoering van de ontwerp ESCo-dienstverlening. 2.4. Aan het einde van de aanbestedingsprocedure wordt de opdracht gegund aan de inschrijver die de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Hierna begint de zogenoemde bouwteamfase, waarbij de winnende inschrijver deel uitmaakt van het bouwteam. In deze fase dient de winnende inschrijver het schetsontwerp en de bouwvoorwaarden ten behoeve van de variabele onderdelen nader uit te werken en dient hij met de uitvoering van de vaste onderdelen te beginnen. Na afloop van de bouwteamfase wordt de opdracht tot Vernieuwbouw voor wat betreft de variabele onderdelen in beginsel aan de winnende inschrijver verleend. 2.5. Op 10 juli 2013 is de selectiefase voor de aanbesteding van start gegaan met het plaatsen van de Aankondiging en de verzending van de Selectieleidraad. Na afloop van de selectiefase heeft de directie van Thialf vijf (combinaties van) gegadigden geselecteerd, die verder mogen deelnemen aan de aanbestedingsfase: Ballast Nedam, Jorritsma c.s., Friso c.s., VolkerWessels en BAM. Op 11 september 2013 is de Aanbestedingsleidraad aan deze partijen verstrekt. 2.6. In de Aanbestedingsleidraad is bepaald dat gunning van de opdracht zal plaatsvinden aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. De economisch meest voordelige inschrijving wordt bepaald op basis van de beoordelingscriteria Prijs en Kwaliteit. Voor de bepaling van de uiteindelijke beoordeling van de inschrijvingen wordt de score van het criterium Prijs opgeteld bij de eindscore van het criterium Kwaliteit. De inschrijver met uiteindelijk het hoogste aantal punten heeft de economisch meest voordelige inschrijving (paragraaf 6.1.3. van de Aanbestedingsleidraad, onder Stap 3). 2.7. In het kader van het criterium Prijs dienen de inschrijvers een totaalprijs op te geven voor alle werkzaamheden ten behoeve van de Vernieuwbouw die nodig zijn om een compleet en werkend geheel op te leveren conform het Programma van Eisen (PvE) en bijhorende annexen afgezien van de annexen Duurzaamheid Plus en Topsporttrainingshal en - na de Nota van Inlichtingen van 1 november 2013 - de annex Energie. De maximale score die te behalen is - na wijziging ten opzichte van de aanbestedingsleidraad (zie pagina 26 en 27 van de Nota van Inlichtingen (NvI) van 29 oktober 2013) - voor het onderdeel Prijs is 15 punten. De minimale score is 3 punten. De inschrijver met de laagste prijs ontvangt 15 punten, de inschrijver met de een na laagste prijs ontvangt 12 punten, de inschrijver met de twee na laagste prijs ontvangt 9 punten, de inschrijver met de op een na hoogste prijs ontvangt 6 punten en ten slotte ontvangt de inschrijver met de hoogste prijs 3 punten. Bovenop dit puntenaantal kunnen punten worden verkregen door middel van de formule: € 39.000.000,- -/- ingediende prijs ----------------------------------------- x 10 punten. 20% van € 39.000.000,- 2.8. Het criterium Kwaliteit is uitgewerkt in vier subcriteria: Subcriterium Wegingsfactor 1 Visie op de opgave 4,0 2 Schetsontwerp 1,5 3 Bouwplanning 1,0 4 ProjectKwaliteitsPlan 1,0 Op de onderdelen 1 tot en met 4 wordt iedere inschrijver beoordeeld met een cijfer tussen 1 en 10. 2.9. Het hiervoor genoemde subcriterium Visie op de opgave is uitgewerkt in 8 onderwerpen: 1. Social Return 2. Risico’s en beheersmaatregelen 3. Beschikbare budget 4. Topsport en Innovatie 5. Energiegebruik en Duurzaamheid 6. Versterking van de beleving 7. Versterking van multifunctioneel gebruik 8. Aanpasbaarheid, flexibiliteit en onderhoudsarm. 2.10. In de Visie op de opgave dient de inschrijver aan te geven op welke wijze hij invulling geeft aan deze onderwerpen en aan de eisen van Thialf, zoals die in het PvE en de bijlagen daarbij zijn gesteld. Bij de beoordeling van de Visie op de opgave wordt gelet op volledigheid, concreetheid en invulling en realiteitsgehalte. 2.11. Ook voor de andere drie sub 2.8. genoemde subcriteria geldt dat bij de beoordeling wordt gelet op volledigheid, concreetheid en invulling en realiteitsgehalte. 2.12. De beoordeling van de inschrijvingen vindt plaats door een Beoordelings-commissie. In paragraaf 6.1. van de Aanbestedingsleidraad zijn de stappen in de beoordeling beschreven en is de samenstelling van de Beoordelingscommissie kenbaar gemaakt. De Beoordelingscommissie bestaat uit de volgende leden: Naam Organisatie Functie Dhr. E. Derks Thialf OG B.V. Directeur Dhr. W.J. van Elsacker Thialf OG B.V. Projectdirecteur Dhr. K. Stevens Stevens Advies Procesmanager Dhr. C. van Ginneke The Stadium Consultancy Projectmanager Programma van Eisen Dhr. B. Boomsma Thialf OG B.V. IJsmeester 2.13. De Beoordelingscommissie is - hoewel dit niet in de Aanstedingsleidraad is aangekondigd - bijgestaan door de Werkgroep IJstechniek, bestaande uit experts op het gebied van klimaat- en installatietechniek, koude opwekking, constructie en planning. 2.14. Gedurende de aanbestedingsprocedure heeft Thialf verschillende inlichtingenrondes gehouden. Op 17 en 18 oktober 2013 hebben er individuele inlichtingenrondes plaatsgevonden. Tevens zijn er door Thialf in totaal vier Nota’s van Inlichtingen gepubliceerd (8 oktober 2013, 29 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013). Tijdens de bijeenkomsten op 17 en 18 oktober 2013 heeft Thialf een presentatie gehouden. 2.15. Op 21 november 2013 heeft Thialf de inschrijvingen van de vijf geselecteerde (combinaties van) gegadigden ontvangen. Op 26 november 2013 hebben de inschrijvers de gelegenheid gehad om hun inschrijvingen aan de Beoordelingscommissie toe te lichten/te presenteren. Vervolgens heeft de Beoordelingscommissie op basis van de inschrijvingen en de presentaties scores gegeven voor de vier subcriteria van het criterium Kwaliteit, variërend tussen 1 en 10. 2.16. In hoofdstuk 7 van de aanbestedingsleidraad is aangegeven dat de voorlopige gunning op 3 december 2013 zou plaatsvinden. Bij brief van 3 december 2013 heeft Thialf evenwel aan VolkerWessels medegedeeld: “Thialf OG B.V. heeft meer tijd nodig dan verwacht voor het zorgvuldig beoordelen van de ingediende inschrijvingen. De gunningsbeslissing is daardoor uitgesteld tot 17 december a.s. Hierdoor zal de definitieve gunning verschuiven naar 24 januari 2014.” 2.17. Op 12 december 2013 heeft Thialf op voorstel van de Beoordelingscommissie de definitieve beoordeling vastgesteld. Bij brief van 17 december 2013 heeft Thialf aan Friso c.s. laten weten dat de beslissing omtrent de voorlopige gunning nogmaals wordt uitgesteld, in dit geval tot 20 december 2013. Op 18 december 2013 heeft de Europese Commissie bij besluit vastgesteld dat de toegezegde subsidie van € 50 miljoen van de provincie Fryslân aan Thialf is toegestaan. 2.18. Op 20 december 2013 heeft Thialf de voorlopige gunningsbeslissing bekendgemaakt, inhoudende dat de opdracht (voorlopig) wordt gegund aan Ballast Nedam. Aan de andere inschrijvers heeft Thialf afwijzingsbrieven doen toekomen. 2.19. In de afwijzingsbrief aan VolkerWessels van 20 december 2013 heeft Thialf onder meer medegedeeld: “Naar aanleiding van uw inschrijving inzake de aanbestedingsprocedure ‘Vernieuwbouw Thialf’ moeten wij u helaas mededelen dat Volker Wessels Bouw & Vastgoedontwikkeling Noord B.V. niet in aanmerking komt voor gunning van de opdracht. Afgelopen periode heeft de beoordeling plaatsgevonden van de inschrijvingen. Deze beoordeling is uitgevoerd in overeenstemming met hetgeen hieromtrent in de aanbestedingsleidraad en nota’s van inlichtingen is vermeld. Na beoordeling van uw inschrijving hebben wij u een score toegekend van 65,32 punten. U eindigt hiermee op de derde plaats. Deze score is in overeenstemming met de gunningscriteria en de daarbij behorende wegingsfactoren: Score Wegingsfactor Gewogen score Prijs 17,82 Kwaliteit 1 Visie op de opgave 6 4,0 24 2 Schetsontwerp 7 1,5 10,5 3 Bouwplanning 5 1,0 5 4 Projectkwaliteitsplan 8 1,0 8 Totaal 65,32 De score van de economisch meest voordelige aanbieding is 72,77 punten, deze inschrijving is ingediend door Ballast Nedam Bouw & Ontwikkeling B.V. In de bijlage van deze brief is uw score per criterium met de bijbehorende toelichting op de beoordeling opgenomen. 2.20. Bij de afwijzingsbrief aan VolkerWessels is een beoordelingsformulier gevoegd, waarin de beoordeling van de inschrijving van VolkerWessels nader is toegelicht. Hierin is – voor zover van belang en verkort weergegeven – vermeld: Criterium prijs Eindscore criterium Prijs: 17,82 punten. Criterium Kwaliteit 1Visie op de opgave Alle aspecten in de aanbestedingsleidraad zijn opgenomen in de visie. Topsport en innovatie is helder uitgewerkt. Daarentegen beschrijft opdrachtnemer verschillende alternatieven (‘kansen voor innovaties’) welke niet voldoende zijn uitgewerkt om te kunnen beoordelen of deze daadwerkelijk meerwaarde creëren en bieden opdrachtgever dan ook geen comfort. Energie en duurzaamheid; Het energievraagstuk is slecht onderbouwd. 50% energiereductie wordt zonder Esco niet gehaald. Geen specifieke invulling voor duurzaamheid weergegeven. De inschrijver maakt onvoldoende duidelijk hoe de visie en de uitwerking ervan zich verhoudt tot de GPR score. Ook worden er een aantal belevingsvoorstellen gedaan, waarvan onduidelijk is hoe deze aansluiten bij de open begroting (bijvoorbeeld: in het vervangen van de stoelen is niet voorzien in de open begroting). Multifunctionaliteit en aanpasbaarheid is goed te noemen. De uitgangspunten voor de materiaal keuze voor Nieuw Thialf is benoemd, het wordt echter niet duidelijk hoe de inschrijver dit concreet denkt in te vullen. De duurzaamheid van de dakconstructie is onduidelijk, problematiek met het huidige dak wordt in de nieuwe situatie wellicht niet (geheel) opgelost. Daarnaast heeft Thialf zorgen over wateraccumulatie. Social return is niet concreet uitgewerkt, wanneer en hoe wordt de 5% daadwerkelijk ingevuld. Bijvoorbeeld onduidelijk of er bij herintreders WW en langdurige werklozen een dienstbetrekking aangeboden wordt en om welke stages het gaat. Naast risico’s en beheersmaatregelen worden er ook kansen meegenomen. 2Schetsontwerp Er is sprake van een compact ontwerp, alle ruimtes zijn ingetekend. Inzichtelijk is gemaakt hoe zones en ruimtes ingevuld zijn. De routing en logistiek is in het schetsontwerp goed vormgegeven. Belangrijk aandachtspunt is echter de entree vanuit de publiekszone naar de tribune. Opdrachtgever had dit in het schetsontwerp specifieker uitgewerkt willen zien om daarmee het realiteitsgehalte van functies en de positionering beter te kunnen beoordelen. Techniek verdient meer uitwerking op de begaande grond, dit is onvoldoende onderbouwd. De plek die topsport inneemt in het schetsontwerp is verbeterd ten opzichte van het huidige Thialf, maar de opzet is nog niet ideaal te noemen. Wat betreft materiaalkeuze worden uitgangspunten genoemd in de visie op de opgave maar dit is niet concreet uitgewerkt in het schetsontwerp. Totaal concept is dusdanig van opzet dat wanneer het Programma van Eisen ten tijde van het bouwteam wijzigt geen grote concessies gedaan hoeven te worden. Het is echter onduidelijk of toekomstige aanpassingen in het gebouw zoveel mogelijk binnen het gebouw opgelost kunnen worden. 3Bouwplanning De aspecten in de aanbestedingsleidraad (paragraaf 5.3.) zijn meegenomen in de bouwplanning. De technische installaties zijn geen onderdeel van de planning. Dit is niet de wens van Thialf, het belang van de installaties voor Thialf zijn leidend en zeker niet volgend. Het lijkt een krappe planning waardoor onnodige risico’s worden gecreëerd. Onder andere bij de ijsvloer en bij de afbouw van de omloop wordt geconstateerd dat de interval onvoldoende is en daarmee ongeloofwaardig. Er is sprake van deelopleveringen voordat de installaties in bedrijf zijn gesteld. Thialf voorziet problemen in het aansluiten van de nieuwe ijsvloer op de oude installatie, niet voldoende onderbouwd om deze zorg weg te nemen. Oplevering oktober 2015 lijkt niet realistisch gezien de huidige informatie. 4ProjectKwaliteitsPlan Het projectkwaliteitsplan is volledig en gedetailleerd uitgewerkt. De uitgangspunten zijn helder. Risicobeheersing en procesbeschrijving is goed. Verder blijft het PKP op hoofdlijnen voor wat betreft de praktische uitwerking. (…) Eindscore criterium Kwaliteit: 47,5 2.21. Bij brief van 14 januari 2014 heeft Thialf VolkerWessels onder meer een korte toelichting gegeven met betrekking tot de kenmerken van de winnende inschrijving van Ballast Nedam. In deze brief meldt Thialf: “(…) Wij hebben uw e-mail d.d. 12 januari 2014 in goede orde ontvangen. In uw e-mail doet u een drietal verzoeken. Ten eerste vraagt u om een nadere toelichting met betrekking tot uw inschrijving. Waarschijnlijk bedoelt u hiermee de genoemde mogelijkheid tot het opvragen van nadere toelichting van de inschrijving van de winnende partij, welke mogelijkheid wij bieden in de brief d.d. 20 december 2013. Hieronder geven wij deze beknopte toelichting weer:  Het energieconcept van de winnende inschrijving is nauwgezet uitgewerkt en behaalt de energiereductie van 50% zonder het gebruik van een Esco.  Topsport heeft een centrale plek ingenomen, dit versterkt de beleving.  Multifunctionaliteit en flexibiliteit is dermate uitgewerkt dat het de gebruikswaarde van het gebouw vergroot.  De logistieke stromen zijn helder weergegeven, huidige knelpunten zijn opgelost.  De planning is volledig en concreet uitgewerkt waarbij rekening is gehouden met het gebruik van de ijsbaan.  De procesdetaillering is in het projectkwaliteitsplan goed uitgewerkt. Daarnaast vraagt u in uw e-mail om de deelscores ten opzichte van het onderdeel kwaliteit. Deze zijn reeds meegegeven in de brief d.d. 20 december jl. In deze brief is weergegeven hoe u heeft gescoord ten opzichte van de aspecten visie op de opgave, schetsontwerp, bouwplanning en projectkwaliteitsplan. Deze aspecten vormen tezamen, zoals beschreven in de aanbestedingsleidraad, het criterium Kwaliteit. Als laatste vraagt u in uw e-mail om de eindscores van de overige deelnemers. In onze visie beschikt u thans over voldoende informatie om u een oordeel te kunnen vormen over de juistheid van de gunningsbeslissing. Wij achten het om die reden niet nodig en niet relevant de eindscores van de overige partijen te delen. (...)” 2.22. Nadien heeft nog nadere correspondentie tussen VolkerWessels en Thialf plaatsgevonden over de door VolkerWessels gewenste nadere toelichting op de gunningsbeslissing. Thialf is daartoe echter niet overgegaan. 3Het geschil 3.1. VolkerWessels vordert - na wijziging van eis - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: primair: 1. Thialf OG BV gebiedt om (i) de gunningsbeslissing van 20 december 2013 deugdelijk te motiveren, (ii) deze motivering aan inschrijvers bekend te maken, èn (iii) de inschrijvers opnieuw een termijn te bieden bedoeld in artikel 2:127 AW, en 2. Thialf OG BV verbiedt om de Opdracht te gunnen aan Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling BV zolang (i) de gunningsbeslissing niet deugdelijk is gemotiveerd, (ii) inschrijvers geen termijn is geboden bedoeld in artikel 2:127 Aw, èn (iii) deze termijn niet is verstreken zonder dat een kort geding aanhangig is gemaakt, althans (iv) indien binnen deze termijn een kort geding aanhangig is gemaakt, bij vonnis in kort geding geen verbod tot gunning van de Opdracht aan Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling BV is toegewezen, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 250.000,--,; subsidiair: 1. Thialf verbiedt om de Opdracht te gunnen aan Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling BV op basis van de gunningsbeslissing van 20 december 2013, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 250.000,--; en 2. Thialf gebiedt om (i) de gunningsbeslissing van 20 december 2013 in te trekken, (ii) de inschrijving van VolkerWessels Bouw- & Vastgoedontwikkeling BV (opnieuw) met inachtneming van het bepaalde in het door de voorzieningenrechter te wijzen het vonnis in kort geding te doen beoordelen door een door de voorzieningenrechter aan te wijzen c.q. te benoemen commissie van derden/externen, (iii) een nieuwe gunningsbeslissing bekend te maken, èn (iv) inschrijvers een termijn te bieden bedoeld in artikel 2:127 AW, meer subsidiair: 1. Thialf verbiedt om de Opdracht te gunnen aan Ballast Nedam Bouw en Ontwikkeling BV op basis van de gunningsbeslissing van 20 december 2013, zulks op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 250.000,--; en 2. Thialf gebiedt om de Opdracht opnieuw aan te besteden met inachtneming van het bepaalde in het door de voorzieningenrechter te wijzen het vonnis in kort geding indien Thialf voornemens is om de Opdracht te gunnen aan een derde, meer subsidiair: 1. Thialf gelast de maatregelen te treffen die U EA noodzakelijk c.q. geschikt acht, zowel primair als (meer) subsidiair: 1. Thialf veroordeelt in de kosten van deze procedure, een vergoeding van proceskosten aan de zijde van VolkerWessels Bouw- & Vastgoedontwikkeling BV daaronder begrepen. 3.2. Thialf concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Jorritsma c.s., met veroordeling van VolkerWessels in de kosten van het geding, met bepaling dat als deze kosten niet binnen zeven dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis de wettelijke rente verschuldigd is en met veroordeling van VolkerWessels in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv, zijnde een bedrag van € 131,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 68,00 in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente verschuldigd is. 3.3. Ballast Nedam heeft bij incidentele conclusie tot tussenkomst gevorderd dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: 1. primair: Ballast Nedam toestaat tussen te komen in het rechtsgeding tussen VolkerWessels en Thialf, met compensatie van kosten; subsidiair: Ballast Nedam toestaat zich te voegen aan de zijde van Thialf in het rechtsgeding tussen VolkerWessels en Thialf; 2. VolkerWessels niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen, althans deze vorderingen afwijst; 3. Thialf verbiedt de opdracht aan een ander te gunnen dan aan Ballast Nedam, voor zover Thialf de opdracht nog wenst te vergeven en VolkerWessels gebiedt te gehengen en te gedogen dat de opdracht aan Ballast Nedam wordt gegund; 4. VolkerWessels in de kosten van het geding veroordeelt, alsmede de nakosten van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met de aantekening dat als niet binnen twee weken na het wijzen van het vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan daarover de wettelijke rente verschuldigd is. 4Het standpunt van VolkerWessels 4.1. VolkerWessels legt aan haar vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. 4.2. De gunningsbeslissing is onvoldoende gemotiveerd, zodat VolkerWessels niet in staat is voldoende te beoordelen of er tegen de gunningsbeslissing moet worden opgekomen. Dat geldt nog temeer waar Thialf abstracte en weinig uitgewerkte gunningscriteria heeft gehanteerd. Ook na een verzoek daartoe is Thialf niet bereid gebleken om de gunningsbeslissing nader te motiveren. 4.3. De inschrijving van VolkerWessels is op onjuiste wijze beoordeeld, in elk geval op de gunningscriteria Visie op de opgave, Schetsontwerp en Bouwplanning. De beoordeling bevat fouten en heeft geleid tot een onvoldoende c.q. te lage waardering van de inschrijving van VolkerWessels. Zou Thialf de inschrijving van VolkerWessels wel juist hebben beoordeeld, dan ligt het in de rede dat de inschrijving van VolkerWessels als beste uit de bus zou zijn gekomen, in welk geval de opdracht aan VolkerWessels zou moeten worden gegund. - Schetsontwerp en visie op de opgave - 4.3.1. Thialf heeft een schetsontwerp (SO) gevraagd. Een SO is altijd globaal, bijvoorbeeld qua ruimtegebruik niet meer dan een vlekkenplan, en is bedoeld om een indruk te geven. Bij de beoordeling wordt dermate gedetailleerd op een en ander ingegaan, dat kennelijk tóch een voorlopig ontwerp (VO) wordt gehanteerd. Daarmee heeft Thialf haar beoordelingskader verlaten en een strengere norm gehanteerd dan zij heeft bekendgemaakt te zullen hanteren. Voorts stelt VolkerWessels dat haar SO compleet is en op veel onderdelen veel verder gaat dan een VO of zelfs een definitief ontwerp (DO). 4.3.2. Gelet op het vereiste van een SO kan Thialf redelijkerwijs niet stellen dat de techniek onvoldoende is uitgewerkt. Hetzelfde geldt voor de entree ten behoeve van het publiek: VolkerWessels heeft specifiek aangegeven hoe de publieksstromen liggen. De alternatieven in het kader van topsport en innovatie, de belevingsvoorstellen, de materiaalkeuze en social return zijn eveneens voldoende uitgewerkt en geconcretiseerd. Onjuist is voorts de vaststelling dat zonder Esco geen 50% reductie wordt gerealiseerd. VolkerWessels kan, zo blijkt uit een rapport van Halmos, een energiereductie van ongeveer 65% en een CO2-emissie-reductie van ongeveer 50% realiseren. Onjuist is ook de veronderstelling dat de problematiek met het dak niet wordt opgelost. VolkerWessels heeft bovendien onverplicht mogelijk innovaties gepresenteerd en nader toegelicht. Deze onverplichte innovaties dienen geen negatief effect te hebben op de beoordeling. Voorts stelt VolkerWessels dat het weinig transparant is om onbekende toekomstige aanpassingen tegen te werpen. - Bouwplanning - 4.3.3. De beoordeling bevat de cruciale fout dat geen rekening zou zijn gehouden met de realisatie van de technische installaties. Evident onjuist is tevens de beoordeling dat de planning te krap c.q. ongeloofwaardig is c.q. onvoldoende zeker stelt dat oplevering kan plaatsvinden in oktober 2015. Thialf gaat er veel te makkelijk van uit dat de planning van VolkerWessels niet gehaald zal worden, hetgeen onzorgvuldig en in strijd met de precontractuele goede trouw is. De planning van VolkerWessels is zonder meer realistisch te noemen. 4.4. Gelet op het vorenstaande concludeert VolkerWessels (voor zover van belang) primair dat Thialf de gunningsbeslissing nader dient te motiveren, subsidiair dat er een herbeoordeling van haar inschrijving dient plaats te vinden en meer subsidiair dat Thialf de opdracht opnieuw dient aan te besteden. 5Het standpunt van Thialf en Ballast Nedam 5.1. Thialf en Ballast Nedam betwisten de vorderingen van VolkerWessels. Op de respectieve standpunten van Thialf en Ballast Nedam zal – voor zover nodig – bij de beoordeling worden ingegaan. 6De beoordeling van het geschil Inleidende overwegingen 6.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde. VolkerWessels kan zich immers slechts via onderhavig kort geding verzetten tegen de voorlopige gunning van de opdracht door Thialf aan Ballast Nedam. 6.2. De voorzieningenrechter zal recht doen op de gewijzigde eis van Volker Wessels, nu Thialf en Ballast Nedam geen bezwaren hebben geuit tegen deze eiswijziging en niet gebleken is van redenen om deze eiswijziging ambtshalve - wegens strijd met de goede procesorde - buiten beschouwing te laten. 6.3. Vooropgesteld wordt dat op de onderhavige niet-openbare aanbestedingsprocedure de AW 2012 van toepassing is. De motivering van de afwijzing 6.4. In artikel 2:130 lid 1 en 2 AW is de wettelijke (uit het transparantiebeginsel voortvloeiende) motiveringsverplichting opgenomen. In het eerste lid van genoemd wetsartikel is bepaald dat de mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere inschrijver de relevante redenen voor die beslissing bevat, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de opschortende termijn. In het tweede lid van genoemd wetsartikel is bepaald dat voor de toepassing van het eerste lid onder relevante redenen in elk geval worden verstaan de kenmerken en de voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst. 6.5. Volgens de parlementaire geschiedenis van artikel 2:130 BW (zie MvT, Kamerstukken II, 32 027, nr.3, p. 7) moeten de “relevante redenen” in elk geval de volgende elementen bevatten: i) Bekendmaking van de eindscores van zowel de afgewezen inschrijver als van de winnende inschrijver; ii) De scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden(en) waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet de maximum score is toegekend. 6.6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Thialf met de motivering die zij heeft gegeven in de brieven van 20 december 2013 en 14 januari 2014 de grenzen opgezocht van wat een voldoende motivering van een gunningsbeslissing is. Zij gaf daarin weliswaar alle redenen voor de afwijzing van de betrokken inschrijver(s), de kenmerken en de voordelen van de inschrijving van de winnende inschrijving van Ballast Nedam, alsmede heeft zij uiteengezet wat de score van VolkerWessels en Ballast Nedam is en waarom ten aanzien van VolkerWessels in bepaalde gevallen niet de maximum score is toegekend, maar zij deed dat dermate summier, dat álle partijen om een nadere toelichting vroegen, maar die niet kregen. De nadere toelichting die door Thialf in haar akte alsmede ter terechtzitting is gegeven vormt naar voorlopig oordeel geen uitbreiding van de redenen van afwijzing, wijkt ook niet af van de eerder opgegeven redenen, en is derhalve toelaatbaar. Wél heeft deze nadere toelichting partijen en de voorzieningenrechter duidelijker inzicht verschaft in de redenen voor de afwijzing. Het is niet uitgesloten dat wanneer deze nadere toelichting eerder zou zijn gegeven, partijen een andere inschatting over (de wijze van) aanvechten van de winnende inschrijving zouden hebben gemaakt. Als dat juist zou zijn, heeft Thialf de (mogelijke) vertraging bij de start van de vernieuwbouw (mede) aan haar eigen opstelling te wijten. Hoe ook, de motivering van de gunningsbeslissing is schraal, maar voldoende te noemen. 6.7. Voor een veroordeling van Thialf tot het verstrekken van een nadere motivering van de gunningsbeslissing aan VolkerWessels bestaat dan ook geen grond. De daartoe strekkende vorderingen van VolkerWessels zijn dan ook niet toewijsbaar. De inhoudelijke beoordeling van de kwalitatieve criteria 6.8. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of er een andere beoordeling is gemaakt dan was aangekondigd en of de beoordeling juist is. De bezwaren van VolkerWessels tegen de beoordeling van haar inschrijving zien overigens slechts op het criterium “Kwaliteit” en niet op het criterium “Prijs”. 6.9. Vooropgesteld moet worden dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van kwalitatieve criteria. Weliswaar staat dat - enigszins - op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft - op zichzelf - nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht c.q. die beginselen. Van belang is dat (i) zodanige criteria worden geformuleerd dat het voor een kandidaat-inschrijver volstrekt duidelijk is aan welke kwaliteitseisen hij moet voldoen, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld, en (iii) de aanbestedende dienst zijn uiteindelijke keuze motiveert op een wijze die het voor de afgewezen inschrijvers mogelijk maakt om (a) de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen en (b) te controleren of de beoordeling de (voorlopige) gunningsbeslissing rechtvaardigt. Een aanbestedende dienst is gehouden om de inschrijving overeenkomstig de door hem gestelde eisen te beoordelen en mag geen afwegingsregels of subcriteria voor de gunningscriteria toepassen die zij niet vooraf ter kennis van de inschrijvers heeft gebracht, omdat anders in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel zou worden gehandeld (zie HvJ EU 24 januari 2008, C-532/06, Lianakis/Alexandroupolis en gerechtshof Den Haag, 21 februari 2012, LJN: BV6808). 6.10. Van een aanbestedende dienst kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter overigens niet worden verlangd dat zij exact omschrijft hoe zij wenst dat de inschrijver een bepaald kwaliteitscriterium invult om een maximale score te kunnen behalen. Daarmee zou immers elke concurrentie en inventiviteit uit de markt worden gehaald en het onderscheidend vermogen van de inschrijvers verminderd worden. Een gunningssystematiek (mede) op basis van kwaliteit zal daarom aan een inschrijver ruimte moeten laten om de gestelde vragen naar eigen inzicht te beantwoorden. Daardoor wordt een inschrijver optimaal gestimuleerd om inventief in te schrijven en door middel van de beantwoording van de vraag zoveel mogelijk kenbaar te maken begrip te hebben voor en inzage te hebben in die aspecten van de opdracht die naar zijn oordeel relevant zijn voor de aanbestedende dienst. Tevens kan de inschrijver zo laten zien op welke wijze, in zijn perceptie, de hoogste kwaliteit in het licht van de aan te besteden opdracht zal worden gerealiseerd. Alleen op die wijze kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter door de aanbestedende dienst een serieuze selectie - en daaraan verbonden puntentoekenning - op grond van kwaliteit plaatsvinden. In het onderhavige geval wenste Thialf met name een beroep te doen op de creativiteit van de inschrijvers binnen de kaders van het PvE. 6.11. De voorzieningenrechter mag niet op de stoel van de aanbestedende dienst gaan zitten bij het beoordelen van een inschrijving; hij dient slechts marginaal te toetsen of de door de aanbesteder uitgevoerde beoordeling – de puntenscore plus motivering – van de inschrijving voldoende grondslag vindt in de aanbestedingsstukken. Het is niet aan de voorzieningenrechter om kwalificaties als “goed” of “zeer goed” aan onderdelen van de inschrijving te hechten. Aan de aangewezen beoordelaars komt dan ook de nodige vrijheid toe, te meer nu zij geacht mogen worden te zijn aangewezen vanwege hun specifieke deskundigheid. Bij de weging van de beoordeling – welk cijfer wordt toegekend – is de beoordelingscommissie vrij. Slechts indien sprake zou zijn van procedurele dan wel inhoudelijke onjuistheden dan wel onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter. 6.12. De voorzieningenrechter stelt vast dat er een aanzienlijk pakket aan eisen en wensen door Thialf is vastgelegd in een zeer uitvoerig PvE. Voor zover partijen dit PvE te weinig concreet vinden, kan dat hen op basis van de Grossmann-jurisprudentie niet meer baten. Door mee te doen met de aanbesteding, hebben zij het PvE geaccepteerd. Zij hebben daarna ook nog ruim de gelegenheid gehad en genomen om nadere vragen te stellen en suggesties voor aanpassingen te doen. Thialf heeft daarop met vier zogeheten Nota’s van Inlichtingen gereageerd en zo laten weten wat haar standpunt is dienaangaande. Thialf heeft per beoordelingscriterium aangegeven waar de grond daarvoor gevonden kan worden in het PvE. Dát is door geen van partijen weersproken. - Visie op de opgave - 6.13. Ten aanzien van het bezwaar van VolkerWessels tegen de beoordeling op het punt van energiebesparing overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Thialf heeft er naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter terecht op gewezen dat de berekeningen van Halmos, waar VolkerWessels naar hebben verwezen, (kennelijk) uitgaat van een All-Electric oplossing, zulks gelet op de grote reductie van het elektrisch vermogen en de totale beperking van het gasverbruik. Dit strookt echter niet met de inschrijving van VolkerWessels, nu zij in haar ontwerp heeft gekozen voor een aardgas warmtekracht-koppeling (WKK), hetgeen zich niet verdraagt met een totale reductie van het gasverbruik. VolkerWessels heeft dit niet gemotiveerd weersproken. Daarmee ontvalt een eenduidige en helder gemotiveerde onderbouwing aan de gepretendeerde energiebesparing. De conclusie moet dan ook zijn dat de beoordeling en de wijze van beoordeling door Thialf de toets der kritiek naar voorlopig oordeel kan doorstaan. 6.14. Ten aanzien van het dak heeft VolkerWessels aangevoerd dat het door haar aangeboden dak aan alles eisen voldoet, maar tóch negatief door Thialf is beoordeeld. VolkerWessels houdt in haar Visie de huidige dakconstructie – waarmee Thialf kennelijk problemen ondervindt – intact en plaatst er een glasstrook overheen. Thialf heeft onderbouwd aangegeven dat het plaatsen van een glasstrook praktische risico’s in zich bergt (bewassing/onderhoud van het dak) en de huidige problemen met lekkage en wateraccumulatie niet oplost. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft VolkerWessels niet aannemelijk weten te maken dat Thialf niet in redelijkheid tot deze kritiek op de dakconstructie heeft kunnen komen. De stelling dat eventuele problemen in de bouwteamfase kunnen worden opgelost, snijdt geen hout, omdat dat wezenlijke onderdelen als de dakconstructie afdoende behandeld in het schetsontwerp opgenomen moeten worden. - Schetsontwerp - 6.15. Thialf heeft in het PvE een aanzienlijk pakket aan eisen en wensen voor de vernieuwbouw neergelegd. Dat het SO zoals dat door Thialf is gevraagd meer omvatte dan doorgaans in een SO aan detaillering wordt gevraagd, is daarmee ook gegeven. De eisen die Thialf aan het SO mocht stellen gaan dan ook verder dan gebruikelijk is voor een schetsontwerp. Gelijk Thialf heeft betoogd, had zij immers zelf in het PvE al een vlekkenplan gerealiseerd. Voorts geeft de Aanbestedingsleidraad aan dat hoe concreter het ontwerp is, hoe hoger de score. Thialf stelt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dan ook terecht dat – gegeven het PvE - het SO in de basis al aan de eisen en wensen van Thialf dient te voldoen. En juist een aspect als ‘hoe komt het publiek van de entree op de tribunes’ is – anders dan VolkerWessels stelt - dan ook geen ondergeschikt punt dat in een latere fase nog wel kan worden uitgewerkt. VolkerWessels had daarin dadelijk inzicht moeten verschaffen, ook al in het schetsontwerp. Niet aannemelijk gemaakt is door VolkerWessels dat Thialf niet in redelijkheid tot de geventileerde punten van kritiek op het Schetsontwerp - bijvoorbeeld ten aanzien van de techniekzone en de (uitwerking van de) materiaalkeuze – heeft kunnen komen. Het eigen oordeel van VolkerWessels over de uitwerking van het SO is in dezen niet de toetsingsmaatstaf. - Bouwplanning - 6.16. Het bezwaar van VolkerWessels tegen de beoordeling van de door haar gegeven bouwplanning kan haar niet baten. VolkerWessels stelt dat het aan haar als aannemer/inschrijver is om de bouwplanning vast te stellen en dat uitgangspunt dient te zijn dat zij daarin “op haar woord wordt geloofd”. De voorzieningenrechter deelt deze zienswijze van VolkerWessels niet. Het is zonder meer aan de aannemer/inschrijver, als bij uitstek deskundige partij ter zake de eigen inschrijving, om een daarop gebaseerde bouwplanning op te stellen. Vervolgens is het aan de aanbestedende dienst – hetgeen haar naar het oordeel van de voorzieningenrechter volkomen vrij staat - om die bouwplanning (marginaal) te toetsen. De kritiek van Thialf op de bouwplanning is VolkerWessels wellicht onwelgevallig, dat neemt niet weg dat VolkerWessels niet aannemelijk heeft weten te maken dat Thialf in redelijkheid niet tot de gemaakte kanttekeningen bij de bouwplanning – zoals de planning voor het in bedrijf stellen van de nieuwe installaties ten behoeve van de ijsvloer, de voorgestelde deelopleveringen en de (uiteindelijke) opleverdatum - heeft kunnen komen. Met name de stelling van Thialf dat de tijdsplanning voor het in bedrijf stellen van de nieuwe installaties ten behoeve van de ijsvloer doorloopt tot na de opleveringsdatum, heeft VolkerWessels naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende weerlegd. - Slotsom - 6.17. Uit het vorenstaande volgt dat er bij de beoordeling en de motivering in deze aanbesteding geen dusdanige ernstige fouten zijn gemaakt, dat op basis van deze aanbesteding geen geldige beslissing kan worden genomen. De vorderingen van VolkerWessels die strekken tot herbeoordeling althans heraanbesteding zijn dan ook niet toewijsbaar. De vorderingen van Ballast Nedam als tussenkomende partij 6.18. Uit al hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de inschrijving van Ballast Nedam terecht als winnende inschrijving door Thialf is aangemerkt in deze aanbestedingsprocedure. Volgens vaste jurisprudentie is een ongeclausuleerd gebod tot gunning aan de winnende partij in strijd met het beginsel van de contractsvrijheid. Wél is toewijsbaar een gebod tot gunning onder de voorwaarde dat de aanbestedende dienst nog steeds tot gunning van de opdracht wil overgaan. Dat brengt in dit geval mee dat, indien Thialf op basis van de huidige aanbestedingsprocedure nog steeds wenst te gunnen, zij de opdracht aan Ballast Nedam dient te gunnen. In zoverre kan het door Ballast Nedam gevorderde gebod tot gunning dan ook worden toegewezen (vgl. gerechtshof Den Haag, 24 maart 2009, LJN: BH9023). Het tevens gevorderde gebod jegens VolkerWessels. om te gehengen en te gedogen dat de opdracht aan Ballast Nedam wordt gegund zal worden afgewezen, nu Ballast Nedam deze vordering niet heeft onderbouwd. Zo heeft zij bijvoorbeeld niet gesteld wat onder voormeld gehengen en gedogen in dit specifieke geval zou moeten worden verstaan, noch welk belang zij daarbij in dezen heeft. Proceskosten 6.19. VolkerWessels zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. 6.20. De proceskosten aan de zijde van Thialf worden vastgesteld op: vast recht € 608,00 salaris van de advocaat € 816,00 -------------+ € 1.424,00 6.21. De proceskosten aan de zijde van Ballast Nedam worden vastgesteld op: vast recht € 608,00 salaris van de advocaat € 816,00 -------------+ € 1.424,00 6.22. De door Thialf en Ballast Nedam gevorderde nakosten zijn toewijsbaar zoals hierna in het dictum te melden. in het incident 6.23. De voorzieningenrechter dient nog te beslissen over de proceskosten in het incident. 6.24. Hoewel VolkerWessels als de in het incident in het ongelijk te stellen partij moet worden aangemerkt, zullen de proceskosten – overeenkomstig het door Ballast Nedam in de conclusie tot tussenkomst gedane verzoek – worden gecompenseerd op na te melden wijze. 7De beslissing De voorzieningenrechter: in het incident 7.1. staat de tussenkomst van Ballast Nedam toe; 7.2. compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; in de hoofdzaak 7.3. wijst de vorderingen van VolkerWessels af; 7.4. gebiedt Thialf om de opdracht te gunnen aan Ballast Nedam, voor zover Thialf op basis van de onderhavige aanbestedingsprocedure nog steeds tot gunning van de opdracht wenst over te gaan; 7.5. veroordeelt VolkerWessels in de kosten van het geding, aan de zijde van Thialf vastgesteld op € 1.424,00, alsmede in de nakosten van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening van dit vonnis, en bepaalt dat, als niet binnen veertien dagen na de dagtekening van dit vonnis aan deze proceskostenveroordeling worden voldaan, daarover de wettelijke rente verschuldigd is. 7.6. veroordeelt VolkerWessels in de kosten van het geding, aan de zijde van Ballast Nedam vastgesteld op € 1.424,00, alsmede de nakosten van € 131,00 zonder betekening en € 199,00 in geval van betekening van dit vonnis, en bepaalt dat als niet binnen veertien dagen na de dagtekening van het vonnis aan deze proceskostenveroordeling is voldaan daarover de wettelijke rente verschuldigd is. 7.7. verklaart dit vonnis ten aanzien van de sub 7.4., 7.5. en 7.6. van het dictum genoemde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. 7.8. wijst af hetgeen overigens door Ballast Nedam is gevorderd; Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2014. fn 343
ECLI:NL:RBDHA:2017:1199
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Randstad Resource Bedrijf Zakelijk B.V., gevestigd te Diemen, 2.
ECLI:NL:RBDHA:2017:4930
Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/526660 / KG ZA 17-176 Vonnis in kort geding van 14 april 2017 in de zaak van de besloten vennootschap KRÄMER BOUW B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht, eiseres, advocaat mr. Ch.P.A.Th. van Goethem te Amsterdam, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE DEN HAAG, zetelende te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. M.R. Küthe te Den Haag, waarin zijn tussengekomen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [B.V.1] , gevestigd te Rotterdam, advocaat mr.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/535052 / KG ZA 17-868 Vonnis in kort geding van 4 oktober 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidPHILIPS NEDERLAND B.V., gevestigd te Eindhoven, eiseres, advocaat mr. B.J. Korthals Altes-van Dijk te Amsterdam, tegen: de coöperatie FACILITAIRE SAMENWERKING BEVOLKINGSONDERZOEKEN U.A., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam, waarin is tussengekomen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SECTRA IMAXPERTS B.V., tevens handelend onder de naam Sectra Benelux, gevestigd te Almere, advocaat mr.

A.C.M. Fischer-Braams te Rijswijk. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Philips', 'FSB' en 'Sectra'. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de brief van Philips van 13 juli 2017, met producties; - de akte houdende overlegging aanvullende productie tevens houdende wijziging van eis van Philips; - de incidentele conclusie tot tussenkomst dan wel voeging, met producties; - de brief van FSB van 15 september 2017, met productie; - de brief van Sectra van 18 september 2017, met productie; - de op 20 september 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2Het incident tot tussenkomst, dan wel voeging 2.1. Sectra heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Philips en FSB, dan wel zich te mogen voegen aan de zijde van FSB. Ter zitting hebben Philips en FSB verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vordering. Sectra is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 3.1. Op 9 januari 2017 heeft FSB heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure uitgeschreven voor de opdracht tot het leveren en onderhouden van een Image Management Systeem 2.0 ten behoeve van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in Nederland (hierna 'IMS'). De belangrijkste functie van IMS betreft het opslaan, zichtbaar maken en uitwisselen van digitale beelden (foto's/mammogrammen). Als gunningscriterium wordt gehanteerd de beste prijs-kwaliteitverhouding. 3.2.

Voor zover hier van belang vermeldt het Beschrijvend Document: " 7.3 Wijze van beoordelen Gunningscriteria Ten aanzien van de in bovenstaande tabel opgenomen gunningscriteria geldt het volgende: (…) Iedere Inschrijving wordt beoordeeld op zijn eigen merites. Dat neemt niet weg dat het beoordelingsteam bij de beoordeling rekening kan houden met hetgeen is waargenomen in andere Inschrijvingen. Dat kan immers mede bepalend zijn voor het toetsingskader/verwachtingspatroon van het beoordelingsteam. Het beoordelingsteam beoordeelt elk Gunningscriterium op basis van de informatie die de Deelnemer met betrekking tot dat specifieke Gunningscriterium heeft overgelegd.

Indien een Deelnemer meent dat voor de beoordeling van een Gunningscriterium ook een ander onderdeel van zijn Inschrijving van belang is, dient hij daar expliciet (i.e. met vermelding van paragraaf-/paginanummers) naar te verwijzen, waarbij hij tevens aangeeft waarom de informatie waarnaar hij verwijst van belang is voor de beoordeling van het betreffende Gunningscriterium. (…) 7.6 G1.3 Gunningscriterium 'Architectuur' 7.6.1 Doelstelling Opdrachtgever is op zoek naar een Opdrachtnemer die overtuigend verstand heeft van de technische aandachtspunten zoals die bij Opdrachtgever spelen.

Doel van Opdrachtgever is om een Opdrachtnemer te selecteren die een zeer goed passende oplossing biedt; een oplossing die optimaal functioneert, betrouwbaar is, voldoende snel is, veilig is (voor wat betreft privacy en informatiebeveiliging) en optimaal samenwerkt met de andere betrokken systemen (met name ScreenIT) zodat Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek naar borstkanker benodigde werkzaamheden effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) kan uitvoeren. Uitgangspunt is dat hoe beter een Opdrachtnemer aan deze doelstelling voldoet, hoe beter de Opdracht wordt ingevuld. 7.6.2 Achtergrondinformatie Het huidige IMS maakt gebruik van USB disks voor het transport van beelden tussen SE (voorzieningenrechter:

Screeningseenheid) en CE (voorzieningenrechter: Centrale Eenheid). In de CE worden de beelden op dit moment noodzakelijkerwijs gestuurd naar zowel het Beoordeelstation waarop de beoordeling moet plaatsvinden alsook naar het centraal IMS voor archivering. (…) Uitgangspunten voor de toekomstige architectuur zijn: Voldoen aan de hoogste privacy en security normen. Hoge performance en uptime (zie eisen omtrent het beheer). Zoveel mogelijk (near-)online in de Screeningseenheden. Koppelingen op basis van internationale standaarden (IHE). Rechtstreeks bekijken van Onderzoeken in centraal IMS, waardoor beoordeling op elk aangesloten Beoordeelstation kan plaatsvinden.

Optimale communicatie van beelden tussen centraal IMS en LRCB (voorzieningenrechter: Landelijk Referentiecentrum voor Bevolkingsonderzoek) en tussen centraal IMS en derden. 7.6.3 Vraagstelling. Beschrijf in maximaal 3000 woorden tekst en indien gewenst met maximaal 3 A4 met bijbehorende tekeningen hoe u voldoet aan de doelstelling en besteed in ieder geval aandacht aan: Een gedetailleerd architectuur, en geef duidelijk aan waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en hoe deze bijdragen aan de performance en de continuïteit van de dienstverlening. Geef aan hoe de netwerkarchitectuur vormgegeven wordt.

Geef ook aan hoe de aangeboden architectuur zich verhoudt tot de referentie architectuur op basis van IHE profielen (zie bijlage het document Appendix I - Schematische Weergave Referentiearchitectuur): Geef aan hoe informatiebeveiliging en security conform Wet- en regelgeving wordt geborgd. Denk daarbij ook aan aansluiting op Unet. Geef aan hoe 'Privacy by design' is verwerkt in uw aanbod. Geef aan hoe u data integriteit realiseert over de hele keten: van het opslaan van de beelden in het SE archief tot en met de opslag in het centrale archief en de route terug om beelden te verwijderen uit de SE zodra mogelijk.

Maak een systeem architectuur (inclusief inschatting van de benodigde storagecapaciteit voor SE, CE, BE (voorzieningenrechter: Beoordelingseenheid) en centraal op basis van de kengetallen in het beschrijvend document). Geef in een overzicht aan hoe alle koppelingen worden gerealiseerd en geef daarbij aan waarom welke keuzes gemaakt zijn: comply or explain t.o.v. de referentiearchitectuur in het document Appendix I - Schematische Weergave Referentiearchitectuur. Geef aan hoe u online mobiele communicatie kunt realiseren om de beelden van/naar het centraal IMS te transporteren.

Geef daarbij ook aan hoe u omgaat met instabiele of niet aanwezige verbindingen. Geef aan hoe u een optimale communicatie tussen centraal IMS en LRCB en tussen centraal IMS en derden mogelijk maakt. Geef aan waarom u bepaalde keuzes heeft gemaakt binnen uw portfolio. 7.6.4 Beoordeling / puntentoekenning. 4 punten: De opdrachtnemer levert een zeer goed passende oplossing en deze voldoet zeer goed aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is in zeer ruime mate concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd. Met behulp van de geboden oplossing kan Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker benodigde werkzaamheden zeer effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) uitvoeren. 3 punten:

De Opdrachtnemer levert een goed passende oplossing en deze voldoet goed aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is in ruime mate concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd. Met behulp van de geboden oplossing kan Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker benodigde werkzaamheden effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) uitvoeren. 2 punten: De Opdrachtnemer levert een voldoende passende oplossing en deze voldoet voldoende aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is in redelijke mate concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd.

Met behulp van de geboden oplossing kan Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker benodigde werkzaamheden redelijk effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) uitvoeren 1 punt: De Opdrachtnemer levert een matig passende oplossing en deze voldoet matig aan de beschreven doelstelling. De beschrijving van de oplossing is matig concreet, eenduidig, volledig en onderbouwd. Met behulp van de geboden oplossing kan Opdrachtgever de voor het Bevolkingsonderzoek Borstkanker benodigde werkzaamheden matig effectief en efficiënt (in tijd, kwaliteit en geld) uitvoeren. 0 punten:

De Opdrachtnemer levert een slecht passende oplossing en deze voldoet niet aan de beschreven doelstelling, deze vraag wordt niet beantwoord of de beantwoording is niet relevant." 3.3. Het Programma van Eisen ('PvE') bevat onder andere de navolgende eisen: Eis A.7.20: "In het kader van privacy en informatiebeveiliging stuurt ScreenIT de IMS applicatie aan om de beelden op de Screeningseenheid en bijbehorende metadata te verwijderen. Het IMS functioneert conform dit proces." Eis C.11.1: " Niveau 1: Om een gemiddelde snelheid van 120 Onderzoeken beoordelen per uur te kunnen halen moeten het te beoordelen Onderzoek plus de onderzoeken van de vorige twee ronden (indien aanwezig in het centraal IMS) van de eerste client van een werklijst bij aanklikken in Screen IT op een Beoordelingseenheid binnen 10 seconden op hetzelfde Beoordeelstation weergegeven worden." Eis C.11.3: " Niveau 1:

Om een gemiddelde snelheid van 120 onderzoeken beoordelen per uur te kunnen halen moeten het te beoordelen Onderzoek plus de onderzoeken van de vorige twee ronden (indien in het centraal IMS aanwezig) van de volgende client op een werklijst na klikken op 'volgende cliënt' binnen 1.5 seconden op hetzelfde Beoordeelstation weergegeven worden." Eis C.11.4: "Om minimaal vijftien Onderzoeken per uur te kunnen uitvoeren moeten op alle Werkstations (Balie-, Onderzoek-, en Bekijkstations) een Onderzoek van een cliënt die op die dag is gepland plus het Onderzoek van de vorige ronde (indien in het centraal IMS aanwezig) binnen 1,5 seconden op het Werkstation beschikbaar zijn.

De aangeboden oplossing draagt zorg dat deze eis gehaald wordt, ook al is er geen of matige mobiele dataverbinding." Eis C.11.10: "Gestelde performance eisen gelden per Beoordeelstation. Dit betekent dat bij het gelijktijdig gebruik van alle Beoordeelstations en het gelijktijdig importeren van nieuwe onderzoeken door alle Screeningsorganisaties de maximale waarden niet overschreden mogen worden." 3.4. In antwoord op vraag 363092 heeft FSB in de Nota van Inlichtingen ('NvI') 1 van 17 februari 2017 het volgende aangegeven: "Er is gekozen voor een 'near-online' oplossing voor ScreenIT op een screeningseenheid.

Er zal een webserver worden ingericht op de SE (op een van de virtuele servers die door Opdrachtnemer wordt opgeleverd). Dit betekent dat via de mobiele dataverbinding lokale webserver continu gesynchroniseerd wordt met de centrale database. Als er (even) geen verbinding is, blijven de laatste gegevens bewaard. MBB'ers (voorzieningenrechter: Medisch Beeldvormings- en Bestralingsdeskundigen, die de mammogrammen maken met behulp van de mammograaf) beschikken daarmee over de meest recente cliëntinformatie. Indien er bij een standplaats helemaal geen mobiel netwerk beschikbaar is (op dit moment bij 3% van alle standplaatsen) woren de clientgegevens doormiddel van een usb-disk (die door een koerier wordt gebracht en gehaald) gesynchroniseerd.

Voor beelden geldt dat er een performance eis is van 1,5 seconden voor de beschikbaarheid van een Onderzoek samen met het Onderzoek van de vorige ronde (mits er sprake is van een vorige ronde) op alle Werkstations op een Screeningseenheid (zie aangepaste eis C.11.4). De verwachting is dat deze performance eis alleen maar gerealiseerd kan worden met een lokale storage. De uitwisseling van beelden tussen de lokale storage en het centraal IMS vindt nu plaats doormiddel van een usb-disk (die door een koerier wordt gebracht en gehaald). In G1.3 Gunningscriterium 'Architectuur' wordt aan Deelnemer gevraagd om een oplossing aan te bieden waarbij de uitwisseling van beelden zoveel mogelijk via het mobiele datanetwerk (indien beschikbaar) plaats kan vinden." 3.5.

In antwoord op vraag A363136 heeft FSB in NvI 2 als volgt gereageerd: "Er wordt gebruik gemaakt van beelden uit de vorige screeningsronde (indien aanwezig) om bij de screening van een cliënt beelden te produceren die zoveel mogelijk identiek zijn. Om die reden moeten beelden voorafgaand aan een onderzoek aanwezig zijn op een Screeningseenheid (werkvoorraad). Op dit moment hebben de screeningsorganisaties verschillende werkwijzen. De werkvoorraad varieert van tien dagen tot drie weken. Omdat er op dit moment geen mobiele dataverbinding is om beelden uit te wisselen brengt een koerier dagelijks een USB-disk met mutaties en nieuwe onderzoeken.

Hierdoor worden uiterlijk drie dagen voor de onderzoeksdatum cliënten ingepland, zodat de beelden uit de vorige ronde zeker op een Screeningseenheid aanwezig zijn. In G 1.3 Gunningscriterium 'Architectuur' wordt deelnemer gevraagd met een oplossing te komen, waardoor er een grotere flexibiliteit ontstaat in het screenen van cliënten uit het atterentiegebied van een standplaats." 3.6. In antwoord op vraag 381114 heeft FSB in NvI 3 van 20 maart 2017 aangegeven: "Hiernaast is zijn er enkele gunningscriteria zoals 'Architectuur' en 'PVA'. De beoordeling hiervan staat uitvoerig in het beschrijvend document beschreven en hier geldt op hoofdlijnen dat hoe beter een oplossing voldoet aan de beschreven doelstelling (en onderbouwd is op welke wijze) hoe meer punten worden toegekend." 3.7.

In antwoord op vraag NvI6.043 heeft FSB in NvI 6 van 28 april 2017 als volgt gereageerd: "Ja, er moet voor alle standplaatsen een mobiele dataverbinding beschikbaar zijn. Er is nergens een vaste internet verbinding op deze standplaatsen. Indien Deelnemer een alternatief heeft voor de 4G verbinding om een mobiele dataverbinding tot stand te brengen staat deze daartoe vrij om deze aan te bieden." 3.8. Op de aanbesteding hebben onder andere Philips (de huidige opdrachtnemer) en Sectra tijdig ingeschreven. 3.9. Bij brief van 8 juni 2017 heeft FSB het volgende bericht aan Philips: "Na beoordeling van de ontvangen Inschrijvingen heeft FSB vastgesteld dat Sectra ImaXperts B.V. de Inschrijving met de beste prijs-kwaliteitverhouding heeft ingediend.

FSB is daarom voornemens de Overeenkomst aan Sectra ImaXperts BV. te gunnen. In Bijlage A treft u een overzicht van de door uw organisatie behaalde scores en de onderbouwing daarvan. Tevens kunt u in deze bijlage zien dat uw Inschrijving 90.75 punten heeft behaald, tegenover 92,93 voor Sectra ImaXperts B.V. Dit betekent dat u als 2e bent geëindigd en uw Inschrijving vooralsnog niet voor gunning van de Overeenkomst in aanmerking komt. Sectra ImaXperts B.V. heeft deze score behaald door een maximale score op het criterium prijs, een maximale score op de criteria 'Toekomstige ontwikkelingen', 'Architectuur', 'Interviews' en de wensen omtrent de oplossing en de koppelingen (Tabbladen a en b uit het PVE).

Daarnaast had Sectra een score van 1,82 op het criterium 'Demonstratie', een score van 3,7 op het criterium 'Plan van aanpak' en een score van 91% op de wensen omtrent de diensten (tabblad c)." 3.10. Uit bijlage A bij de gunningsbeslissing blijkt dat de inschrijving van Philips voor wat betreft het criterium, Architectuur een score heeft behaald van 15 punten en die van Sectra een score van 20 punten, zijnde de maximaal haalbare score. Voor het overige vermeldt de bijlage onder meer: "Onderstaand is de verdere detaillering en onderbouwing van de toegekende scores opgenomen. (…) 3) Score van de Gunningscriteria 'Toekomstige ontwikkelingen', 'Architectuur' en 'Plan van Aanpak'. (…) 3b) Architectuur Score: 3 Voldoet aan de doelstelling Door het beoordelingsteam genoemde goede aspecten:

De gevraagde zaken zijn door Philips goed uitgewerkt. Privacy en security zijn goed en duidelijk toegelicht. Er is sprake van een hoge performance en uptime. De koppelingen op internationale standaarden zijn goed uitgewerkt. De rechtstreekse viewer is goed uitgewerkt. Er is sprake van het gecomprimeerd uitwisselen van bestanden. Door het beoordelingsteam genoemde minder goede aspecten: Het voorgestelde FIFO (voorzieningenrechter: First In First Out) principe op de SE past minder goed bij een 'security by design' gedachte. De onderbouwing en uitwerking van de mobiele oplossing is niet optimaal.

Prefetching is nog steeds noodzakelijk waardoor tijd- en plaatsonafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk wordt. " 3.11. Op 16 juni 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden, waarbij Philips haar bezwaren tegen de gunningsbeslissing kenbaar heeft gemaakt aan FSB. Haar bezwaren heeft Philips herhaald in een brief van 22 juni 2017. Bij brief van 27 juni 2017 heeft FSB de gunningsbeslissing nader toegelicht. Hieruit volgt dat FSB geen aanleiding ziet om op de gunningsbeslissing terug te komen. Voor zover relevant voor het onderhavige geschil luidt de brief van FSB: "Architectuur (Gunningscriterium 1.3) _________________________________________________________________________________________ Vraag 1.

Uit de afwijzingsbrief volgt dat Philips ten aanzien van dit gunningscriterium kennelijk puntenaftrek heeft gekregen omdat "het voorgestelde FIFO principe op de Screeningseenheid minder goed zou passen bij een "security by design" gedachte. Deze beoordeling kan geen standhouden reeds omdat de door ons aangedragen oplossing juist uitgaat van het verwijderen van beelden onder aansturing van ScreenIT, hetgeen dus niet overeenkomt met het door u veronderstelde FIFO principe. Tegen die achtergrond valt niet goed te begrijpen waarom de door ons voorgestelde oplossing "minder goed" zou passen bij een security by design gedachte.

Bij die stand van zaken lijkt een herbeoordeling van onze bieding geïndiceerd. Kunt u nader verduidelijken waarop u heeft gebaseerd dat onze oplossing van een FIFO principe zou uitgaan? Antwoord vraag 1 In paragraaf 3.3 van G1 .3 Architectuur van Philips staat de volgende tekst: "'Privacy by design’ houdt vooral verband met dataminimalisatie: het verwerken van een minimale set aan persoonsgegevens die nodig zijn om screeningproces te ondersteunen." Het beoordelingsteam is van mening dat het vanuit het perspectief van Philips genoemde alternatieve oplossing zoals vermeld in de volgende zinnen: "De opslagcapaciteit van de IMS-server is ruim voldoende voor meerdere maanden prior en nieuwe data.

De onderzoeken op de server worden automatisch opgeruimd na het overschrijden van een drempelwaarde", niet zeer goed past bij de door Philips gestelde dataminimalisatie. Dit omdat volgens het beoordelingsteam het langer dan noodzakelijk bewaren van onderzoeken op een mobiele screeningseenheid zich niet lijkt te verhouden tot dataminimalisatie. Vraag 2 Voorts noemt de afwijzingsbrief als minder goed aspect in dit verband dat de "onderbouwing en uitwerking van de mobiele oplossing" "niet optimaal" zou zijn Deze opmerking kunnen wij niet goed plaatsen, omdat ons volstrekt onduidelijk is op welke punten onze onderbouwing en uitwerking tekort zou schieten.

Kunt u gelet daarop aangeven welke componenten van de mobiele oplossing volgens u "niet optimaal" zouden zijn onderbouwd en uitgewerkt en wat er naar uw oordeel ontbreekt in de onderbouwing van Philips op dat punt? Antwoord vraag 2. In de Inschrijving van Philips staat de volgende tekst: "Deze worden (near-)online gekoppeld via twee 4G-netwerken van twee afzonderlijke providers. Een daarvan wordt als primaire verbinding ingezet, de andere als back-up." Naar de mening van het beoordelingsteam wordt hiermee aangeboden wat wordt gevraagd in het PVE.

Naar het oordeel van het beoordelingsteam gaat hiermee Philips minder goed in op de volgende vraag uit het beschrijvend document: "Geef daarbij ook aan hoe u omgaat met instabiele of niet aanwezige verbindingen.” (vraagstelling 7.6.3, p54 van beschrijvend document). Er worden geen extra oplossingen of voorzieningen aangeboden (zoals die overigens bij anderen wel worden aangeboden) die de kans op een zeer effectieve dataverbinding vergroten. Vraag 3 Daarnaast stelt u in de afwijzingsbrief als reden voor puntenaftrek dat bij de door ons aangeboden oplossing Prefetching "nog steeds noodzakelijk is" waardoor "tijd- en plaats onafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk' zou zijn.

Ook deze redenering kunnen wij niet goed volgen. Uit onze berekeningen volgt dat prefetching noodzakelijk is om de maximale score te kunnen behalen voor wat betreft de performance eis onder A2 12 van het PvE. Dat geldt voor ons maar evenzeer voor de andere inschrijvers. Wij begrijpen uit de afwijzingsbrief dat Sectra net als wij een maximale score heeft behaald op punt A2.12. Dat betekent dat ook hun oplossing voorziet in prefetching. Anders dan Philips heeft Sectra daarvoor echter geen puntenaftrek gekregen. Het is echter van tweeën één: of de door Sectra geboden oplossing voorziet niet in prefetching maar dan valt niet te begrijpen hoe zij de maximale score op punt A2.12 hebben kunnen halen, of Sectras oplossing voorziet wel in prefetching maar dan is onbegrijpelijk dat Philips daar anders dan Sectra puntenaftrek voor heeft gekregen.

Kunt u tegen die achtergrond toelichten hoe u beide partijen op dit onderdeel ongelijk heeft kunnen behandelen? Antwoord vraag 3 Naar de mening van het beoordelingsteam is er geen sprake van ongelijke behandeling Sectra heeft op architectuurniveau voor een andere oplossing gekozen waardoor uw veronderstelling niet correct is. Vraag 4 Ook los daarvan is het niet in te zien waarom is geoordeeld dat prefetching zou maken dat "tijd- en plaats onafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk" zou zijn. Bij prefetching zoals door ons voorgesteld worden alle BE-locaties (dus werkplek onafhankelijk) immers voorzien van alle relevante beelden die nodig zijn voor de beoordeling.

Zoals in onze inschrijving aangegeven blijft het daarnaast bovendien uitdrukkelijk mogelijk om direct beelden op te vragen. Dit zorgt ervoor dat het tijd- en plaats onafhankelijk beoordelen onder alle omstandighedenmogelijk is, zonder dat daarbij concessies gedaan worden aan de vereiste diagnostische beeldkwaliteit. Zou u gelet daarop kunnen toelichten waarom volgens u met de door ons geboden oplossing niettemin tijd- en plaats onafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk zou zijn? Antwoord vraag 4 Uit uw inschrijving blijkt dat Philips prefetching noodzakelijk acht; u geeft dat ook aan in uw brief van 22 juni.

Naar de mening van het beoordelingsteam zorgt prefetching voor minder flexibiliteit omtrent tijd- en plaats onafhankelijk werken omdat beelden vooraf naar een beoordeelstation gestuurd moeten worden voordat een onderzoek beoordeeld kan worden. Gelet op het uitgangspunt "Rechtstreeks bekijken van Onderzoeken in centraal IMS, waardoor beoordeling op elk aangesloten Beoordeelstation kan plaatsvinden’, is dit voor het beoordelingsteam aanleiding geweest voor het oordeel dat de inschrijving van Philips op dit onderdeel niet aangemerkt kan worden als een oplossing die zeer goed aan de beschreven doelstelling voldoet." 4Het geschil 4.1.

Na wijziging van eis vordert Philips, zakelijk weergegeven: primair I. FSB te verbieden de opdracht te gunnen aan Sectra; II. FSB te gebieden de opdracht te gunnen aan Philips; subsidiair III. FSB te gebieden over te gaan tot herbeoordeling van de inschrijving van Philips; meer subsidiair IV. FSB te gebieden over te gaan tot heraanbesteding; een en ander met veroordeling van FSB in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4.2. Daartoe voert Philips - samengevat - het volgende aan. Philips is in haar inschrijving volledig tegemoet gekomen aan alle eisen en wensen van FSB.

Desondanks is zij niet tot winnaar van de aanbesteding uitgeroepen. In het bijzonder voor wat betreft het gunningscriterium 'Architectuur' deugt de gunningsbeslissing niet. In dat verband zijn op cruciale onderdelen de door FSB aangevoerde redenen voor puntenaftrek niet te rijmen met de inschrijving van Philips. Ter zake van dat criterium zijn aan de inschrijving ten onrechte slechts drie punten ('goed') toegekend in plaats van de maximale score van vier punten ('zeer goed'). Als dat wel zou zijn gebeurd, heeft de inschrijving van Philips de beste prijs-kwaliteitverhouding.

Bovendien is de gunningsbeslissing ontoereikend gemotiveerd, aangezien met betrekking tot Sectra (de winnaar) enkel de scores zijn opgenomen in de gunningsbeslissing en niet ook de kenmerken en de voordelen waarop die scores zijn gebaseerd. Daarnaast is - voor zover de primaire stellingen van Philips niet kunnen worden gevolgd - op het punt van de 'mobiele oplossing' sprake van een onduidelijkheid in de aanbestedingsstukken, omdat daaruit niet kan worden opgemaakt dat FSB "extra oplossingen of voorzieningen" wenst, zoals blijkt uit het antwoord op vraag 2 in de brief van 27 juni 2017. 4.3.

FSB en Sectra voeren gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken. 4.4. Sectra vordert - zakelijk weergegeven - FSB te gebieden de opdracht (definitief) aan haar te gunnen, dan wel in goede justitie een andere, passende, voorziening te treffen. 4.5. Verkort weergegeven stelt Sectra daartoe dat FSB op goede gronden voornemens is de opdracht aan haar te gunnen. 4.6. Voor zover nodig zullen de standpunten van Philips en FSB met betrekking tot de vorderingen van Sectra hierna worden besproken.

5De beoordeling van het geschil

Met betrekking tot de vorderingen van Philips Vooraf 5.1. FSB en Sectra hebben hun aanvankelijke bezwaar tegen de door Philips in het geding gebrachte productie 8 (wegens de - in hun visie - te late toezending ervan) uiteindelijk niet gehandhaafd, zodat daarop niet meer behoeft te worden beslist. 5.2. Kern van het onderhavige (primaire) geschil betreft de vraag of FSB de inschrijving van Philips voor wat betreft het criterium Architectuur op goede gronden heeft beoordeeld als 'goed' (3 punten) en niet als 'zeer goed' (4 punten) in de zin van paragraaf 7.6.4 van het Beschrijvend Document.

In dat verband richten de bezwaren van Philips zich tegen het standpunt van FSB dat: (i) het aangeboden FIFO-principe op de Screeningseenheid minder goed past bij een 'Security by Design' gedachte; (ii) de onderbouwing en uitwerking van de mobiele oplossing niet optimaal is; (iii) prefetching nog steeds noodzakelijk is, waardoor tijd- en plaatsonafhankelijk beoordelen naar verwachting minder goed mogelijk wordt. 5.3. Alvorens die drie kwesties - telkens afzonderlijk - inhoudelijk te beoordelen, stelt de voorzieningenrechter het volgende voorop. 5.3.1.

Enige mate van subjectiviteit is inherent aan de beoordeling van een kwalitatief gunningscriterium, zoals hier aan de orde. Weliswaar staat dat enigszins op gespannen voet met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft als zodanig nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver volstrekt duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen.

Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund, mede waar van een rechter niet kan worden verlangd dat deze specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. In beginsel is het derhalve niet aan de voorzieningenrechter om kwalificaties als 'goed' of 'zeer goed' aan onderdelen van de inschrijving te verbinden.

Slechts wanneer sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden/onduidelijk-heden, die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter. Dat klemt te meer nu een 'volle toetsing' er toe zou kunnen leiden, dat vertrouwelijke en/of concurrentiegevoelige informatie van de winnaar van de aanbestedingsprocedure openbaar moet worden gemaakt, wat de rechtmatige commerciële belangen van die winnaar kan schaden en/of afbreuk kan doen aan de eerlijke mededinging. 5.3.2.

Verder is van belang dat - in geval van een beoordelingssystematiek zoals hier aan de orde - van een inschrijver mag worden verwacht dat hij in eigen bewoordingen aangeeft op welke wijze hij de verlangde kwaliteit gaat leveren. Daarmee wordt hij in de gelegenheid gesteld zich te onderscheiden van de andere inschrijvers en aldus zijn meerwaarde aan te tonen. Mede gelet hierop behoeft een aanbestedende dienst dan ook niet aan te geven wat nodig is om een maximale score op een criterium te behalen. Alsdan zou iedere innovatie, creativiteit of ieder zelfstandig denkproces bij de inschrijvers worden geëcarteerd.

Daaraan is inherent dat een inschrijvende partij de ruimte wordt geboden om op eigen wijze aan te geven hoe hij de gewenste kwaliteit invult. Daardoor wordt hij optimaal gestimuleerd om inventief in te schrijven en kenbaar te maken begrip en inzicht te hebben voor c.q. in die aspecten van de opdracht die volgens hem relevant zijn voor de aanbestedende dienst. 5.3.3. Als uitgangspunt moet worden genomen dat in beginsel er op mag worden vertrouwd dat de inschrijvingen correct en zorgvuldig worden getoetst door de aangewezen beoordelaars. 5.3.4. Philips stelt zich consequent op het standpunt dat FSB ten onrechte is overgegaan tot 'puntenaftrek' indien zij (FSB) een onderdeel van het aanbod van Philips als niet, dan wel minder goed beoordeelt.

Dat is echter een onjuist(e) standpunt/veronderstelling. Uit de aanbestedingstukken volgt immers duidelijk dat bij de beoordeling van de inschrijvingen als uitgangspunt wordt genomen dat hoe beter een oplossing voldoet aan de in de aanbestedingsstukken beschreven doelstelling (en onderbouwd is op welke wijze) hoe meer punten worden toegekend. Dát maakt dus het verschil tussen 'matig', 'voldoende', 'goed' en 'zeer goed' in de zin van paragraaf 7.6.4 van het Beschrijvend Document. (zie o.a. paragraaf 7.6.1 van het Beschrijvend Document en het antwoord op vraag 381114 in NvI 3).

Niet gebleken is dat de beoordeling van de inschrijvingen niet dienovereenkomstig heeft plaatsgevonden. 5.3.5. Voor zover Philips - met haar stelling onder 2.11 in de dagvaarding - heeft willen betogen dat zij in haar inschrijving tegemoet is gekomen aan alle eisen en wensen van FSB, zodat aan haar inschrijving - ook voor wat betreft het criterium Architectuur - de maximale score moet worden toegekend, kan zij daarin niet worden gevolgd. Uit de in paragraaf 7.6.4 van het Beschrijvend Document opgenomen puntentoekenning volgt immers dat het enkele volledig voldoen aan alle eisen en wensen hooguit 3 punten ('goed') oplevert.

Om voor de maximale score van 4 punten ('zeer goed') in aanmerking te komen moet sprake zijn van een duidelijke meerwaarde, waardoor de betreffende werkzaamheden nog/veel effectiever en efficiënter kunnen worden uitgevoerd. FIFO 5.4. Ingevolge Eis 7.20 dient - in het kader van privacy en informatiebeveiliging - ScreenIT (kort gezegd: het centrale informatiesysteem) de IMS applicatie aan te sturen om de beelden op de Screeningseenheid en de bijbehorende meta-data te verwijderen. 5.5. Met het oog daarop vermeldt de inschrijving van Philips in het Architectuurdocument: "2.3 Het bewaken van consistentie tussen IMS-SE en IMS Centraal (…) • Voor het verwijderen van onderzoeken, zowel centraal als op de SE, wordt gebruik gemaakt van de beschikbare mogelijkheden binnen het IHE IOCM-profiel.

ScreenIT stuurt dit aan en heeft op deze manier volledige controle over de data in het IMS. (…) • Verwijderen van data op de SE kan ook via ILM. Vanuit Philips' perspectief is dit echter niet noodzakelijk: de privacygevoelige data op de server is versleuteld en nieuwe data wordt beschermd tegen verwijderen door het Storage Commit-mechanisme. De opslagcapaciteit van de IMS-server is ruim voldoende voor meerdere maanden prior en nieuwe data. De onderzoeken op de server worden automatisch opgeruimd na het overschrijden van een drempelwaarde." 5.6.

De onder de laatste bullet vermelde oplossing (via ILM), komt neer op het zogenoemde 'FIFO-principe', waarbij - na overschrijding van een drempelwaarde - na opslag van nieuwe beelden/data de oudste beelden/data automatisch worden verwijderd. Deze oplossing, waarbij geen aansturing plaatsvindt vanuit ScreenIT, voldoet onmiskenbaar niet aan de onder 5.4. vermelde eis. Bovendien lijkt die oplossing zonder nadere toelichting, die Philips niet geeft in haar inschrijving, zich niet goed te verhouden met de - blijkens paragraaf 7.6.3 van het Beschrijvend Document - verlangde 'Privacy bij Design', ofwel 'dataminimalisatie', waarbij zo weinig mogelijk persoonsgegevens worden verwerkt.

Het FIFO-principe kan immers meebrengen dat persoonsgegevens langer worden bewaard dan noodzakelijk. 5.7. In het kader van de onderhavige procedure heeft Philips aangevoerd dat de door haar opgevoerde verwijderingsmethode volgens het FIFO-principe slechts moet worden aangemerkt als (extra) vangnet in de situatie dat aansturing via ScreenIT niet mogelijk is. Dat kan echter niet worden afgeleid uit de inschrijving van Philips. FSB heeft daarmee dan ook terecht geen rekening gehouden. Zij is dus op goede gronden ervan uitgegaan dat die methode een (volwaardig) onderdeel vormt van het aanbod van Philips. 5.8.

Op grond van het voorgaande heeft FSB het hier aan de orde zijnde aanbod van Philips terecht niet als 'zeer goed' kunnen kwalificeren. Mede bezien in het licht van hetgeen hiervoor onder 5.6 is overwogen doet daaraan niet af dat in de gunningsbeslissing de 'Security bij Design' gedachte wordt aangehaald en in de toelichting van 27 juni 2017 wordt aangesloten bij 'Privacy by Design'. Beide aspecten hebben betrekking op de beveiliging van het aangeboden systeem, terwijl Philips zelf in haar Architectuurdocument in paragraaf 3.3 betreffende "Het 'security by design'-aspect" aangeeft hoe zij 'Privacy by Design' heeft verwerkt in haar aanbod, waarmee Philips in feite aangeeft dat Privacy bij Design een onderdeel vormt van Security by Design.

Mobiele oplossing 5.9. Blijkens paragraaf 7.6.2 van het Beschrijvend Document is één van de uitgangspunten voor de toekomstige architectuur: "Zoveel mogelijk (near-)online in de Screeningseenheden.". In het verlengde daarvan luidt vraag 9 van paragraaf 7.6.3 van het Beschrijvend Document: "Geef aan hoe u online mobiele communicatie kunt realiseren om de beelden van/naar het centraal IMS te transporteren. Geef daarbij ook aan hoe u omgaat met instabiele of niet aanwezige verbindingen.". Voorts geeft Eis C.11.4 aan dat de aangeboden oplossing ervoor dient zorg te dragen dat het onderzoek van een cliënt, alsmede het onderzoek van de vorige ronde (voor zover aanwezig), op de dag van het geplande onderzoek binnen 1,5 seconden op het Werkstation beschikbaar zijn.

Blijkens de aanbestedingsstukken ging FSB daarbij ervan uit dat aan deze eis enkel kan worden voldaan middels een lokale storage en - voor zover een mobiel netwerk niet beschikbaar is - door middel van een usb-disk. In diverse NvI's heeft FSB duidelijk aangegeven dat ook andere oplossingen mogelijk zijn waarbij de uitwisseling van beelden zoveel mogelijk via het mobiele netwerk dient plaats te vinden. 5.10. Het aanbod van Philips voorziet in een (near-)online koppeling van de mobiele Screeningseenheden via twee 4G-netwerken van twee afzonderlijke providers, waarvan er één wordt ingezet als primaire verbinding en de andere als back-up.

Voor zover een dataverbinding ontbreekt wordt teruggevallen op het offline concept met USB-disks. 5.11. Sectra heeft onbetwist aangevoerd dat zij een volledige online-oplossing heeft aangeboden, met een 100% dekkingsgarantie op iedere standplaats van de Screeningseenheden. Gelet op hetgeen hiervoor onder 5.9 is overwogen, moet worden aangenomen dat dit aanbod beter voldoet aan de wensen/eisen van FSB dan een deels online-aanbod, zoals dat van Philips. FSB eist immers dat de uitwisseling van beelden zoveel mogelijk via het mobiele netwerk plaatsvindt.

Gelet hierop - en nu ingevolge paragraaf 7.3 van het Beschrijvend Document bij de beoordeling rekening kan worden gehouden met hetgeen is waargenomen in andere inschrijvingen - heeft FSB de inschrijving van (in ieder geval) Sectra op dat punt als beter kunnen beoordelen dan die van Philips. 5.12. Voor zover Philips heeft willen aanvoeren dat de toelichting van FSB op de gunningsbeslissing, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, in haar brief van 27 juni 2017 een ontoelaatbare nadere motivering van de gunningsbeslissing betreft, kan zij daarin niet worden gevolgd.

Mede bezien in het licht van het voorgaande moet worden vastgesteld dat FSB daarin enkel nader toelicht waarom zij heeft geoordeeld dat de door Philips aangeboden oplossing niet optimaal is, wat is toegestaan. 5.13. Tegen de achtergrond van het vorenstaande treft in het onderhavige kader ook de (subsidiaire) stelling van Philips dat de aanbestedingsstukken niet duidelijk zijn, geen doel. FSB ging ervan uit dat aan de hier besproken eis enkel zou kunnen worden voldaan middels een lokale storage en - voor zover een mobiel netwerk niet beschikbaar is - door middel van een usb-disk.

Zij nodigde inschrijvers uitdrukkelijk uit om met andere - meer efficiënte en/of effectievere - oplossingen te komen (zie o.m. de antwoorden op de vragen 363092 en A363136). Als behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettend inschrijver heeft Philips dat ook moeten (kunnen) begrijpen. Aangenomen moet worden dat Philips die 'andere oplossingen' bedoelt, voor zover zij in haar toelichting schrijft over "extra oplossingen of voorzieningen", die volgens FSB door andere inschrijvers ook zijn aangeboden. Uit het voorgaande volgt dat Sectra er daarvan één is.

Prefetching 5.14. Ingevolge Eis C.11.1 moet het te beoordelen onderzoek alsmede de onderzoeken van de vorige twee rondes van een cliënt (voor zover aanwezig) binnen tien seconden op dezelfde Beoordelingseenheid worden weergegeven. Philips heeft aangegeven met het oog daarop gebruik te maken van 'prefetching', in die zin dat zij vooraf relevante beelden klaarzet vanuit IMS-Centraal op een lokale server (zie dagv. sub 3.12). Daarbij heeft zij opgemerkt dat dit werkplekonafhankelijk gebeurt. 5.15. In de dagvaarding en in haar - onder 3.11 vermelde - brief van 22 juni 2017 heeft Philips (onder meer) aangevoerd dat sprake is van ongelijke behandeling omdat ook Sectra gebruik moet maken van prefetching en zij - anders dan Philips - maximaal heeft gescoord.

Nadat Sectra dat - in haar incidentele conclusie - gemotiveerd had weersproken, is Philips daarop niet meer teruggekomen. Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan dat Philips die stelling niet heeft gehandhaafd. Deze zal dan ook verder buiten beschouwing worden gelaten. 5.16. FSB stelt zich op het standpunt dat prefetching negatieve gevolgen heeft voor het tijd- en plaatsonafhankelijk beoordelen van de beelden c.q. data. Op zichzelf staat niet ter discussie dat dit inderdaad het geval kan zijn. Volgens Philips heeft FSB echter ten onrechte aangenomen dat de relevante beelden slechts worden 'gepreftched' naar één vooraf bepaalde Beoordeeleenheid, terwijl in haar aanbod de beelden op alle Beoordeeleenheden worden klaargezet, zodat het bezwaar van FSB ongegrond is.

Uit de inschrijving van Philips volgt dat laatste echter niet, zodat FSB daarmee terecht geen rekening heeft gehouden. Uit de opmerking van Philips in het Architectuurdocument dat prefetching werkplekonafhankelijk plaatsvindt behoefde in ieder geval niet worden afgeleid dat de beelden op alle Beoordeeleenheden worden klaargezet. In feite heeft Philips dat voor het eerst expliciet op de zitting aangevoerd. 5.17. Ook in dit verband is derhalve geen aanleiding om de beoordeling van de inschrijving van Philips als onbegrijpelijk aan te merken. Motivering gunningsbeslissing 5.18.

Philips stelt zich voorts op het standpunt dat de motivering van de gunningsbeslissing niet deugt. Volgens haar is ten onrechte nagelaten om daarin de kenmerken en de voordelen van de inschrijving van Sectra op te nemen. 5.19. In de gunningsbeslissing van 8 juni 2017 heeft FSB aangegeven dat de inschrijving van Sectra 92,93 punten heeft behaald, alsmede dat daarin maximaal is gescoord op de criteria Prijs, Toekomstige ontwikkelingen, Architectuur, Interviews en Wensen omtrent de oplossing en de koppelingen en dat op de criteria Demonstratie, Plan van Aanpak en Wensen omtrent de diensten door Sectra scores zijn behaald van respectievelijk 1,82, 3,7 en 91%. 5.20.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt daarmee voldaan aan de eisen die worden gesteld aan de motivering van een gunningsbeslissing en rusten op FSB geen verdergaande verplichtingen in dat verband (zie ook: Kamerstukken II 2008-2009, 32 027, nr. 3, p. 7; ECLI:NL:RBLIM:2016:4991, ECLI:NL:RBDHA:2016:1857,ECLI:NL:RBNNE:2014:1361, ECLI:NL:RBDHA:2017:1199 en ECLI:NL:RBDHA:2017:4930). Afronding 5.21. De slotsom is dat de vorderingen van Philips zullen worden afgewezen. 5.22. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Philips worden veroordeeld in de proceskosten.

Met betrekking tot de vorderingen van Sectra 5.23. In de stellingen van de FSB ligt besloten dat zij nog steeds voornemens is verdere uitvoering te geven aan de gunningsbeslissing zoals kenbaar gemaakt in haar brief van 8 juni 2017. Bij die stand van zaken heeft Sectra geen belang bij toewijzing van (één van) haar vorderingen. Deze zullen dan ook worden afgewezen. 5.24. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Sectra in het kader van haar tegen FSB gerichte vorderingen worden veroordeeld in de kosten van FSB. Deze kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat FSB als gevolg van die vorderingen extra kosten heeft moeten maken.

Ondanks de afwijzing moet Philips in haar verhouding tot Sectra worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van Sectra was immers te bewerkstelligen dat de gunningsbeslissing van 8 juni 2017 in stand blijft. Dat doel is bereikt. Philips zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van Sectra, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hieronder in het dictum vermeld. Voor een veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor de nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:

NL:HR:2010: BL1116).

6De beslissing

De voorzieningenrechter: 6.1. wijst de vorderingen van Philips af; 6.2. wijst de vorderingen van Sectra af; 6.3. veroordeelt Sectra voor wat betreft de door haar ingestelde vordering tegen FSB in de kosten van FSB, die worden begroot op nihil; 6.4. veroordeelt Philips in de overige proceskosten, tot op dit vonnis aan de zijde van zowel FSB als Sectra (telkens) begroot op € 1.434,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 618,-- aan griffierecht, voor wat betreft Sectra te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis; 6.5. verklaart de kostenveroordeling ten behoeve van Sectra uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2017. jvl