Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2017:10166 ECLI:NL:RBDHA:2017:10166 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:10166 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2017:10166
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Behoudens het in het tweede lid bepaalde volgen minderjarigen de nationaliteit van hun vader, <…>. Minderjarigen volgen de nationaliteit die hun moeder ingevolge deze Overeenkomst verkrijgt of behoudt, indien en zolang zij met de moeder in een ander land verblijven dan de vader. In het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AD3201) is geoordeeld dat het hiervoor vermelde artikel niet van toepassing is op kinderen die zijn geboren na de inwerkingtreding van de TOS, zijnde 25 november 1975. Verzoeker volgde de vader volgens deze jurisprudentie dus niet in de verkrijging van de Surinaamse nationaliteit en er heeft voor verzoeker dus geen verlies opgetreden van de Nederlandse nationaliteit.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2017:10166 · Rechtbank Den Haag: De moeder van verzoeker is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en was vanaf haar geboorte in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. - De vader had ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname zijn woonplaats op [woonplaats] . Op 27 mei 1977 keerde de vader terug naar Suriname. - Op 11 augustus 2016 is door het Centraal Bureau voor Burgerzaken te Paramaribo, Suriname (CBB) een verklaring afgegeven waarin is opgenomen dat verzoeker met ingang van 28 mei 1979 over de Surinaamse nationaliteit beschikt. Beoordeling Voor de rechtbank staat vast dat verzoeker bij zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door afstamming van zijn Nederlandse vader ingevolge artikel 1, onder a, van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI).

Keywords

AI generated
nationality effective nationality situation in country of origin annulment of naturalization right to know one's parentage asylum of Sri Lankan nationals

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:HR:1987:AD3201
In het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AD3201) is geoordeeld dat het hiervoor vermelde artikel niet van toepassing is op kinderen die zijn geboren na de inwerkingtreding van de TOS, zijnde 25 november 1975.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: HA RK 16-277 Zaaknummer: C/09/511886 Datum beschikking: 1 september 2017 Beschikking op het op 30 mei 2016 ingekomen verzoekschrift van: [verzoeker] de man, wonende te [woonplaats] , advocaat mr. H.K. Jap-A-Joe te Utrecht. tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de IND”), zetelende te ’s-Gravenhage, belanghebbende, vertegenwoordigd door [naam] Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brieven van 13 juli 2016, 22 februari 2017 en 16 juni 2017, van de zijde van de IND, met bijlagen; - de brieven van 11 november 2016 en 11 mei 2017, van de zijde van verzoeker, met bijlagen.

Verzoek en het standpunt van de IND Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van het Nederlanderschap. De IND stelt zich op het standpunt dat verzoeker vanaf zijn geboorte in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en niet is gebleken dat hij op enig moment de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. Feiten - Verzoeker is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] geboren uit het op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] gesloten huwelijk tussen [naam vader] (vader) en [naam moeder] (moeder). - De vader van verzoeker is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en was vanaf zijn geboorte in het bezit van de Nederlandse nationaliteit.

De moeder van verzoeker is geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en was vanaf haar geboorte in het bezit van de Nederlandse nationaliteit. - De vader had ten tijde van de onafhankelijkheid van Suriname zijn woonplaats op [woonplaats] . Op 27 mei 1977 keerde de vader terug naar Suriname. - Op 11 augustus 2016 is door het Centraal Bureau voor Burgerzaken te Paramaribo, Suriname (CBB) een verklaring afgegeven waarin is opgenomen dat verzoeker met ingang van 28 mei 1979 over de Surinaamse nationaliteit beschikt. Beoordeling Voor de rechtbank staat vast dat verzoeker bij zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen door afstamming van zijn Nederlandse vader ingevolge artikel 1, onder a, van de Wet op het Nederlanderschap en het ingezetenschap (WNI).

Ingevolge artikel 5, tweede lid, van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname (TOS), verkreeg de vader van verzoeker op 27 mei 1979, twee jaar na vestiging in Suriname, van rechtswege de Surinaamse nationaliteit, waardoor hij tevens de Nederlandse nationaliteit verloor. Artikel 6, eerste en tweede lid, van de TOS, luidt als volgt:

1. Behoudens het in het tweede lid bepaalde volgen minderjarigen de nationaliteit van hun vader, <…>.

2. Minderjarigen volgen de nationaliteit die hun moeder ingevolge deze Overeenkomst verkrijgt of behoudt, indien en zolang zij met de moeder in een ander land verblijven dan de vader. In het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 1987 (ECLI:NL:HR:1987:AD3201) is geoordeeld dat het hiervoor vermelde artikel niet van toepassing is op kinderen die zijn geboren na de inwerkingtreding van de TOS, zijnde 25 november 1975. Verzoeker volgde de vader volgens deze jurisprudentie dus niet in de verkrijging van de Surinaamse nationaliteit en er heeft voor verzoeker dus geen verlies opgetreden van de Nederlandse nationaliteit.

Dat Suriname zich op een ander standpunt stelt, namelijk dat het hiervoor vermelde artikel onverkort van toepassing is op kinderen die na de inwerkingtreding van de TOS zijn geboren, maakt dit niet anders. Ook is niet gebleken dat verzoeker op enig moment na 28 mei 1979 de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. Verzoeker bezit derhalve vanaf zijn geboorte de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen. Beslissing De rechtbank: stelt vast dat [verzoeker] sinds zijn geboorte op [geboortedatum] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en dat hij deze tot op heden niet heeft verloren.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. Sluymer, bijgestaan door mr. M. Molenaar als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2017.