Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2018:4413 ECLI:NL:RBAMS:2018:4413 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:4413 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2018:4413
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

de opgeëiste persoon zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de overleverings-detentie onttrekken, als het bevel tot schorsing wordt opgeheven; de opgeëiste persoon zal aan iedere oproeping in deze zaak van de kant van justitie of politie gevolg geven;

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:4413 · Rechtbank Amsterdam: BESLISSING: Wijst af het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie. Wijst toe het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie. Beveelt de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met onmiddellijke ingang voor de duur van veertien dagen of zoveel korter als de staking van het gevangenispersoneel in België voort duurt, onder de navolgende voorwaarden.

Keywords

AI generated
ground for detention detention for transfer compensation for detention risk of overstaying extension of detention deportation maintenance of security detention
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751295-17 BESLISSING De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het mondelinge gedane verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de overleveringsdetentie uit hoofde van de Overleveringswet (OLW) van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1987, woonadres: [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in [naam] . De rechtbank heeft acht geslagen op het dossier, waaronder de stukken die op de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon betrekking hebben.

Bij de behandeling in raadkamer op 22 juni 2018 zijn gehoord de officier van justitie, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, J. Kuijper, advocaat te Amsterdam. De raadsvrouw heeft het verzoek toegelicht. De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek. De rechtbank overweegt het volgende. De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De staking in de Belgische gevangenissen levert een overmachtsituatie op, zodat geen sprake kan zijn van opheffing van de overleveringsdetentie.

Verder is schorsing van de overleveringsdetentie niet mogelijk nadat, zoals in deze zaak het geval is, de rechtbank de overlevering heeft toegestaan. De rechtbank zal het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie afwijzen, maar het verzoek tot schorsing voor na te melden duur toewijzen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen. Vaststaat dat er in inrichting te [plaats] waar de opgeëiste persoon na feitelijke overlevering gedetineerd zal worden, wordt gestaakt. Dit betekent dat er minst genomen een serieuze aanwijzing is dat sprake is van een reëel gevaar van blootstelling aan een onmenselijke en vernederende behandeling.

Dit brengt mee dat de opgeëiste persoon niet feitelijk overgeleverd mag worden aan België. Hij kan daar zelf niets aan doen. Niet gezegd kan worden dat de Belgische autoriteiten hier niets aan kunnen doen. Nu – nog steeds – geen sprake is van vluchtgevaar, rechtvaardigen deze uitzonderlijke omstandigheden een schorsing van de overleveringsdetentie voor de duur van veertien dagen of zoveel korter als de staking van het gevangenispersoneel in België voortduren. Bij haar oordeel dat het risico, dat de opgeëiste persoon zich aan overlevering zal onttrekken, zo gering is dat zijn detentie onder de hierna te stellen voorwaarden kan worden geschorst heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen: - de opgeëiste persoon heeft zich indertijd zelf gemeld bij de politie nadat hij had vernomen dat er tegen hem een EAB was uitgevaardigd; - de opgeëiste persoon heeft een vast adres waar hij verblijft met zijn gezin; - de opgeëiste persoon heeft een eigen onderneming; - de opgeëiste persoon is na zijn aanhouding geschorst en heeft zich tijdens de schorsing aan de hem opgelegde voorwaarden gehouden.

BESLISSING: Wijst af het verzoek tot opheffing van de overleveringsdetentie. Wijst toe het verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie. Beveelt de schorsing van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon met onmiddellijke ingang voor de duur van veertien dagen of zoveel korter als de staking van het gevangenispersoneel in België voort duurt, onder de navolgende voorwaarden.

1. de opgeëiste persoon zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de overleverings-detentie onttrekken, als het bevel tot schorsing wordt opgeheven;

2. de opgeëiste persoon zal aan iedere oproeping in deze zaak van de kant van justitie of politie gevolg geven;

3. de opgeëiste persoon zal verblijven op het adres [adres] , [woonplaats] ;

4. de opgeëiste persoon zal de rechtbank en de officier van justitie schriftelijk van iedere adreswijziging op de hoogte stellen;

5. de opgeëiste persoon zal ieder op zijn naam gesteld reisdocument in bewaring laten bij de officier van justitie;

6. de opgeëiste persoon zal Nederland niet verlaten;

7. de opgeëiste persoon zal zich tweemaal per week op maandag en donderdag tussen 9.00 uur en 17.00 uur melden op het bureau van politie [plaats] . Deze beslissing is genomen op 22 juni 2018 door: mr. W.A.J.P. van den Reek, rechter in tegenwoordigheid van G.M. Vernooij-Tol, griffier.