Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2018:2407 ECLI:NL:RBAMS:2018:2407 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:2407 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2018:2407
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 17/7053 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2018 in de zaak tussen [naam eiseres] , te Amsterdam, eiseres (gemachtigde: mr. C.E. Kolthof) en de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. K. Verbeek). Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Svb’. Procesverloop Met het besluit van 20 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag van [eiseres] om kinderbijslag, onder verwijzing naar een eerder afwijzende beschikking, afgewezen. [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:2407 · Rechtbank Amsterdam: De Svb heeft dus toepassing gegeven aan artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank moet daarom de vraag beantwoorden of de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden zijn. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Dat betekent dat de Svb de aanvraag terecht heeft afgewezen. [eiseres] krijgt dus geen gelijk.

Keywords

AI generated
request for asylum revision untimely request for extension withdrawal of opposition modification of child support child benefit eligibility delayed asylum application
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 17/7053 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 april 2018 in de zaak tussen [naam eiseres] , te Amsterdam, eiseres (gemachtigde: mr. C.E. Kolthof) en de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. K. Verbeek). Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Svb’. Procesverloop Met het besluit van 20 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft de Svb de aanvraag van [eiseres] om kinderbijslag, onder verwijzing naar een eerder afwijzende beschikking, afgewezen. [eiseres] heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Met het besluit van 21 november 2017 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van [eiseres] ongegrond verklaard. [eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 12 april 2018. [eiseres] en haar gemachtigde zijn, na bericht van verhindering, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1.

In deze zaak gaat het om de vierde aanvraag om kinderbijslag van [eiseres] .

2. Op 19 oktober 2016, 14 februari 2017 en 28 juni 2017 heeft de Svb de eerdere aanvragen van [eiseres] afgewezen. De reden hiervoor is dat [eiseres] volgens de Svb geen ingezetene van Nederland is, omdat (vooralsnog) geen sprake is van een duurzame band met Nederland.

3. De Svb heeft de vierde aanvraag van [eiseres] om kinderbijslag, onder verwijzing naar de eerder afwijzende beschikking van 28 juni 2017, afgewezen. Zowel de vierde aanvraag als de beschikking van 28 juni 2017, hebben betrekking op het derde kwartaal van 2017. Er is niet gebleken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. In de situatie van [eiseres] is namelijk niets veranderd. Ook is niet gebleken dat de beslissing van 28 juni 2017 onmiskenbaar onjuist is.

4. De Svb heeft dus toepassing gegeven aan artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank moet daarom de vraag beantwoorden of de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken of veranderde omstandigheden zijn. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend. Dat betekent dat de Svb de aanvraag terecht heeft afgewezen. [eiseres] krijgt dus geen gelijk.

5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. H. van der Schaft, griffier, op 12 april 2018. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.