Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2018:10182 ECLI:NL:RBAMS:2018:10182 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:10182 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2018:10182
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/654270 / HA ZA 18-943 Vonnis van 17 oktober 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CLEOFA B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. G. Reisenstadt te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2018:10182 · Rechtbank Amsterdam: G. Reisenstadt te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/654270 / HA ZA 18-943 Vonnis van 17 oktober 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CLEOFA B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. G. Reisenstadt te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding het tegen gedaagde verleende verstek. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.1. Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.2.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Nu eiseres deze zaak met diverse andere soortgelijke zaken aanhangig heeft gemaakt, ook jegens gedaagden die wel verweer hebben gevoerd, wordt geoordeeld dat voor deze zaak geen aanvullende proces- of dagvaardingskosten zijn gemaakt. De kosten aan de zijde van eiseres worden daarom begroot op de kosten die zij heeft moeten maken voor het nageheven griffierecht in deze zaak. - dagvaarding € 0,00 - griffierecht 3.946,00 - salaris advocaat 0,00 Totaal € 3.946,00 3De beslissing De rechtbank 3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 102.438,24 (éénhonderdtweeduizendvierhonderdachtendertig euro en vierentwintig eurocent), 3.2. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 3.946,00, 3.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Rombouts en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2018. type: CHR coll: