Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2017:6952 ECLI:NL:RBAMS:2017:6952 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2017:6952 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2017:6952
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 13/654070-17 Datum uitspraak: 26 september 2017 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2017:6952 · Rechtbank Amsterdam: hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Amsterdam, tezamen in vereniging met een ander, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 19, in elk geval een of meer, patronen, kaliber 7,65 mm Browning, voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; (artikel 26 Wet wapens en munitie) 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

Keywords

AI generated
weapons offences explosives and pyrotechnic articles espionage contraband of war possession of narcotics surveillance evidence
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM VERKORT VONNIS Parketnummer: 13/654070-17 Datum uitspraak: 26 september 2017 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] .

1Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 september 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.C. van Kampen, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. N. Claassen, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat 1. hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een wapen van categorie II, te weten een pistoolmitrailleur van het merk CZ en model 61 (Skorpion) voorhanden heeft gehad;

2. hij op of omstreeks 12 juni 2017 te Amsterdam, tezamen in vereniging met een ander, althans alleen, munitie van categorie III, te weten 19, in elk geval een of meer, patronen, kaliber 7,65 mm Browning, voorhanden heeft gehad; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; (artikel 26 Wet wapens en munitie) 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4Waardering van het bewijs

De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat verdachte, als bestuurder en eigenaar van de auto, zich in meer of mindere mate bewust was dat in de tas die op de bodemplaat van de auto bij de benen van de bijrijder lag, een vuurwapen zat. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. B.E. Mildner en C.C.M. Oude Hengel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E. van Diepen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 september 2017.