Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2017:4748 ECLI:NL:RBAMS:2017:4748 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2017:4748 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2017:4748
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751580-16 RK-nummer: 16/5772 Datum uitspraak: 22 juni 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 augustus 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 juli 2016 door de Centrale Onderzoeksrechtbank nr. 6 te Madrid (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1985, ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres: [adres] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang Zitting 18 oktober 2016 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 oktober 2016.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2017:4748 · Rechtbank Amsterdam: De rechtbank is, met de raadsman en anders dan de officier van justitie, van oordeel dat op grond van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit in het EAB en naar aanleiding van vragen van het IRC verstrekte informatie, niet kan worden vastgesteld wat het strafmaximum is per strafbaar feit dat ten grondslag ligt aan het EAB. De informatie is op dit punt dus ongenoegzaam. Verder stelt de rechtbank vast dat een terugkeergarantie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW, ontbreekt, terwijl dat een vereiste is om de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon toe te kunnen staan gelet op zijn Nederlandse nationaliteit.

Keywords

AI generated
European arrest warrant suspension of investigation right to an effective investigation perpetuation of evidence stay of deportation order criminal investigation files
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751580-16 RK-nummer: 16/5772 Datum uitspraak: 22 juni 2017 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 augustus 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 juli 2016 door de Centrale Onderzoeksrechtbank nr. 6 te Madrid (Spanje) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1985, ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres: [adres] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang Zitting 18 oktober 2016 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 oktober 2016.

Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de antwoorden van de Spaanse autoriteiten te verkrijgen op voorafgaand aan de zitting al door het IRC gestelde vragen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd.

De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. Zitting 22 juni 2017 De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 22 juni 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam. De officier van justitie heeft ter zitting om aanhouding verzocht om een vertaling te kunnen overleggen van de terugkeergarantie, die zij in de Spaanse taal ter zitting (per e-mail) aan de rechtbank en raadsman heeft overgelegd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aan de overige voorwaarden voor overlevering van de opgeëiste persoon is voldaan. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat, kort samengevat, de informatie ten aanzien van de feiten en de strafmaxima in Spanje niet genoegzaam is en vanwege het ontbreken van een vertaalde terugkeergarantie. De rechtbank heeft de beslistermijn voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in was geslaagd binnen de in de wet bepaalde (verlengde) termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht.

De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3Grondslag en inhoud van het

EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een Beschikking tot Opsporing en Aanhouding en Gevangenneming van 7 juli 2016. Uit de aanvullende brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van15 juni 2017 blijkt dat deze beslissing is uitgevaardigd door de Centrale Onderzoeksrechtbank Nr. 6 te Madrid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Spanje strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4Genoegzaamheid en ontbreken vertaalde terugkeergarantie

De rechtbank is, met de raadsman en anders dan de officier van justitie, van oordeel dat op grond van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit in het EAB en naar aanleiding van vragen van het IRC verstrekte informatie, niet kan worden vastgesteld wat het strafmaximum is per strafbaar feit dat ten grondslag ligt aan het EAB. De informatie is op dit punt dus ongenoegzaam. Verder stelt de rechtbank vast dat een terugkeergarantie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW, ontbreekt, terwijl dat een vereiste is om de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon toe te kunnen staan gelet op zijn Nederlandse nationaliteit.

De door de officier van justitie ter zitting overgelegde terugkeergarantie in de Spaanse taal volstaat niet. Gelet op de hiervoor vastgestelde ongenoegzaamheid en het ontbreken van een vertaalde terugkeergarantie zal de rechtbank de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon weigeren. Nu al meerdere malen navraag is gedaan bij de uitvaardigende justitiële autoriteit en gelet op het tijdsverloop in de overleveringsprocedure, ligt aanhouding, zoals verzocht door de officier van justitie, niet in de rede. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB niet voldoet aan de eisen van de artikel 2 en 6 van de OLW moet de overlevering worden geweigerd.

6Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2 en 6 van de OLW. 7Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Centrale Onderzoeksrechtbank nr. 6 te Madrid (Spanje) ten behoeve van het in Spanje tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. A.J. Dondorp, voorzitter, mrs. A.K. Glerum en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 juni 2017. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.