ECLI:NL:RBAMS:2017:2002 · Rechtbank Amsterdam
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.988-15 RK nummer: 15/8342 PROCES-VERBAAL ZITTING Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van bovengenoemde rechtbank en kamer, op 28 februari 2017. Tegenwoordig: mr. A.C. Enkelaar, voorzitter, mrs. J. Edgar en A.K. Glerum, rechters, mr. V.H. Glerum, griffier Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. U.E.A. Weitzel, officier van justitie. […] Na beraad in raadkamer deelt de jongste rechter als beslissingen van de rechtbank mee dat: - het uitstel van de beslissing over de overlevering wordt gehandhaafd.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBAMS:2017:2002 · Rechtbank Amsterdam: De in het arrest Muršić/Kroatië (EHRM (Grote Kamer) 20 oktober 2016, 7334/13, § 138) bedoelde factoren 1 en 3 zijn niet aanwezig (zie bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:414 en Rb. Amsterdam 31 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:837). Met betrekking tot de mogelijke detentie in het semi-open regime in de gevangenis in Craiova-Pelendava is het ernstige vermoeden van een schending van artikel 4 Handvest dus niet weerlegd, zodat voor de opgeëiste persoon bij overlevering nog steeds een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling bestaat; - de redelijk termijn op dit moment nog niet is verstreken (vgl. Rb.
Keywords
AI generatedCited Case Law
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.988-15 RK nummer: 15/8342 PROCES-VERBAAL ZITTING Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van bovengenoemde rechtbank en kamer, op 28 februari 2017. Tegenwoordig: mr. A.C. Enkelaar, voorzitter, mrs. J. Edgar en A.K. Glerum, rechters, mr. V.H. Glerum, griffier Het Openbaar Ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. U.E.A. Weitzel, officier van justitie. […] Na beraad in raadkamer deelt de jongste rechter als beslissingen van de rechtbank mee dat: - het uitstel van de beslissing over de overlevering wordt gehandhaafd.
De in het arrest Muršić/Kroatië (EHRM (Grote Kamer) 20 oktober 2016, 7334/13, § 138) bedoelde factoren 1 en 3 zijn niet aanwezig (zie bijvoorbeeld Rb. Amsterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:414 en Rb. Amsterdam 31 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:837). Met betrekking tot de mogelijke detentie in het semi-open regime in de gevangenis in Craiova-Pelendava is het ernstige vermoeden van een schending van artikel 4 Handvest dus niet weerlegd, zodat voor de opgeëiste persoon bij overlevering nog steeds een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling bestaat; - de redelijk termijn op dit moment nog niet is verstreken (vgl. Rb.
Amsterdam 26 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:414); - het onderzoek wordt geschorst voor onbepaalde tijd. […]