ECLI:NL:RBAMS:2017:1535 · Rechtbank Amsterdam
Legislator summary
AI generatedvonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 5662523 CV EXPL 17-2089 vonnis van: 9 februari 2017 fno.: 609 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de buitenlandse vennootschap SA Societe Air France gevestigd te Roissy (Frankrijk) opposante nader te noemen: Air France gemachtigde: P. Frühling t e g e n [geopposeerde] wonende te [plaats] geopposeerde nader te noemen: [geopposeerde] gemachtigde: drs. M.S.J. Hoorntje (ReisRecht) VERLOOP VAN DE PROCEDURE De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken en proceshandelingen: de beschikking van 28 oktober 2016; de dagvaarding in verzet van 23 december 2016; het verzoek om uitstel van [geopposeerde] voor het indienen van een antwoord in oppositie.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBAMS:2017:1535 · Rechtbank Amsterdam: De hiervoor genoemde beschikking is genomen op een vordering als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: Verordening (EG) nr. 861/2007).
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 5662523 CV EXPL 17-2089 vonnis van: 9 februari 2017 fno.: 609 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de buitenlandse vennootschap SA Societe Air France gevestigd te Roissy (Frankrijk) opposante nader te noemen: Air France gemachtigde: P. Frühling t e g e n [geopposeerde] wonende te [plaats] geopposeerde nader te noemen: [geopposeerde] gemachtigde: drs. M.S.J. Hoorntje (ReisRecht) VERLOOP VAN DE PROCEDURE De kantonrechter heeft acht geslagen op de volgende processtukken en proceshandelingen: de beschikking van 28 oktober 2016; de dagvaarding in verzet van 23 december 2016; het verzoek om uitstel van [geopposeerde] voor het indienen van een antwoord in oppositie.
Bij brieven van 20 januari 2017 is aan partijen medegedeeld dat de kantonrechter op de zitting van 9 februari 2017 laat weten hoe de zaak wordt voortgezet. GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. De kantonrechter heeft bij beschikking van 28 oktober 2016 Air France veroordeeld tot betaling aan [geopposeerde] van € 20,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 september 2015 tot aan de voldoening. Ook is Air France veroordeeld in de proceskosten gevallen aan de zijde van [geopposeerde] .
2. De hiervoor genoemde beschikking is genomen op een vordering als bedoeld in artikel 4, lid 1, van de Verordening (EG) nr. 861/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen (hierna: Verordening (EG) nr. 861/2007).
3. Verordening (EG) nr. 861/2007 kent het rechtsmiddel van verzet niet. Gelet hierop is Air France niet-ontvankelijk in haar verzet. Er bestaat geen aanleiding om het verzet op te vatten als een verzoek om heroverweging als bedoeld in artikel 18 Verordening (EG) nr. 861/2007), nu uit het verloop van de procedure van de beschikking van 20 oktober 2016 blijkt dat van de in dat artikel genoemde gronden geen sprake is en Air France daaromtrent ook niets heeft gesteld. BESLISSING De kantonrechter: - verklaart Air France niet-ontvankelijk in haar verzet. Aldus gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.