Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2016:3044 ECLI:NL:RBAMS:2016:3044 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2016:3044 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2016:3044
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Pvb-nummer: 2015029715381 RK: 16/489 BESCHIKKING op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonend op het adres [adres] , [woonplaats] , klaagster, tevens beslagene. 1Procesgang Het klaagschrift is op 20 januari 2016 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 21 april 2016 klaagster en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

Legislator headnote

AI generated

artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering; ECLI:NL:RBAMS:2016:3044 · Rechtbank Amsterdam: Openbaar Ministerie In raadkamer heeft de officier van justitie verklaard dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is kennis te nemen van de zaak, nu het proces-verbaal door de douane op Schiphol naar het Openbaar Ministerie in Amsterdam is gestuurd. De officier van justitie heeft verder geconcludeerd tot gegrondverklaring van het klaagschrift.

Keywords

AI generated
customs liability substances subject to restriction customs legislation tariff classification dangerous substances exemption from import duties

Cited Legislation

AI generated
artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering
RECHTBANK AMSTERDAM Pvb-nummer: 2015029715381 RK: 16/489 BESCHIKKING op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonend op het adres [adres] , [woonplaats] , klaagster, tevens beslagene.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Pvb-nummer: 2015029715381 RK: 16/489 BESCHIKKING op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klaagster] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973, wonend op het adres [adres] , [woonplaats] , klaagster, tevens beslagene. 1Procesgang Het klaagschrift is op 20 januari 2016 bij akte ingediend ter griffie van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 21 april 2016 klaagster en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

2Inhoud klaagschrift en standpunt klaagster

Het klaagschrift strekt tot teruggave van de onder klaagster in beslag genomen voorwerpen, te weten twee kunstwerken van de Boliviaanse kunstenaar [naam 1] . Klaagster heeft aangevoerd dat de kunstwerken van een internationaal beroemde kunstenaar zijn. Het betreffen twee collages gemaakt van cocabladeren, waarover een laagje vernis is aangebracht. Door de vernis kunnen de cocabladeren niet meer als drugs worden gebruikt. De in beslag genomen kunstwerken zijn bedoeld voor een tentoonstelling die klaagster mag samenstellen bij De Nederlandsche Bank. Klaagster heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift een brief overgelegd van de Voorzitter Kunstcommissie van De Nederlandsche Bank, om aan te tonen dat het voor de tentoonstelling belangrijk is als de kunstwerken worden toegevoegd. Klaagster heeft verder toegelicht dat zij zich niet heeft gerealiseerd dat de kunstwerken als harddrugs zouden kunnen worden aangemerkt.

3Het standpunt van het

Openbaar Ministerie In raadkamer heeft de officier van justitie verklaard dat de rechtbank Amsterdam bevoegd is kennis te nemen van de zaak, nu het proces-verbaal door de douane op Schiphol naar het Openbaar Ministerie in Amsterdam is gestuurd. De officier van justitie heeft verder geconcludeerd tot gegrondverklaring van het klaagschrift.

4Het oordeel van de rechtbank

Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken. Op 17 december 2015 zijn op Schiphol, na een controle door de douane van een zending uit Bolivia, twee voorwerpen die beplakt waren met cocabladeren in beslag genomen. Nu cocabladeren voorkomen op lijst I van de Opiumwet is de inbeslagname niet onrechtmatig geweest. Voortduring van het beslag acht de rechtbank echter wel onrechtmatig. Klaagster heeft onweersproken gesteld dat de cocabladeren zijn voorzien van een laag vernis en dus niet bruikbaar zijn als verdovend middel. Nu de volksgezondheid niet in gevaar komt door de opheffing van het beslag dient het klaagschrift dan ook gegrond te worden verklaard.

Ten overvloede wordt opgemerkt dat voor import van dit soort kunstwerken een ontheffing kan worden aangevraagd bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. 5Beslissing De rechtbank komt tot de volgende beslissing. De rechtbank verklaart het beklag GEGROND en gelast de teruggave aan klaagster van de twee kunstwerken (pakketnummer: 9984256870). Deze beslissing is op 21 april 2016 gegeven en in het openbaar uitgesproken doormr. P.B. Martens, rechter, in tegenwoordigheid van mr. K.N. van den Broek, griffier. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking.

Indien het beklag volledig gegrond is, moet deze mededeling worden verwijderd.