Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2016:2118 ECLI:NL:RBAMS:2016:2118 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2016:2118 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2016:2118
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 4383626 CV EXPL 15-21830 vonnis van: 4 april 2016 fno.: 991 vonnis van de kantonrechter i n z a k e de stichting Stichting Waternet, gevestigd te Amsterdam, eiseres, nader te noemen: Waternet, gemachtigde: R.W.H. van Dijk, t e g e n [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, nader te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. VERLOOP VAN DE PROCEDURE de dagvaarding van 14 augustus 2015; de conclusie van antwoord van [gedaagde] ; het instructievonnis; de conclusie van repliek, met producties.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 7:7 lid 2 BW; ECLI:NL:RBAMS:2016:2118 · Rechtbank Amsterdam: Waternet stelt daartoe dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten tot levering van drinkwater, dat zij drinkwater heeft geleverd en dat [gedaagde] daarvoor de overeengekomen vergoeding is verschuldigd. Subsidiair (indien [gedaagde] niet als contractant kan worden aangemerkt) stelt Waternet dat [gedaagde] uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die Waternet heeft geleden ten gevolge van het onrechtmatige waterverbruik door [gedaagde] . 4. [gedaagde] betwist een leveringsovereenkomst met Waternet te hebben gesloten en betwist daarom dat zij betaling is verschuldigd.

Keywords

AI generated
wastewater charge water rights fee water supply water requirements water policy rent arrears

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek
artikel 7:7 lid 2 BW
Nu partijen zich echter niet specifiek over de vraag of het water ongevraagd is geleverd en over de toepasselijkheid in dat geval van artikel 7:7 lid 2 BW hebben uitgelaten, worden zij daartoe alsnog in staat gesteld.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 4383626 CV EXPL 15-21830 vonnis van: 4 april 2016 fno.: 991 vonnis van de kantonrechter i n z a k e de stichting Stichting Waternet, gevestigd te Amsterdam, eiseres, nader te noemen: Waternet, gemachtigde: R.W.H. van Dijk, t e g e n [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, nader te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. VERLOOP VAN DE PROCEDURE de dagvaarding van 14 augustus 2015; de conclusie van antwoord van [gedaagde] ; het instructievonnis; de conclusie van repliek, met producties.

Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1.1. Waternet is krachtens de Drinkwaterwet exclusief belast met het leveren van drinkwater door leidingen in de gemeente Amsterdam. De drinkwaterlevering kan alleen in de woning worden onderbroken. 1.2. [gedaagde] is bewoner van de woning aan het [adres] . 1.3. Waternet heeft drinkwater geleverd op het adres [adres] en heeft [gedaagde] hiervoor een drietal facturen doen toekomen. 1.4. [gedaagde] is bij brief van 25 maart 2015 aangemaand om de vordering binnen een termijn van veertien dagen te voldoen zonder bijkomende kosten. 1.5. [gedaagde] heeft de facturen niet voldaan en daarom heeft Waternet haar vordering ter incasso uit handen gegeven.

Vordering en standpunten partijen 2. Waternet vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, machtiging om de (drink)wateraansluiting te onderbreken en onderbroken te houden zolang de geldvordering niet is voldaan, ontruiming van de woning om toegang tot de watermeetinrichting te verkrijgen en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 900,42, vermeerderd met rente en kosten.

3. Waternet stelt daartoe dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten tot levering van drinkwater, dat zij drinkwater heeft geleverd en dat [gedaagde] daarvoor de overeengekomen vergoeding is verschuldigd. Subsidiair (indien [gedaagde] niet als contractant kan worden aangemerkt) stelt Waternet dat [gedaagde] uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk is voor de schade die Waternet heeft geleden ten gevolge van het onrechtmatige waterverbruik door [gedaagde] . 4. [gedaagde] betwist een leveringsovereenkomst met Waternet te hebben gesloten en betwist daarom dat zij betaling is verschuldigd.

Beoordeling 5. Tegenover de betwisting van [gedaagde] , heeft Waternet onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] op het onderhavige adres staat ingeschreven en dat zij daar water heeft verbruikt, is daarvoor in ieder geval onvoldoende. Dit zou anders kunnen zijn indien vast zou komen te staan dat [gedaagde] in het verleden wel facturen heeft betaald, dan wel andere handelingen heeft verricht, waardoor Waternet er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat zij het aanbod van waterlevering heeft aanvaard.

Nu gesteld noch gebleken is dat dit het geval is, sterker, Waternet stelt dat ze nimmer enige reactie van [gedaagde] heeft gehad, is voorshands de conclusie dat tussen partijen geen overeenkomst tot waterlevering tot stand is gekomen en dat waternet ongevraagd water aan [gedaagde] heeft geleverd.

6. In dat geval is artikel 7:7 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing, waarin is bepaald dat bij ongevraagde levering van water aan een natuurlijk persoon geen verplichting tot betaling ontstaat, dat het uitblijven van een reactie van die persoon op de ongevraagde levering niet als aanvaarding kan worden aangemerkt en dat hij/zij bevoegd is om het geleverde water om niet te behouden. Gevolg hiervan is dat [gedaagde] , ook als zij het water heeft verbruikt, niet onrechtmatig jegens Waternet heeft gehandeld en dat zij voor het verbruikte water niets is verschuldigd. Nu partijen zich echter niet specifiek over de vraag of het water ongevraagd is geleverd en over de toepasselijkheid in dat geval van artikel 7:7 lid 2 BW hebben uitgelaten, worden zij daartoe alsnog in staat gesteld. De zaak wordt daarom verwezen naar de rol van 2 mei 2016.

7. Indien artikel 7:7 lid 2 BW van toepassing is, is Waternet gerechtigd de ongevraagde levering te onderbreken. Gesteld noch gebleken is immers dat [gedaagde] alsnog een overeenkomst tot levering van water met Waternet wenst te sluiten. Uit de omstandigheid dat zij nimmer heeft gereageerd op de verschillende brieven van Waternet, wordt juist afgeleid dat zij geen overeenkomst wenst te sluiten. Nu Waternet zonder medewerking van [gedaagde] de ongevraagde levering echter niet kan onderbreken, zal de machtiging om de (drink)wateraansluiting te onderbreken en onderbroken te houden totdat een overeenkomst tot stand is gekomen, in dat geval worden verleend. [gedaagde] handelt immers in strijd met de maatschappelijke betamelijkheid door enerzijds geen overeenkomst te willen sluiten, maar anderzijds wel gebruik te blijven (laten) maken van het geleverde water en daarvoor niet te betalen.

8. Alle overige beslissingen worden aangehouden. BESLISSING De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rol van 2 mei 2016 voor akte uitlaten van partijen zoals hiervoor onder 6 is overwogen; houdt alle overige beslissingen aan. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. L. van Berkum en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.