Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2015:9215 ECLI:NL:RBAMS:2015:9215 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:9215 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2015:9215
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 15/2684 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2015 in de zaak tussen [de man] , te Amsterdam, eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. R.J.M. Peeters). Procesverloop Bij besluit van 22 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder bestuursdwang toegepast door op dezelfde datum het voertuig van eiser met [kenteken] weg te slepen. De hieraan verbonden kosten bedragen € 433,--, welke kosten verweerder op eiser verhaalt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2015:9215 · Rechtbank Amsterdam: Op grond van artikel 2, aanhef en onder f, van het Besluit wegslepen van voertuigen zijn gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990, soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel a, van de Wvw. 2.6 Nadere regels omtrent de plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden zijn neergelegd in de Uitvoeringsvoorschriften Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer inzake verkeerstekens (hierna: de Uitvoeringsvoorschriften).

Keywords

AI generated
motorway vignette parking violation parking requirements traffic violations trade mark acquired through use bus station

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:RVS:2009:BJ4116
Procesverloop Bij besluit van 15 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het college) met toepassing van bestuursdwang het voertuig van [appellante] met kentekennummer […], geparkeerd ter hoogte van [locatie], weggesleept. Bij besluit van 24 juni 2008 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 18 februari 2009, verzonden op 23 februari 2009, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 maart 2009, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juli 2009, waar [appellante] in persoon is verschenen.
ECLI:NL:RVS:2009:BI8487
Procesverloop Bij besluit van 21 januari 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het college) besloten met toepassing van bestuursdwang het voertuig van [appellant] met kentekennummer […] weg te slepen uit de Gerard Doustraat te Amsterdam. Bij besluit van 17 april 2008 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 november 2008, verzonden op 14 november 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 15/2684 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2015 in de zaak tussen [de man] , te Amsterdam, eiser, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. R.J.M. Peeters). Procesverloop Bij besluit van 22 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder bestuursdwang toegepast door op dezelfde datum het voertuig van eiser met [kenteken] weg te slepen. De hieraan verbonden kosten bedragen € 433,--, welke kosten verweerder op eiser verhaalt.

Bij besluit van 7 april 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder – conform het advies van de bezwaarschriftencommissie wegslepen – het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 november 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. Overwegingen 1.1 Op 22 januari 2015 om 11:40 uur stond het voertuig van eiser met het [kenteken] op een laad- en loshaven geparkeerd aan de [straat] , ter hoogte van [huisnummer] , te Amsterdam.

Deze laad- en loshaven was aangegeven met het verkeersbord E7 voorzien van een onderbord met de tekst: ‘ma t/m za van 09:00-18:00 uur’. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder bij het primaire besluit bestuursdwang toegepast en het voertuig van eiser weggesleept. Eiser heeft zijn voertuig op 24 januari 2015 opgehaald en de kosten van bestuursdwang ten bedrage van € 433,-- voldaan. 1.2 Bij het bestreden besluit heeft verweerder, conform het advies van de bezwaarschriftencommissie, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd.

Verweerder heeft overwogen dat het wegslepen van eisers voertuig noodzakelijk was in verband met het vrijhouden van zogenaamde aangewezen weggedeelten en wegen in de zin van artikel 170 van de Wegenverkeerswet (Wvw) 1994. 2.1 Op grond van artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet is het gemeentebestuur bevoegd tot toepassing van bestuursdwang. Op grond van het tweede lid wordt de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang door het college van burgemeester en wethouders uitgeoefend, indien de toepassing van bestuursdwang dient tot handhaving van regels welke het gemeentebestuur uitvoert. 2.2 Op grond van artikel 170, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wvw 1994 behoort tot de bevoegdheid van het college tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet, de bevoegdheid tot het overbrengen en in bewaring stellen van een op een weg staand voertuig, indien met het voertuig een bij of krachtens deze wet vastgesteld voorschrift wordt overtreden en bovendien verwijdering van het voertuig noodzakelijk is in verband met het vrijhouden van aangewezen weggedeelten en wegen. 2.3 Op grond van artikel 173, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wvw 1994 worden bij algemene maatregel van bestuur de soorten van de in artikel 170, eerst lid, onderdeel c, bedoelde weggedeelten en wegen aangewezen.

Op grond van het tweede lid, aanhef en onder c, worden bij gemeentelijke verordening nadere regels gesteld ter uitvoering van de artikelen 170 tot en met 172 en de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur. Die regels betreffen in elk geval de aanwijzing van de weggedeelten en wegen, voor de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang, bedoeld in artikel 170, eerste lid, onderdeel c. 2.4 Op grond van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990) mag de bestuurder zijn voertuig niet parkeren op een gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 2.5 Ingevolge artikel 2 van de Wegsleepverordening Amsterdam 2010 worden als wegen en weggedeelten, bedoeld in art. 170, eerste lid, onder c, van de wet aangewezen alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Amsterdam voorzover die behoren tot een van de in art. 2 van het besluit bedoelde soorten van wegen en weggedeelten.

Op grond van artikel 2, aanhef en onder f, van het Besluit wegslepen van voertuigen zijn gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage 1 bij het RVV 1990, soorten van weggedeelten en wegen, bedoeld in artikel 173, eerste lid, onderdeel a, van de Wvw. 2.6 Nadere regels omtrent de plaatsing of verwijdering van verkeerstekens en onderborden zijn neergelegd in de Uitvoeringsvoorschriften Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer inzake verkeerstekens (hierna: de Uitvoeringsvoorschriften).

In hoofdstuk II, paragraaf 2, is bepaald dat de waarneembaarheid van verkeersborden dag en nacht verzekerd moet zijn. Borden worden zodanig geplaatst dat zij het zicht op het verkeer of op verkeerstekens niet belemmeren. Borden worden in beginsel haaks ten opzichte van de wegas geplaatst. Borden worden geplaatst aan de rechterzijde van de weg of boven een rijstrook indien het bord uitsluitend voor die rijstrook geldt, dan wel links van de weg indien het bord uitsluitend voor de linkerzijde geldt. Ter hoogte van aan de rechterzijde geplaatste borden kunnen eveneens aan de linkerzijde van de weg of rijbaan borden worden geplaatst, indien daaraan uit oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat dan wel indien een bord tevens voor de linkerzijde geldt.

In paragraaf 4 is bepaald dat bord E7 evenwijdig aan de weg mag worden geplaatst. 3.1 In beroep heeft eiser aangevoerd dat het bord E7 niet van toepassing was op het parkeervak waar zijn voertuig stond geparkeerd omdat het bord zich achter hem bevond. Elders in de buurt zijn er namelijk ook laad- en losgelegenheden waarbij het bord wel voor het parkeervak wordt geplaatst en dat schept verwarring en willekeur. Verder was het betreffende parkeervak niet voorzien van een kruismarkering, aldus eiser. 3.2 De rechtbank is met verweerder van oordeel dat uit de overgelegde foto’s blijkt dat het bord E7, bezien vanuit de rijrichting, duidelijk en zichtbaar is.

Dit bord waarmee het betreffende weggedeelte was aangeduid was haaks ten opzichte van de wegas van de [straat] geplaatst, en in die zin dus overeenkomstig de Uitvoeringsvoorschriften. Verweerder erkend dat gereserveerde parkeerplaatsen, afhankelijk van de weginrichting in combinatie met de kenbaarheid en waarneembaarheid, op verschillende manieren worden ingericht, maar het uitgangspunt is dat verkeersborden gelden voor het gebied na het bord. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het voor eiser duidelijk had moeten zijn dat hij met zijn voertuig op de betreffende parkeervak uitsluitend mocht staan voor het onmiddellijk laden of lossen.

De omstandigheid dat in het vak waar eiser zijn voertuig parkeerde geen kruismarkering is aangebracht doet hier niet aan af. Voor zover het eiser niet duidelijk was, had hij de verkeersregels ter plaatse naar het oordeel van de rechtbank nader moeten bezien. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), bijvoorbeeld de uitspraak van 29 juli 2009 (ECLI:NL:RVS:2009:BJ4116), dient elke verkeersdeelnemer zich immers ervan te vergewissen wat de ter plaatse geldende verkeersregels zijn en dat, voor zover hem dat niet direct kenbaar is, hij nader dient te bezien wat op een zich ter plaatse bevindend verkeersbord is aangegeven.

De beroepsgrond slaagt niet. 4.1 Eiser heeft verder aangevoerd dat hij van een AOW-uitkering leeft waardoor de kosten in verband met de uitoefening van bestuursdwang een genadeslag voor hem zijn. 4.2 Voor zover eiser heeft bedoeld te stellen dat de belangenafweging, gelet op zijn inkomen, in zijn voordeel dient uit te vallen, overweegt de rechtbank het volgende. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 juni 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI8487) volgt dat als regel uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal samengaan, maar dat het een bestuursorgaan vrijstaat bij wijze van uitzondering bestuursdwang aan te zeggen in die zin dat de kosten van het effectueren daarvan niet of niet geheel voor rekening van aangeschrevene komen.

Het bestuursorgaan dient in dit kader alle betrokken belangen af te wegen. Voor het maken van een uitzondering kan aanleiding bestaan indien kan worden geoordeeld dat de aangeschrevene geen verwijt valt te maken ten aanzien van de ontstane situatie en indien bij het ongedaan maken van de strijdige situatie het algemeen belang in die mate is betrokken, dat moet worden geoordeeld dat de kosten in redelijkheid niet of niet geheel voor rekening van de aangeschrevene moeten komen. Ook andere, bijzondere omstandigheden kunnen het bestuursorgaan nopen tot het geheel of gedeeltelijk afzien van het kostenverhaal.

Hoewel de rechtbank zich realiseert dat de kosten van het wegslepen en het bewaren van het voertuig voor eiser met een AOW-uitkering een probleem kan zijn, is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van een bijzondere omstandigheid zoals hiervoor genoemd. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid geen uitzondering hoeven te maken op de regel dat uitoefening van bestuursdwang en kostenverhaal samengaan. De beroepsgrond faalt eveneens.

5. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep ongegrond verklaren. Voor een veroordeling in de proceskosten of vergoeding van het griffierecht ziet de rechtbank geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, rechter, in aanwezigheid van H. Akbuz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2015. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.